Peter Blokhovius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Peter Blokhof (circa 159915 augustus 1649)[1] was een Nederlands rector van de Latijnse school in Batavia, die in de zomer van 1649 aankwam. Twee weken later werd hij door de Raad van Indië op het schip de Robijn naar Dejima gestuurd in het kader van een diplomatieke oplossing van de Nambu-affaire.

Voorgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 1643 waren tien leden van de bemanning van het schip de Breskens, waaronder de schipper Hendrick Cornelisz Schaep, door de Japanners van boord gelokt, gevangengenomen en naar Edo vervoerd. Een half jaar later kwamen de mannen weer vrij, maar het opperhoofd van Desjima Jan van Elseracq had beloofd dat er een gezant langs zou komen om excuses aan te bieden.

De gouverneur-generaals Cornelis van der Lijn en François Caron bedachten een diplomatieke charade: zes jaar later stuurden zij "uit erkentelijkheid" een doodzieke jurist, de 50-jarige Peter Blokhovius, vergezeld van planken voor een lijkkist naar Japan als "ambassadeur".[2] Caron gaf duidelijke instructies hoe wat ze moesten doen als hij naar verwachting onderweg zou sterven.[3]

Relaas[bewerken | brontekst bewerken]

De nieuwe rector werd postuum tot doctor in de Rechten bevorderd en naar Edo getransporteerd. Het shogunaat bemerkte tot zijn opluchting dat deze gezant, gezouten en wel, op 19 september in Nagasaki was afgeleverd, geen persoonlijke brief van de Prins van Oranje bij zich had en concludeerde zodoende dat het hier ‘de dood van een handelsreiziger’ betrof.[4] Zijn kist werd in grotere kist gezet, samen met 250kg kamfer.

Naar alle waarschijnlijkheid kreeg hij een zeegraf en als het schip uit het zich van de Japanse kust was.[bron?] Dirck Snoucq, het nieuwe opperhoofd, kon de fictie in stand houden dat de gezant speciaal voor het bezoek aan Japan uit de Republiek was gekomen. De shogun vertrouwde het niet allemaal, maar kon niets bewijzen.