Peter Madsen (uitvinder)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Peter Madsen
Peter Madsen in 2010
Peter Madsen in 2010
Algemene informatie
Geboren Sæby (Kalundborg), 12 januari 1971
Nationaliteit Deens
Land Vlag van Denemarken Denemarken
Beroep uitvinder, ondernemer
Website Mission: First amateur in space
De UC3 Nautilus met Peter Madsen in 2008

Peter Langkjær Madsen (Sæby bij Kalundborg, 12 januari 1971) is een Deense uitvinder die zich heeft beziggehouden met raketten en onderzeeërs. Hij werd in augustus 2017 gearresteerd wegens verdenking van de moord op journaliste Kim Wall en daarvoor in april 2018 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Innovatief ondernemer en ontwerper[bewerken | brontekst bewerken]

Madsen begon aan een technische studie, maar behaalde geen ingenieursdiploma en is autodidact.[1] Hij verwierf voor het eerst bekendheid dankzij de privaat gefinancierde constructie van een ruim 17 meter lange duikboot, de UC3 Nautilus, die op 3 maart 2008 in Kopenhagen te water werd gelaten.[2][3] Daarvoor had hij al twee kleinere duikboten ontworpen, UC1 Freya en UC2 Kraka. Ook was hij in 2008 een van de mede-oprichters van Copenhagen Suborbitals, een non-profitorganisatie die zich bezighoudt met ruimtevaarttechnologie, waaronder de test met de zelfgebouwde raketmotor Heat 1X Tycho Brahe in 2011.[4] In 2014 verliet hij deze organisatie en begon hij zijn eigen Rocket Madsen Space Lab.

Peter Madsen heeft voor zijn werk op het gebied van de ruimtevaart diverse prijzen ontvangen: in 2010 de Heinrich-prijs (samen met Kristian von Bengtson), in 2013 de Breitling Milestone Award en in 2014 de Ellehammer-prijs.

Dood van Kim Wall[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 augustus 2017 vertrok Madsen in de UC3 Nautilus uit Kopenhagen samen met de 30-jarige Zweedse Kim Wall, een internationaal werkende journaliste, die een reportage over de tocht wilde maken. Op 11 augustus zonk de onderzeeër in de Baai van Køge. Madsen werd gered, maar Wall bleef spoorloos. Madsen werd gearresteerd op verdenking van dood door nalatigheid. Over Walls lot legde hij tegenstrijdige verklaringen af. Eerst verklaarde hij dat hij haar aan land had gezet op Refshaleøen, het eilandje bij Kopenhagen waar ze woonde. Vervolgens zei hij dat ze door een ongeluk om het leven was gekomen, waarna hij haar lichaam een zeemansgraf had gegeven.

Walls verminkte lichaam zonder hoofd en ledematen werd op 20 augustus teruggevonden op de walkant van Amager.[5][6] De verdenking tegen Madsen werd uitgebreid naar 'nalatige doodslag',[7] doodslag zonder meer of moord, en naar lijkschennis. Twee weken later lichtte hij de toedracht toe: een zwaar luik zou dichtgeklapt en op haar hoofd terechtgekomen zijn.[8] Bij onderzoek vond men meerdere steekwonden in het lichaam. Op 7 oktober 2017 vond de Deense politie het hoofd en de benen van Kim Wall. Er zaten geen breuken in de schedel. De lichaamsdelen werden samen met een mes gevonden in plastic zakken, die waren verzwaard met stukken metaal om ze te laten zinken. De vondst werd gedaan in de buurt waar de torso van Wall in augustus werd gevonden. Ook vonden duikers kledingstukken. Op 30 oktober 2017 gaf Madsen een nieuwe verklaring. Kim Wall zou in de boot zijn omgekomen door koolstofmonoxidevergiftiging, terwijl hij aan dek was. Hij gaf toe dat hij haar lichaam had verminkt, maar bleef schuld aan haar dood ontkennen.[9]

Het moordproces tegen de ontkennende verdachte Peter Madsen begon op 8 maart 2018 in Kopenhagen. De eis was levenslang op beschuldiging van moord.[10][11] Op 25 april kreeg Madsen levenslang.[12][13] Madsens advocate kondigde hoger beroep aan, waarbij alleen de strafmaat werd betwist, niet de uitspraak 'schuldig'. Het vonnis werd op 26 september 2018 in hoger beroep bekrachtigd.[14] De rechter bepaalde ook dat de UC3 Nautilus moest worden vernietigd. Eind 2018 werd bekendgemaakt dat deze opdracht was uitgevoerd.[15]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • (da) Thomas Djursing: Raket-Madsen. Danmarks gør-det-selv astronaut. Uitg. Kølvand, 2014, 166 pag. ISBN 978-87-9976400-6

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]