Petrus de Raadt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Petrus de Raadt
De Raadt (door Jacob Spoel)
De Raadt (door Jacob Spoel)
Algemene informatie
Geboren Antwerpen, 4 maart 1796
Overleden Voorschoten, 18 april 1862
Beroep onderwijzer
Bekend van Instituut Noorthey
Echtgenote Elisabeth Achenbach

Petrus de Raadt (Antwerpen, 4 maart 1796Voorschoten, 18 april 1862) was onderwijzer, pedagoog en oprichter van het Instituut Noorthey te Veur. In die plaats trouwde hij op 13 mei 1825 met Elisabeth Achenbach (Bolsward, 21 februari 1784 - Voorschoten, 15 april 1866).

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn vader Philippus de Raadt (Rhoon, 19 februari 1763 – Veur, 4 juni 1830) behaalde in 1807 het onderwijzersdiploma en opende een kostschool voor welgestelde Rotterdamse kinderen. Petrus de Raadt was door zijn vader in de gelegenheid gesteld om een goede opleiding tot onderwijzer te volgen en maakte studiereizen met praktijkstages in Engeland, Duitsland en Zwitserland. Hij promoveerde in 1819 aan de Universiteit van Halle op een dissertatie getiteld Comparatio principiorum educationis apud Romanos et recentioris artis paedagogicae auctores (Vergelijking van de opvattingen over onderwijs bij de Romeinen en de bedenkers van de recente kunst der opvoedkunde).

Toen dit alles was afgerond, was hij 24 jaar. Hij kocht de buitenplaats Schakenbosch te Veur van de Rotterdamse familie Noorthey en opende daarin op 20 juni 1820 een kostschool voor jongens onder de naam Instituut Noorthey. Zijn vader kwam bij hem wonen om hem in zijn werk te ondersteunen. De Raadt kreeg in datzelfde jaar het diploma "onderwijzer van den eersten rang" op grond van buitengewone verdiensten.

Petrus de Raadt was zijn tijd ver vooruit. Hij was een markant pedagoog en onderwijsvernieuwer, die tucht, kennis en sport een voorname plaats in de opvoeding toekende. Hij gaf elke leerling de zorg voor een eigen stukje tuin. Hij voerde op Noorthey gymnastiek- en schermlessen in, destijds een noviteit. Een groot deel van zijn pupillen behoorde tot de adel en het patriciaat.

Hij kocht in 1841 Groot Stadwijk en Klein Stadwijk in Voorschoten. In laatstgenoemd huis ging hij wonen. Hij raakte bevriend met de Voorschoter burgemeester Jacob Petrus Treub. In 1849 droeg hij de dagelijkse leiding van Noorthey over aan zijn assistent J.H. Kramers (1823-1896). In 1851, toen hij zich definitief terugtrok uit de leiding, richtte De Raadt het Genootschap Noorthey op, dat na zijn overlijden in 1862 zijn gehele erfenis mocht ontvangen. Treub en Kramers waren executeur-testamentair en daarna was Treub tot 1871 rentmeester van het genootschap, dat nog steeds bestaat. Het ondersteunt talentvolle studenten "zo veel mogelijk in de geest van wijlen de Heer P. de Raadt", zoals in de statuten staat.

De Raadt was lid van het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]


Zie de categorie Petrus de Raadt van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.