Phaëton (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vallende Phaeton van Hendrick Goltzius

Phaëton (Oudgrieks: Φαέϑων) is een figuur uit de Griekse mythologie. De heros Phaëton is een zoon van de zonnegod Helios en Klymene (in sommige overleveringen was hij de zoon van Apollon en Klymene).

Helios placht elke dag de zonnewagen te bestijgen. Phaëtons grootste wens was om ook met deze wagen te rijden. De paarden merkten echter dat iemand anders de teugels in handen hield en sloegen op hol. Hierdoor scheerde de zonnewagen rakelings langs de aarde en ontstonden grote dorre plekken (de woestijn). Voordat de hele aarde in brand zou staan, besloot de oppergod Zeus in te grijpen. Hij gooide een bliksemschicht naar Phaëton, waardoor de laatste uit de wagen viel, naar beneden stortte en stierf.

Lampetia en Phaitousa, samen de Heliaden waren dochters van Helios en Neaira en daarmee halfzussen van Phaëton. Nadat Phaëton was omgekomen, rouwden Lampetia en Phaetusa om zijn dood. Hun tranen stolden tot barnsteen. De zussen werden veranderd in populieren.

Joost van den Vondel gebruikte het verhaal van Phaëton in zijn tragedie Faëton of Reuckeloze stoutheit (1663). Ook het symfonisch gedicht Phaéton (1873) van Camille Saint-Saëns is op deze mythe gebaseerd.

Zie ook[bewerken]