Philip Van Isacker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Philippe Van Isacker
Spotprent uit het satirische weekblad Pourquoi Pas? van 11 december 1931. In het bijbehorende artikel werd Van Isacker voorgesteld als een carrièrejager die zijn eigen idealen opofferde voor hoge ambten. Nochtans gaf hij als minister zijn populariteit prijs aan de doortastende economische politiek tijdens de crisisjaren 1930. (tekening van Jacques Ochs)
Spotprent uit het satirische weekblad Pourquoi Pas? van 11 december 1931. In het bijbehorende artikel werd Van Isacker voorgesteld als een carrièrejager die zijn eigen idealen opofferde voor hoge ambten. Nochtans gaf hij als minister zijn populariteit prijs aan de doortastende economische politiek tijdens de crisisjaren 1930. (tekening van Jacques Ochs)
Volledige naam Philippe Joseph Aimé Van Isacker
Geboren Torhout, 18 december 1884
Overleden Brussel, 11 maart 1951
Kieskring Flag of Antwerpen Province, 1928-1997.svg Mechelen
Regio Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Land Vlag van België België
Partij Kath. Partij / UCB
Functies
1919 - 1938 Volksvertegenwoordiger
1921 - 1938 Gemeenteraadslid Mechelen
1927 Politiek secretaris ACW
1927 - 1931 Quastor Kamer van Volksvertegenwoordigers
1931 - 1932 Minister van Vervoer
1932 - 1934 Minister van Nijverheid en Arbeid
1934 - 1938 Minister van Economische Zaken
1937 - 1938 Minister van Middenstand
1938 - ? Ondervoorzitter Kredietbank
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Philippe (Philip) Joseph Aimé Van Isacker (Torhout, 18 december 1884Brussel, 11 maart 1951) was een Vlaamsgezind Belgisch bankier en politicus voor de Katholieke Partij en vervolgens de UCB.

Levensloop[bewerken]

Philip Van Isacker was de zoon van een apotheker. Hij studeerde in 1908 af als doctor in de geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij zich in de Vlaamse katholieke studentenbeweging geëngageerd had. Hij werd vorser aan het Belgisch Historisch Instituut te Rome en in 1912 benoemd tot leraar aan het Koninklijk Atheneum te Mechelen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stichtte hij samen met onder andere Alfons Verbist in Mechelen een gesloten studiekring die zich afzette tegen het activisme en die de democratische hervorming van de Katholieke Partij voorbereidde. Na de oorlog was hij korte tijd redacteur bij De Standaard. Hij slaagde er reeds in mei 1919 in om de Mechelse afdeling van de katholieke partij als één van de eerste in België te hervormen tot een Vlaamsgezinde democratische standenpartij. Als kandidaat van de christelijke arbeidersbeweging werd hij in 1919 verkozen tot volksvertegenwoordiger, en werd secretaris van de Katholieke Vlaamse Kamergroep. In 1921 promoveerde hij tot doctor in de rechten, werd advocaat en werd verkozen tot gemeenteraadslid te Mechelen. Ondertussen ijverde hij samen met Frans Van Cauwelaert voor amnestie en een taalwetgeving om het gebruik van het Nederlands in Vlaanderen en aan de taalgrens af te dwingen.

In 1931 werd Van Isacker minister van Verkeer, het jaar daarop van Nijverheid en Arbeid en in 1934 - in volle economische crisis - van het belangrijke departement Economische Zaken. Onder zijn kabinetschefs waren de romancier Jan-Albert Goris (pseudoniem Marnix Gijsen) en de Leuvense hoogleraar Gaston Eyskens. Van Isacker voerde loyaal de harde soberheidspolitiek van de regering uit, met een sanering van het bankwezen en een pijnlijke devaluatie van de Belgische frank in 1935. Dit werd hem door de eigen ACW-achterban erg kwalijk genomen en in 1936 werd hij pas na veel discussie als kandidaat voor de parlementsverkiezingen aanvaard en herkozen. In 1938 stapte hij ontgoocheld uit de politiek en werd nationaal ondervoorzitter van de Kredietbank. Na de Tweede Wereldoorlog en tot zijn overlijden werd hij ook nationaal voorzitter van de Bond van Kroostrijke Gezinnen, hij bereidde mee de oprichting van de Benelux in 1945 voor en hij zetelde samen met Alfons Verbist in het Centrum Harmel, dat in 1948 opgericht werd.

Philip Van Isacker was gehuwd met Charlotte Prové en onder hun vier kinderen waren de jezuïet en historicus Karel Van Isacker en romancier Frans Van Isacker. Van 1942 tot 1944 schreef hij zijn (postuum uitgegeven) mémoires Tussen Staat en Volk (Antwerpen, 1953).

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Maurice August Lippens
Minister van Vervoer
1931-1932
Opvolger:
Pierre Forthomme
Voorganger:
Hendrik Heyman
Minister van Nijverheid en Arbeid
1932-1934
Opvolger:
Edmond Rubbens
Minister van Economische Zaken
1934-1938
Opvolger:
Pierre De Smet