Philosophia perennis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Philosophia perennis (Latijn: 'eeuwigdurende wijsheid') verwijst naar een groep van universele filosofische problemen, principes en concepten van God, vrijheid en onsterfelijkheid die al eeuwenlang het primaire onderwerp van het filosofisch denken vormen. Tweede betekenis: de grondslagen van de rooms-katholieke christelijke principes, in het bijzonder die van Thomas van Aquino en de neothomisten.[1]

Een meer populaire interpretatie pleit voor universalisme, het idee dat alle religies, hoe verschillend ze ook mogen zijn, een gemeenschappelijke bron hebben en verwijzen naar dezelfde waarheid.

Het 20e-eeuwse traditionalisme was een groep denkers die zich bezighielden met wat zij beschouwden als de teloorgang van traditionele westerse vormen van kennis, zowel esthetisch als spiritueel. De belangrijkste denker en grondlegger van deze moderne perennialistische traditie was René Guénon.

Referenties[bewerken]