Phobos (maan)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Phobos
Phobos, gefotografeerd door de Mars Global Surveyor op 1 juni 2003 (NASA)
Phobos, gefotografeerd door de Mars Global Surveyor op 1 juni 2003 (NASA)
Ontdekking
Ontdekt door Asaph Hall
Ontdekt in 18 augustus, 1877
Baankarakteristieken
Straal (gemiddeld) 9377,2 km
Omlooptijd 0,31891 dagen
(7u 39,2m)
Excentriciteit 0,0151
Glooiingshoek 1,075°
Natuurkundige kenmerken
Gemiddelde diameter 22,2 km
(26,8×21×18,4)
Oppervlakte 6084 km2
Massa 1,072 × 1016 kg
Gemiddelde dichtheid 1,887 g/cm3
Zwaartekracht aan oppervlak 0.0084 - 0.0019 m/s2
Hoek rotatieas
Albedo 0,07
Temperatuur aan oppervlak ~ 313 K (40 C°)
Atmosfeerkarakteristieken
Luchtdruk 0 kPa
Portaal  Portaalicoon   Heelal

Phobos is de grootste van de twee manen van Mars, de andere marsmaan is Deimos. Phobos bevindt zich dichter bij Mars dan Deimos, in een baan op zo'n 6000 km boven het oppervlak van Mars. Met een diameter van ongeveer 22,2 km en een massa van 1,072 × 1016 kg, is het een van de kleinste manen in ons zonnestelsel. Phobos heeft een onregelmatige vorm en beweegt in een baan onder het minimum van de geschikte synchronisatiehoogte, waardoor hij elke eeuw 1,8 meter dichter bij Mars komt. Binnen zo'n 50 miljoen jaar kan Phobos hierdoor op Mars inslaan om een inslagkrater achter te laten, maar vermoedelijk zal Phobos eerder door de gravitatiekracht uit elkaar spatten en een planetaire ring vormen rond Mars.

Naamgeving[bewerken]

De naam Phobos is afkomstig uit de mythologie, zowel de Griekse als Romeinse. Phobos was de zoon van Mars en Venus, in de Griekse mythologie bekend als Ares en Aphrodite. De naam is ontleend aan het Oud-Griekse woord "phobos" (Nederlands: "fobie"), dat angst betekent. De andere maan van Mars, Deimos, was de god van paniek, zoals Phobos die van angst was.

Ontdekking en observatie[bewerken]

Phobos werd ontdekt door Asaph Hall, 6 dagen nadat hij Deimos, de andere maan van Mars ontdekte, op 18 augustus 1877. De maan is gefotografeerd door de ruimtesondes Mariner 9 in 1971, Viking 1 in 1977 en door het ruimtevaartuig Phobos 1 in 1988.

Phobos en Deimos zijn waarschijnlijk twee ingevangen planetoïden. Uit metingen van de Mars Global Surveyor bleek dat Phobos bestaat uit zowel ijs als gesteente en dat hij net zoals de maan bedekt is met een stoflaag (regoliet) van ongeveer een meter dik. Het ruimtevaartuig Phobos 2 nam ook gassen waar, die aan het oppervlak van de maan ontsnapten. Het ruimtevaartuig stopte te snel met functioneren om de gassen te kunnen identificeren. Men vermoedt dat de gassen waterdamp zijn.

Kenmerken[bewerken]

Kenmerkend aan deze kleine maan is de inslagkrater Stickney, genoemd naar de vrouw van Asaph Hall. Deze krater heeft een diameter van ongeveer 9 km (bijna de helft van de totale diameter van de maan) en is ontstaan door de inslag van een grote meteoriet. Andere kraters zijn Roche (6 km), Hall (5 km) en d'Arrest (2 km). Een andere landvorm op Phobos zijn groeven. Over het ontstaan van deze groeven is veel onenigheid: veel wetenschappers geloven dat de meteorietinslag van Stickney de oorzaak is, maar deze inslag verklaart niet goed het regelmatige patroon van de groeven. Een andere hypothese is dat getijdenkrachten de oorzaak zijn. De vraag is of deze krachten voldoende zijn.

Temperatuur[bewerken]

De temperaturen op Phobos kunnen schommelen tussen de -4°C (op de van de zon afgekeerde zijde) en de 112°C (op de naar de zon toegerichte zijde).

Afbeeldingen[bewerken]


Externe links[bewerken]