Pietà van Michelangelo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pietà van Michelangelo
Michelangelo's Pieta 5450 cropncleaned.jpg
Kunstenaar Michelangelo
Jaar 1499
Materiaal Marmer
Locatie Sint-Pietersbasiliek, Rome
Afmeting 174 × 195 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Beluister

(info)

De Pietà van Michelangelo is een beroemd marmeren beeldhouwwerk van Michelangelo. De pietà bevindt zich in een kapel aan de rechterkant van het schip van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. De afmetingen zijn 174 cm bij 195 cm.

De Franse kardinaal Jean Bilhères de Lagraulas bestelde het beeld in 1498 bij de toen drieentwintigjarige Michelangelo. Het werk was waarschijnlijk voor zijn graftombe in de Sint-Pietersbasiliek bestemd maar kreeg al snel een eigen plaats in de nieuwe basiliek.

Jacopo Galli, een beschermheer van de kunst, had een bemiddelende rol gespeeld bij de opdracht en de kardinaal ervan verzekerd dat Michelangelo het fraaiste beeld van marmer in het toenmalige Rome zou creëren. Het moest ‘een in gewaad gehulde maagd Maria voorstellen met de dode Christus in haar armen’. Zeer bijzonder is echter de jeugdigheid van Maria, want in de vroegere beelden werd de moeder Gods als oudere vrouw gepresenteerd. Michelangelo zou hierbij hebben opgemerkt dat de moeder Gods door haar maagdelijkheid en reinheid haar jeugdige verschijning behoudt.

Vorm, compositie en inhoud[bewerken]

Het beeld geeft het moment weer waarop Christus van het kruis gehaald is en op de schoot van Maria ligt. Maria’s rechterarm en -hand omsluiten krachtig het bovenlichaam, terwijl haar linkerhand het lichaam als het ware presenteert aan de toeschouwer en hem oproept tot verering. Daarbij houdt zij haar ogen terneergeslagen, wat een directe dialoog met de gelovige onmogelijk maakt.

Een moeilijk aspect in het beeld, namelijk het verbinden van de rechtop zittende Maria en de dwars uitgestrekte zoon tot een besloten groep, heeft Michelangelo meesterlijk opgelost: het lichaam van Christus wordt nagenoeg geheel binnen de omtrek van de Maria-figuur opgenomen. Op deze manier bereikt de kunstenaar niet alleen een elegante compositie, maar benadrukt hij ook nog eens de innige verbondenheid van moeder en zoon.

Daarnaast dragen de tegenstellingen in de sculptuur bij aan de bijzondere uitstraling ervan: Maria houdt met de ene hand vast en laat met de andere los, om de dode te presenteren. Het nagenoeg naakte, fraai belijnde lichaam van Christus is ingebed in het in zware plooien gedrapeerde gewaad van Maria. Maria’s lichaam straalt sterke verbondenheid met de aarde uit, terwijl de Verlosser slechts met de tenen van een voet de grond raakt.

Trivia[bewerken]

  • Michelangelo zelf hechtte groot belang aan de Pietà: van al zijn werken is dit het enige door hem gesigneerde. Hij zou het beeld pas gesigneerd hebben nadat hij had gemerkt dat er geruzie ontstond over wie het gemaakt had. Michelangelo beitelde vervolgens zijn handtekening op het lint dat Maria’s gewaad bijeenhoudt.
  • Aan het beeld is al meerdere malen schade toegebracht, vooral in 1972 toen het door de geoloog Laszlo Toth met een hamer werd verwoest. Deze geestelijk gestoorde man riep uit dat hij Jezus Christus was, opgestaan uit de dood. De sculptuur wordt nu door middel van een glazen plaat tegen aanslagen beschermd. De Italiaanse zender Rai Tre maakte een documentaire over de restauratie van het beeld, waarin ook beelden zijn opgenomen van de aanslag en de reactie van de toenmalige paus Paulus VI.[1]
  • Sommigen zien in het beeld het oude mythische thema weerspiegeld van 'de dood van de goddelijke koning'.[2] De godin Isis werd in het Oude Egypte afgebeeld met haar gestorven en herboren zoon-echtgenoot op schoot. Dit thema gaat ook terug op de mythen van het 'sterven van het graan om daarna herboren te worden', zoals Osiris en Horus.
  • Hoewel het beeld in de Sint-Pietersbasiliek met afstand het meest bekende exemplaar is, maakte Michelangelo hierna nog drie andere beeldengroepen met hetzelfde onderwerp, waarvan de Rondanini Pietà te zien is in Milaan en twee exemplaren in Florence.
  • Volgens de memoires van de joodse kunsthandelaar Daniel Wildenstein was paus Paulus VI in 1978 van plan het beeld te verkopen om zo geld te genereren voor liefdadigheid. Uit de Italiaanse versie van het boek werden op verzoek van het Vaticaan de pagina’s verwijderd waarin deze voorgenomen verkoop werd vermeld.[3]

Referentie[bewerken]

  1. (it) Rai Tre documentaire (Engels ondertiteld) over restauratie van de Pietà
  2. Frazer, James (1890-1922), The Golden Bough, onder meer in Penguin Books: "the killing of the divine king"; Nederlandse vertaling (selectie): De gouden tak.
  3. Katholieknederland.nl