Piet Buijnsters

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Piet Buijnsters
Jan Campertprijzen 1974. V.l.n.r.: Piet Buijnsters, William D. Kuik, wethouder De Wit, M. Vasalis en Hugues C. Pernath
Jan Campertprijzen 1974. V.l.n.r.: Piet Buijnsters, William D. Kuik, wethouder De Wit, M. Vasalis en Hugues C. Pernath
Algemene informatie
Volledige naam Petrus Jacobus Adrianus Maria Buijnsters
Geboren 18 oktober 1933, Breda
Beroep boekhistoricus
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Petrus Jacobus Adrianus Maria (Piet J.) Buijnsters (Breda, 18 oktober 1933) is emeritus hoogleraar en boekhistoricus.

Biografie[bewerken]

Buijnsters studeerde vanaf 1955 Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en werd daar in 1962 benoemd tot wetenschappelijk medewerker bij het Instituut Nederlands. Hij promoveerde daar in 1963 op Tussen twee werelden. Rhijnvis Feith als dichter van "Het graf" ; zijn promotor was prof. dr. W.J.A.M. Asselbergs. Zijn bijzondere interesse ging uit naar de 18e- en 19e-eeuwse Nederlandse letterkunde. In 1971 werd hij benoemd tot lector aan de Nijmeegse universiteit, welk ambt hij met een rede over Sara Burgerhart aanvaardde op 22 oktober 1971. Vervolgens werd hij benoemd tot hoogleraar Boekwetenschap en Nederlandse letterkunde van de achttiende eeuw aan diezelfde universiteit; op 14 juni 1995 nam hij daar afscheid.

Buijnsters publiceerde werk van en over dichters als Rhijnvis Feith, Justus van Effen, Betje Wolff en Aagje Deken. Hij verzorgde ook verschillende tekstedities van deze schrijvers. Daarnaast werd hij bekend als publicist over de wereld van het antiquariaat, het verzamelen van boeken en boekverzamelaars. Samen met zijn echtgenote Leontine Buijnsters-Smet publiceerde hij in 2001 Lust en leering. Geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw waarvoor zij beiden in 2002 de Menno Hertzbergerprijs ontvingen. In 2005 ontvingen zij de G.H. 's-Gravesande-prijs voor hun publicaties over het Nederlandse kinderboek.

Vanaf 2007 publiceerde Buijnsters drie monografieën over het antiquariaat en bibliofilie in Nederland en België.

Bibliografie[bewerken]

  • Tussen twee werelden. Rhijnvis Feith als dichter van "Het graf" . Assen, 1963 en 1977² (proefschrift).
  • "Sara Burgerhart" en de ontwikkeling van de Nederlandse roman in de 18e eeuw. Openbare les gehouden bij aanvaarding van het ambt van lector in de Nederlandse letterkunde van de 18e eeuw aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen op vrijdag 22 oktober 1971. Groningen, 1971 (inaugurele rede).
  • Hiëronymus van Alphen (1746-1803). Assen, 1973.
  • Bibliografie der geschriften van en over Betje Wolff en Aagje Deken. Utrecht, 1979.
  • Levens van beruchte personen. Over de criminele biografie in Nederland gedurende de 18e eeuw. Utrecht, 1980.
  • Wolff & Deken. Een biografie. Leiden, 1984.
  • Nederlandse literatuur van de achttiende eeuw. Veertien verkenningen. Utrecht, 1984.
  • Het verzamelen van boeken. Een handleiding. Utrecht, 1985 en 1992².
  • Spectatoriale geschriften. Utrecht, 1991.
  • Justus van Effen (1684-1735). Leven en werk. Utrecht, 1992.
  • Bibliofilie in de kinderkamer. Over het verzamelen en bestuderen van oude kinderboeken. Nijmegen, 1995 (Afscheidsrede Katholieke Universiteit Nijmegen).
  • Het Nederlandse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam, 1997.
  • Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat. Nijmegen, 2007.
  • Sluikhandel met juffrouw Duizer. Schalkhaar, 2007.
  • Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie. Boek- en prentverzamelaars 1750-2010. Nijmegen, 2010.
  • Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België (1830-2012). Nijmegen, 2013.

Met L. Buijnsters-Smets[bewerken]

  • Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800. Zwolle, 1997.
  • Lust en leering. Geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw. Zwolle, 2001.
  • Papertoys. Speelprenten en papieren speelgoed in Nederland (1640-1920). Zwolle, 2005.

Literatuur[bewerken]

  • Verlichte geesten. Een portrettengalerij voor Piet Buijnsters. Amsterdam, 1996 (liber amicorum met bibliografie van Buijnsters op p. 197-211).