Piet van Wijngaerdt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Piet van Wijngaardt
Piet van Wijngaardt (1953)
Piet van Wijngaardt (1953)
Persoonsgegevens
Volledige naam Petrus Theodorus (Piet) van Wijngaerdt
Geboren Amsterdam, 4 november 1873
Overleden 25 januari 1964
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Nationaliteit Nederlands
Beroep(en) kunstschilder, tekenaar, etser en lithograaf
Oriënterende gegevens
Jaren actief ca. 1897-1964
Stijl(en) Bergense School
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Petrus Theodorus (Piet) van Wijngaerdt (Amsterdam, 4 november 1873Abcoude, 25 januari 1964) was een Nederlands graficus, kunstschilder, tekenaar, etser en lithograaf.[1]Van Wijngaerdt wordt gezien als grondlegger van de Bergense School, hoewel hij zelf niet regelmatig in Bergen schilderde.

Opleiding en start[bewerken]

Als schooljongen tekende en schilderde Van Wijngaerdt veel in zijn vrije tijd. Zeer tegen de wil van zijn vader.[2] Van Wijngaerdt volgde van 1892 tot 1897 een opleiding aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam; hij volgde er lessen van Allebé, Carel Dake en Van der Waay en later van Breitner. Van Breitner en Allebé kreeg hij veel raadgevingen die de basis legden voor zijn brede en robuuste schilderstijl.[2] In het begin van zijn schildersbestaan, tijdens en vlak na zijn studietijd, schilderde de jonge Piet overwegend portretten. Hij kwam er rond voor uit, dat hij dit uitsluitend deed om in zijn levensonderhoud te voorzien; eigenlijk had hij er een hekel aan.[3] Na zijn opleiding verbleef hij in 1901-02 in Parijs en tot c. 1905 in Kortenhoef. Daar schilderde hij het Hollandse landschap met zijn weilanden, slootjes en boerderijen. Hij was niet de enige die aangetrokken werd door de aantrekkelijkheid van het schildersdorp Kortenhoef. Het was waarschijnlijk de Amsterdamse schilder en tijdgenoot Kees Maks, die al eerder in Kortenhoef had gewerkt, door wie Van Wijngaerdt warm werd gemaakt om te gaan werken in deze schilderachtige landelijke omgeving. In de trant van de Haagse School schilderde hij in die jaren typisch Hollandse landschappen met hoge wolkenluchten; ook ontmoette hij in Kortenhoef veel van zijn latere kunstenaarsvrienden, zoals Arnout Colnot enDirk Filarski.[3]

Leven en werk[bewerken]

Kort na 1905 betrok Van Wijngaerdt zijn atelier aan de Overtoom 34 te Amsterdam waar hij lang zou verblijven. Hij werkte tussentijds ook in Katwijk, Haarlem, en van tijd tot tijd in zijn atelier in Abcoude. Van Wijgaerdt had een eigen visie op de werkelijkheid en vertrouwde die met een breed gebaar aan het doek toe. Een precieze weergave van de realiteit paste hem toen niet; hij was een temperamentvolle schilder, die vond dat er vaak vuur ontbrak in het schilderwerk van zijn collegae.[3]
Colnot zou later opmerken:
'...'t zal zo rond 1906 zijn geweest dat ik samen met Filarski aan de rand van Amsterdam zat te schilderen. Ineens stond een man achter ons, bekeek ons werk heel nauwkeurig en zei: "Jongens je moet er wat meer vuur in doen". We keken verbaasd op en herkenden toen Piet van Wijngaerdt.. .Voor ons was hij vanaf die tijd een soort van leermeester.' [4]

Van Wijngaerdt schilderde in deze periode allerlei soorten landschappen[5] en ook bloemstillevens; daarnaast ontstonden er ook figuurvoorstellingen, portretten, interieurs, en zelfportretten in een impressionistische stijl. Waar Van Wijngaerdt aanvankelijk onbevangen de natuur had geschilderd, kreeg hij nu echter een tijd lang steeds meer oog voor detail, en veranderde zijn werk zichtbaar. Licht en detail werden belangrijk voor hem; hierin werd hij tijdelijk sterk aangetrokken door het Luminisme.

Piet van Wijngaerdt, 1914

Na korte tijd gooide hij ook deze werkwijze radicaal overboord en stelde zich open voor nieuwe moderne invloeden, wat in zijn werk tot uiting kwam met een donkere en krachtige schilderstrant, juist als tegenhanger van het lichte en vluchtige impressionisme.[3] Het was c. 1912-1913 dat Van Wijngaerdt zijn definitieve ommezwaai maakte naar dit modernisme. Hij werd hierin beïnvloed door de Fransman Henri Le Fauconnier die in Nederland verbleef en het manifest 'La sensibilité moderne et le tableau' publiceerde. Le Fauconnier verwoordde precies wat Van Wijngaerdt zocht. Op zijn beurt publiceerde Van Wijngaerdt zijn opvattingen over de noodzakelijke vernieuwingen in zijn boek Het Signaal, met als ondertitel 'Piet van Wijngaerdt over de nieuwe stroming in de hedendaagse schilderkunst' In dit boek zet hij zijn visie op de moderne schilderkunst uiteen. Hij betoogt herin dat na een periode van verval de kunst op het punt staat te herleven. Bezield door een nieuw ideaal voelen kunstenaars juist nu een sterke drang zich te verenigen: 'Deze gemeenschappelijke gevoelens, deze geestelijke samenhang is in het leven het zekere teken, het signaal, van een beslissend uur dat heeft geslagen' .[6] Het was zijn theoretisch fundament van een donker, kubistische Expressionisme, dat sterk zou gaan vergroeien met de kunstenaarsplaats Bergen. Samen met Le Fauconnier werd hij zo grondlegger van het Bergens-Amsterdams Expressionisme, de Bergense School.[4]

Le Fauconnier en Van Wijngaerdt kregen veel navolging van andere veelal jongere schilders die toen ook ageerden tegen het Impressionisme en die naar nieuwe wegen zochten voor de schilderkunst. Le Fauconnier vestigde zich in een atelier aan de Overtoom 288 in Amsterdam, dicht bij de werkplek van Van Wijngaerdt. Met de oprichting van de Hollandse Kunstenaarskring, waarvan Van Wijngaerdt voorzitter werd, werd de gezochte vernieuwing definitief in gang gezet. Leden van de vereniging werden onder anderen: Leo Gestel, Piet van der Hem, Ferdinand Hart Nibbrig en H.J. Wolters. Aan de tweede tentoonstelling van de Hollandse Kunstenaarskring namen ook deel Charley Toorop, Else Berg , Karel Colnot, Piet Mondriaan en Gustave De Smet. In 1916 werd door Le Fauconnier de kunstenaarsvereniging 'Het Signaal' opgericht, dat een figuratief expressionisme voorstond, steunend op zijn eigen werk en op zijn theoretische stellingen.

In 1941 verhuisde Piet van Wijngaerdt met zijn vrouw van Amsterdam naar Abcoude Hij reisde elke morgen om 08.00 uur naar zijn atelier in Amsterdam. Vanaf het Centraal Station wandelde hij vaak via het Rokin naar het Leidseplein, waar hij vaak rozen, aronskelken, chrysanten of een amaryllis kocht en nam deze mee naar zijn atelier aan de Overtoom 34, om ze te schilderen. Zijn vrouw overleed in 1950 op 61-jarige leeftijd. Zij nam een bijzondere plaats in zijn leven in en was de grote drijvende kracht achter hem. Ze stimuleerde hem zich steeds verder te ontwikkelen. Na haar dood schilderde hij een doek, van een omhelzing met haar, waaronder hij schreef: 'Ik zal niet meer vergeten haar die ik nooit meer zal zien' . Later nam Mevrouw J.Bartelings als huishoudster de algemene zorg voor hem op zich en spoorde hem aan tot grote creativiteit. Een jaar na zijn dood op 25 januari 1964 zou zij terugkeren naar haar geboorteplaats Groningen.[2]

Op hoge leeftijd nam Van Wijngaerdt 'smorgens de tram door Amsterdam om zijn atelier aan de Overtoom te bereiken. Rond 1 uur ging hij terug naar het Centraal Station om in de wac htkamer '1e klasse' een kop koffie te drinken en de kranten te lezen. Rond 4 uur nam hij de stoptrein (eerste-klasse-niet-roken-coupé) naar Abcoude. Hij werkte door tot aan het einde van zijn leven; op negentigjarige leeftijd overleed hij in zijn huis aan het Gein in Abcoude. Hij heeft een indrukwekkend oeuvre van zesduizend schilderijen, tekeningen, etsen, gravures en litho's nagelaten. Waarvan ongeveer zestig van Abcoude en omgeving.[2]

Exposities[bewerken]

Van Wijngaerdt exposeerde in het Stedelijk Museum Amsterdam in 1918, 1924, en 1935 en in kunstzaal Mak van Waaij aan het Rokin in Amsterdam en in de Lakenhal te Leiden. In 1954 vond opnieuw in het Stedelijk Museum in Amsterdam ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag een tentoonstelling plaats. Werk van Van Wijngaerdt is onder andere opgenomen in de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Dordrechts Museum en het Frans Hals Museum in Haarlem. In 2019 is er een uitgebreide tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum Alkmaar, 5tot en met 12 mei.

Literatuur[bewerken]

  • Piet van Wijngaerdt, Het Signaal, over de nieuwe strooming in de schilderkunst; verlucht met 35 reproducties, Bussum, Paul Brandt, 1916.
  • Renée Smithuis, Piet van Wijngaerdt (1873-1946) - grondlegger van de Bergense School. Waanders Uitgeverij, Zwolle 2019. ISBN 9789462622111