Pithari

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een Pithari (Grieks: πιθαρκού) is een groot aardewerk vat, bedoeld voor opslag die werden vervaardigd onder andere in Phini en Kornos op Cyprus.

Historie[bewerken | brontekst bewerken]

Al sinds het Neolithicum werd op Cyprus aardewerk vervaardigd, de klei van het eiland was door zijn specifieke plastische eigenschappen zeer geschikt voor keramiek. Men vervaardigde gebruiksaardewerk naar behoefte waarvan de stijl door de loop der eeuwen zich doorlopend wijzigde.

De aardewerk vaten voor de gisting en bewaring van wijn uit de omgeving van Phini hadden grote afmetingen en zijn daardoor bekend geworden. In Phini ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een unieke en uitgebreide traditie in pottenbakken, het was een van de vier belangrijkste centra van aardewerk op Cyprus. De klei bakt rood en enigszins poreus terracotta, de kleinere voorwerpen werden gemaakt door de vrouwen terwijl de mannelijk bevolking zich toelegde op de vervaardiging van wijnvaten. In de buurt van Limisso een gehucht dat anno 2020 niet meer bestaat ontdekte Luigi Mayer aan het einde van de 18e eeuw een enorme pot met een doorsnede van 3 meter en een wanddikte van 9 centimeter.

De pot was voorzien van vier handgrepen versierd met de afbeelding van een stier. De binnenzijde van de pot was bedekt met een teerachtige laag, de inhoud zal ongeveer 12.000 liter zijn geweest.

Met name op Cyprus werden de grote pithari gebruikt bij de fabricage van een typisch Cypriotische wijn de Commandaria het is een amberkleurige zoete dessertwijn van druiven verbouwd op de uitlopers van het Troödosgebergte.

Productie[bewerken | brontekst bewerken]

S Restituta - scavi, pithos P1210461
Pithos, Late Cycladic I-II, Phylakopi III, AM Milos, B 153, 152411
Pitharia

In het Middellands Zeegebied was de productie van keramiek vaten (amforen) voor bewaren van goederen vrij algemeen, wijnvaten werden meestal geheel of gedeeltelijk ingegraven of in grote ondergrondse ruimten geplaatst. De klei werd samengesteld uit rode en witte klei, gemengd, fijn gestampt en ontdaan van stenen en andere verontreinigingen en met water plastisch gemaakt. Omdat de grote potten op de plaats van bestemming werden gemaakt en gebakken werd de klei door de toekomstige eigenaar getransporteerd naar de plaats van bestemming. De potten werden vervaardigd door de mannen, de "pitharades" (pithari = pot), de pot wordt geheel met de hand gevormd. De pottenmaker begint op dag 1 met het leggen van de bodem die stevig genoeg moet zijn om het gewicht van de pot te dragen. De dagen daarna, 20 -45 dage afhankelijk van de afmeting, werd de pot elke dag opgebouwd met een nieuwe ring van klei. Om te zorgen dat de volgende ring hecht werd de gemaakte ring afgedekt om uitdroging te voorkomen. Nadat de pot was voltooid werd deze gedroogd gedurende 10 tot 15 dagen. Daarna werd de pot over matten naar een enorme oven gerold en in 3 dagen gebakken, voor de grootste potten werd de oven om de pot heen gemaakt. Na het bakken en werden de potten als ze nog warm waren aan de binnenzijde ingesmeerd met teer en azijn om de wanden waterdicht te maken. Op de potten zijn meestal de naam van de maker, de datum en soms de naam van de eigenaar aangebracht. In de jaren 70 van de 20e eeuw is de productie stil gevallen, getracht wordt het vak wel in stand te houden, meerdere exemplaren staan in het Pilavakio Museum in Phini.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 1990 maakte Theophanis Pilavakis, de curator en oprichter van het museum, een pithari van 2000 liter voor een vermelding in het Guinness book of records.
  • Pitharia van kleine afmetingen tot ongeveer 150 cm diameter voor decoratieve doeleinden worden nog steeds (2020) gemaakt.

bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • http://www.phinivillage.com
  • The Village Potters of Cyprus, G. London, 1989
  • Views in the Ottoman Empire, London: R. Boyer, 1803
  • Archaeology and Urban Settlement in Late Roman and Byzantine Anatolia, In J. Haldon, H. Elton, & J. Newhard (Eds.), 2018.
  • KOPONEIKA: Storage-Jar Production and Trade in the Traditional Aegean, H. Blitzer, 1990.