Placenta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een foetus in de baarmoeder met de placenta

De placenta of moederkoek is het orgaan dat bij zoogdieren tijdens de zwangerschap aangemaakt wordt door het embryo in de baarmoeder.

De placenta vormt een scheiding tussen de bloedsomloop van de moeder en de bloedsomloop van het embryo. Voedingsstoffen gaan van de moeder naar het embryo door middel van de placenta. Afvalstoffen gaan dezelfde weg terug. Ook worden hormonen en antistoffen middels de placenta uitgewisseld. Er is echter geen direct contact tussen de twee bloedsomlopen van moeder en kind. Als dat wel zo zou zijn en de bloedgroep van de moeder verschilt met die van het kind, zou dit fatale gevolgen kunnen hebben.

Na de geboorte van het jonge dier (of de baby) wordt de placenta in de vorm van een nageboorte geboren.

Monotremata en buideldieren hebben geen placenta.

Anatomie[bewerken]

De placenta is door middel van de navelstreng (umbilicus) verbonden met de foetus en bestaat uit twee verweven delen:

  1. de embryonale weefsels die uit de ingenestelde zygote ontstaat
  2. de decidua: de maternale weefsels die uit de uteruswand uitgroeien

Functie[bewerken]

Filtratie en doorgave van stoffen[bewerken]

Voedingsstoffen, zuurstof, antilichamen en hormonen uit het bloed van de moeder worden doorgegeven naar de vrucht. (Bij veel diersoorten worden echter geen antilichamen doorgegeven, wat het geven van de eerste moedermelk (biest) des te belangrijker maakt.) De placentabarrière filtert potentieel schadelijke stoffen. Sommige stoffen zoals ethanol (alcoholische dranken), sigarettenbestanddelen of virussen worden niet tegengehouden en kunnen, afhankelijk van het tijdstip in de zwangerschap, de vrucht blijvend beschadigen; dit wordt teratogeniciteit genoemd. Zo is o.a. bekend[bron?] dat roken de hartslag van het kind verhoogt en dat het HCV-virus (Humaan Cytomegalo-Virus) schadelijk kan zijn.

Metabole en endocriene werking[bewerken]

Naast andere hormonen, wordt progesteron geproduceerd, wat cruciaal is voor de instandhouding van de zwangerschap. De productie van progesteron vindt eerst in het geel lichaam corpus luteum plaats, maar wordt later overgenomen door de placenta. Bij dieren zit er echter veel variatie op. Andere hormonen als somatomammotropine (=placentaal lactogeen), oestrogeen; relaxine en HCG veroorzaken een verhoogde bloedsuikerspiegel zodat een verhoogde overdracht aan voedingsstoffen naar de foetus kan plaatsvinden.

Geboren vruchtvlies (amnion) en placenta na de bevalling

Doorlaten van cellen[bewerken]

De placentabarrière laat ook cellen van de foetus door naar de moeder en cellen van de moeder gaan ook over naar de foetus. Dit kan leiden tot foetusmicrochimeren bij de moeder (FMc) en moedermicrochimeren (MMc) bij het kind.[1]

Nageboorte[bewerken]

Na de geboorte verliest de placenta zijn functie. De doorbloeding stopt zodra de navelstreng afgeklemd of afgesneden wordt (het hart van de vrucht zorgt voor circulatie). Na de geboorte van de foetus komt ook de nageboorte af.

Bij vele diersoorten wordt de placenta opgegeten (placentofagie) omdat deze voedzame stoffen bevat, ook omdat de nageboorte en het vruchtwater roofdieren op het spoor kunnen brengen van het jong. Bij mensen, vooral in de Westerse wereld, belandt de placenta na de geboorte meestal bij het medisch afval. Sommige (sub)culturen hechten meer waarde aan de placenta en deze kan op rituele wijze begraven of ook wel gegeten worden.

Placentatietypen[bewerken]

indeling volgens interactiegraad[bewerken]

Bij de verschillende zoogdiersoorten kan men verschillende placentatypen onderscheiden naargelang de graad van interactie tussen de moeder- en vruchtdelen van de placenta. Deze zorgt voor een verschillende graad van onder andere maternale immuniteit bij de neonatus.

indeling volgens vorm[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties