Naar inhoud springen

Plagioklaas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Plagioklaas onder de polarisatiemicroscoop. Het mineraal is in een dunne doorsnede onder gepolariseerd licht herkenbaar aan de grijze kleur. In dit geval zijn ook veel karakteristieke tweelingen zichtbaar als nauwe lamellen.

De mineralen-reeks plagioklaas (Oudgrieks: πλάγιος (plágios), scheef en κλάσις (klásis), het breken, breuk[1]) is een groep van mineralen die behoren tot de veldspaten en aluminium-tectosilicaten. Plagioklaas is een vaste oplossing met samenstellingen tussen de eindleden albiet (natrium-houdend) en anorthiet (calcium-houdend).

Plagioklaas-reeks

[bewerken | brontekst bewerken]

De kristallografie van de veldspaten varieert sterk met de samenstelling en is vrij complex. De symmetrie varieert van monoklien tot triklien. Algemeen komen meerdere systemen van splijting voor, ook bestaan er hoge en lage temperatuursvormen.

De individuele plagioklaasmineralen, gewoonlijk verkort aangeduid als plagioklaas, zijn belangrijke gesteentevormende mineralen in zowel felsische stollings-, metamorfe als sedimentaire gesteenten. Een veel voorkomende kleur van plagioklaaskristallen is melkwit en daarmee is het een vrij gemakkelijk te herkennen mineraal in gesteenten.


Gesteentevormende mineralen (stollingsgesteenten)

felsisch--------------------------------------------------mafisch
kwarts - veldspaat - mica - amfibool - pyroxeen - olivijn

  Syeniet
Zie de categorie Plagioclase van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.