Planeet negen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Planeet negen
Impressie van Planeet negen als ijsreus tegen de achtergrond van de Melkweg; rechtsboven is de Zon
Impressie van Planeet negen als ijsreus tegen de achtergrond van de Melkweg; rechtsboven is de Zon
Type Planeet
Datum ontdekking 20 januari 2016 (nog niet bevestigd)[1]
Ontdekt door Konstantin Batygin en Michael E. Brown (nog niet bevestigd)
Fysische gegevens
Omtrek ≈ 123.000 km
Diameter 26.000 tot 52.000 km
Massa 6 × 1025 kg (meer dan tien keer de Aarde)
Baangegevens
Type ellips
Perifocus ca. 200 AE
Apofocus ca. 1200 AE
Excentriciteit (e) 0,6
Inclinatie (i) ca. 30°
Waarnemingsgegevens
Schijnbare helderheid ca. 22[2] mag
Portaal  Portaalicoon   Astronomie

Planeet negen (Engels: Planet Nine) is een veronderstelde grote planeet die zich in het buitenste gedeelte van het zonnestelsel - ver buiten de baan van Neptunus - zou bevinden.[3] Een hypothetische planeet zou de verklaring kunnen zijn voor het opmerkelijke gedrag dat een aantal Transneptunische objecten in het buitengebied van de Kuipergordel vertoont. Konstantin Batygin en Michael E. Brown, wetenschappers aan de Caltech Universiteit, kondigden op 20 januari 2016 hun ontdekking aan, die gebaseerd is op dynamische modellen, en niet op visuele waarnemingen.[4]

Eigenschappen[bewerken]

Baan[bewerken]

Planeet negen zou een elliptische baan rond de Zon volgen, met een omlooptijd van tussen de 10.000 en 20.000 jaar. De planeet zou nooit dichter bij de zon komen dan tweehonderd keer de afstand tussen de Zon en de Aarde, oftewel 200 AE.[1] De hoge excentriciteit zou de planeet tot 1200 AE van de zon kunnen verwijderen tijdens haar apofocus.[2]

Grootte[bewerken]

Planeet negen zou qua grootte en samenstelling lijken op de ijsreuzen Uranus (blauw links) en Neptunus (rechts).[5]

Naar schatting heeft Planeet negen een massa die ongeveer tien keer zo groot is als die van de aarde.[2] Andere schattingen spreken van een massa tussen de "vijf en vijftien keer" die van de aarde.[5] De diameter zou twee tot vier keer die van de aarde zijn.[6] Infraroodonderzoek uit 2009 door de Wide-field Infrared Survey Explorer sluit deze geschatte grootte niet uit: een object ter grootte van Neptunus voorbij 700 AE is mogelijk.[7] Bij een vergelijkbare zoektocht uit 2014 naar hemellichamen met een massa van Jupiter aan de rand van het zonnestelsel tot een afstand van 26.000 AE werd niets gevonden.[8]

Samenstelling[bewerken]

Brown vermoedt dat de planeet een ijsreus is, vergelijkbaar met Neptunus en Uranus. Dat zou betekenen dat ze vooral bestaat uit rots en ijs, met een relatief kleine hoeveelheid gas.[6]

Naamgeving[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Speculatieve planeet

Brown en Batygin gebruikten tijdens hun onderzoek verschillende namen voor de hypothetische planeet, waaronder "Jehosafat" en "George." Brown zei dat ze tegen elkaar meestal de term "Fatty" ("dikzak") gebruikten.[9] Tot 2014 werd er gespeculeerd over een mogelijk trans-Neptunisch hemellichaam met een massa die vijf tot tien keer zo groot is als die van de Aarde. Dit hypothetisch object werd "Telesto" genoemd.[10]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Uitleg hieronder komt niet overeen met uitleg "what is its name" op https://solarsystem.nasa.gov/planets/planetx/indepth

Voor meer dan honderd jaar was de term Planeet X in zwang voor tot op heden onontdekte objecten die zich aan de rand van het Zonnestelsel zouden bevinden. Veel astronomen onthouden zich echter van deze term. Sinds 2006, toen Pluto zijn status als volwaardige planeet verloor - hij geldt tegenwoordig als dwergplaneet - wordt Planeet X steeds minder gebruikt: de naam zou verwijzen naar een tiende planeet (de X staat voor de Romeinse tien). Dit terwijl men feitelijk op zoek is naar een negende planeet. De dwergplaneet Pluto was tot 2006 geclassificeerd als een planeet, de negende vanaf de zon gerekend.

Indirecte aanwijzingen voor het bestaan van Planeet negen[bewerken]

De baan van zes Transneptunische objecten leidde naar de hypothese van een verre planeet

Het bestaan van Planeet negen zou goed het gedrag van zes Transneptunische objecten verklaren. De zes objecten bevinden zich in een elliptische baan om de Zon die grotendeels buiten de Kuipergordel ligt. De data laten zien dat de objecten een vergelijkbare baan beschrijven, in grofweg hetzelfde platte vlak.[2] Volgens berekeningen en simulaties van Batygin en Brown is er een kans van 0,007 procent dat het gedrag van de objecten op toeval berust.[11] Planeet negen zou zich in een tegenovergestelde baan bevinden van de Transneptunische objecten.

Object Omlooptijd
(in jaren)
Lange as
(in AE)
Perifocus
(in AE)
2012 VP113 04 300 263 80
2004 VN112 05 850 325 47
2010 GB174 06 600 361 48
2013 RF98 05 600 325 36
2007 TG422 11 200 501 36
90377 Sedna 11 400 524 76

Kritiek[bewerken]

Kort na de publicatie kwam er kritiek op de stelligheid waarmee met een aantal aannames werd gewerkt.[12] NASA wacht op meer bewijs voor de hypothese, en wil dat andere verklaringen voor het gedrag van de Transneptunische objecten onderzocht worden.[13] In herfst 2017 liet NASA weten dat de hoek van omloopbanen van vijf objecten in de Kuiper Belt ten opzichte van de acht planeten op het bestaan van planeet negen wijzen.[14]

Vervolgonderzoek[bewerken]

In de herfst van 2017 (wanneer de aarde aan de juiste kant van het zonnestelsel verkeert) is het team onder leiding van Brown en Batygin actief gaan speuren naar planeet negen. Het zou volgens Brown slechts een kwestie van tijd zijn om deze exact te lokaliseren.[15]. In september 2017 hebben Brown en Batygin vijf nachten doorgebracht bij de Subaru-telescoop van het Mauna Kea-observatorium op Hawaï. Daarna is deze zoektocht tijdelijk gestopt voor periodiek onderhoud van de telescoop[16]. Ondertussen zal de in deze periode opgeslagen data worden geanalyseerd. Batygin acht de kans dat planeet negen reeds in deze data gevonden wordt op 10 tot 15 procent[17]. In december wordt waarschijnlijk de zoektocht hervat. Het gebied dat wordt afgespeurd ligt in het sterrenbeeld Orion.

Externe links[bewerken]