Plastron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De verschillende delen van het buikpantser van een soepschildpad (Chelonia mydas):
1. tussenkeelschild
2. keelschild
3. bovenarmschild
4. borstschild
5. buikschild
6. dijbeenschild
7. anaalschild
8. okselschild
9. inframarginale schilden
10. maagschild

Het plastron[1] is het buikpantser van een schildpad,[2] het rugschild wordt carapax genoemd,[2] het geheel heet pantex.

Het plastron bestaat uit verschillende delen die ieder een eigen naam hebben, zie het schema rechts. Het buikpantser wordt gevormd uit harde platen van keratine, en is niet verstevigd met ribben zoals het rugschild. Het buikpantser heeft bij de mannetjes een ondiepe kuil zodat ze makkelijker op de vrouwtjes kunnen klimmen bij de paring. Doosschildpadden kunnen het buikpantser aan beide kanten inklappen, zodat ze helemaal in het schild worden opgeborgen.

Afbeeldingen[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Kokke-Smits, M.E., & Osse, J.W.M. (1968). Van der Klaauw en Van Oordt's technische termen ten gebruike bij het zoölogisch en anatomisch onderwijs aan Nederlandsche universiteiten (8ste druk). Leiden: E.J. Brill.
  2. a b Brongersma, L.D. (1941). De huid en de huidspieren. In J.E.W. Ihle (Red.), Leerboek der vergelijkende ontleedkunde van de vertebraten. Deel I. (2de druk). (pp. 27-94 ) Utrecht: N.A. A. Oosthoek’s Uitgevers Mij.