Plautdietsch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Menno Simonsz

Plautdietsch is de internationaal bekende aanduiding voor de oude, eigen taal van mennonieten of menisten. Deze vredesgezinde wederdopers, zich later doopsgezinden noemend, waren oorspronkelijk volgelingen van een Friese pastoor uit Witmarsum, Menno Simonsz. (1496-1561). Deze was door Bijbelstudie tot radicaal evangelische inzichten gekomen. Hij trad in 1536 uit de kerk en trok predikend door de Nederlanden en noordelijk Duitsland, en werd daarbij steeds achtervolgd.

Terminologie[bewerken]

Plautdietsch, meer fonetisch gespeld Ploat dietsj, betekent letterlijk hetzelfde als Platdiets. Deze aanduiding wordt in het Nederlands een enkele keer ook wel voor het Plautdietsch gebruikt[1], hoewel dat enige verwarring kan geven, omdat met Platdiets doorgaans de streektaal, ten oosten van de Voerstreek, in de Belgische provincie Luik wordt aangeduid.

Het is een saillant punt dat ook in de algemeen gehanteerde naam Plautdietsch de vorm dietsch bewaard is gebleven, en dat die niet is samengevallen met Plattdüütsch (Nederduits), wat eerder te verwachten was geweest. Uiteraard zijn Diets(ch), Deutsch, Düütsch verwante taalbegrippen al worden zij aangewend voor verschillende dialectclusters van het Nederduits-in-de-ruime-zin. In de 16e eeuw bestond er nog geen Standaardnederlands, maar was de volkstaal samengesteld uit vele dialecten. De Nederlandse, of met de middeleeuwse term Dietse dialecten vormden aan de oostelijke kant van ons taalgebied een continuüm met de aangrenzende Nederduitse, en de Nederlandse taal, c.q. Nederlandse dialecten werden dan ook Nederduits genoemd. Deze terminologische overlappingen geven aan dat er geen fundamentele verschillen en geen scherpe geografische afbakeningen waren. Tot ver in de moderne tijd kon de bevolking aan weerszijden van de Duits-Nederlandse staatsgrenzen elkaar tot diep in hun achterland wederzijds verstaan in hun eigen dialect. Pas later hebben het Algemeen (Beschaafd) Nederlands en het Hoogduits in hun rol van op school geleerde cultuurtaal de functie van uniek en aan de staat verbonden communicatiemedium overgenomen in dit gebied waar voorheen alleen vloeiende overgangen bestonden.

Aan te nemen is, dat de variant Plautdietsch terug te voeren is op de achtergrond van de sprekers, Mennonieten ofwel menisten die voor een belangrijk deel uit de Nederlanden afkomstig waren, en zich rond 1600 vestigden in de omgeving van Danzig, in de zogenaamde Danziger Niederung (delta), waar op dat moment andere dialectvormen van het Nederduits (Neder-Pruisisch) gesproken werden. Deze menisten uit de Lage Landen, met name uit Noord-Holland en Friesland, werden uitgenodigd de delta van de Weichsel (Wisła) droog te leggen en in te polderen vanwege hun kennis en ervaring van waterbeheer. Zij stichtten op drooggelegd gebied een aantal dorpen. Zij pasten zich weliswaar gaandeweg steeds meer aan de Nederpruisische streektaal aan, maar behielden toch ook markante eigen taaleigenheden. Hun Weichselplatt kwam, na de overname van dit gebied door het koninkrijk Pruisen in 1796 onder nog sterkere invloed van de Hoogduits bestuurs- en onderwijstaal. Zie ook: Nederlandse invloed op het Nederduits.

Ontstaan[bewerken]

Zo is het te begrijpen, dat het Plautdietsch als een derivaat van diverse Nederduitse dialecten is ontstaan, om zich vervolgens zowel van het huidige Nederlands als van het huidige Nedersaksisch/Nederduits te gaan onderscheiden. Het onderstaande tekstvoorbeeld van het Onze Vader in de vier betrokken taalvariëteiten laat ook duidelijk zien dat het Plautdietsch een zeer sterk Hoogduits element bezit. Dit is een gevolg van de overgang van de menisten die de Nederduitse Bijbel gebruikten op de Hoogduitse, aan het einde van de 18de eeuw.

Waar, met name in Amerika, Düütsche varianten gesproken worden, zijn deze weliswaar ook van mennonieten afkomstig maar dan immigranten uit midden of zuidelijke Duitstalige streken en met name ook uit het Zwitserse Bernerland. Zij werden daar verdreven en emigreerden naar Pennsylvanië. Daar spreken velen van de zogeheten Amish nog steeds een vorm van Bernerduits, dat in het Engels, niet door de begripsbetekenis maar door de klankgelijkenis, verwarrend wordt aangeduid als Pennsylvania Dutch (< Düütsch).

De basis van het Plautdietsch of Weichselplatt is 16e-eeuws Oostnederduits, de oostelijke variant van het Nederduits, dat sedert de late middeleeuwen als lingua franca en handelstaal werd gesproken van Vlaanderen tot in de Baltische landen en Finland.

De Weichsel ten zuiden van Gdańsk

Verspreiding[bewerken]

In de loop van vier eeuwen hebben mennonieten zich in kleine aantallen gevestigd in uithoeken in alle windstreken en over verschillende continenten, waar zij meestal in afgesloten dorpsgemeenschappen leven en strikt aan hun eigen tradities vasthouden. Zij ontlenen hun identiteit voor een belangrijk deel aan hun eigen taal. Deze werd ook op dorpsschooltjes gebruikt, hoewel daar het Hoogduits van de Bijbel werd onderwezen. Daar wordt veel aandacht besteed aan schoonschrijven, borduren, gedichten declameren en liederen zingen, waarbij het Plautdietsch een grote rol speelt. Er worden nog steeds bijbels, zangbundels, kinderliedboekjes, woordenboeken en niet te vergeten kookboeken in het Plautdietsch uitgegeven. Na 1803 trok een deel van de menisten uit het Weichseldelta naar de Oekraïne (zie Rusland-Duitsers), omdat de Pruisische regering niet langer een vrijstelling van dienstplicht toestond, en vervolgens verspreidde hun Plautdietsch zich vandaar over de halve wereld. Eerst door de vestiging van nieuwe kolonies, vanuit de overbevolkte oude kolonies in de Oekraïne, in westelijk Siberië. Na 1870 door emigratie vanuit Rusland naar Amerika, omdat de vrijstelling van militaire, nu Russische, dienstplicht werd ingetrokken. Na 1920 door emigratie vanwege vervolging en onteigening in het kader van de Sovjetisering, en na 1945 opnieuw uit de Sovjet-Unie met Amerikaanse hulp. Tenslotte na 1990 naar Duitsland en vandaar voor een deel verder naar Amerika.

Veel mennonieten vestigden zich in Noord-Amerika (in het bijzonder Canada) en Latijns-Amerika (met name Paraguay, Uruguay, Bolivia, Belize en Mexico[2]); van de laatsten leven de meesten in plattelandskolonies en hebben Spaanse en Portugese woorden opgenomen in hun eigen taal. Er zijn thans in totaal ongeveer 400.000 sprekers van het Plautdietsch, te verdelen over vier ongeveer even grote groepen: Canada (met name in Manitoba en Saskatchewan) en de Verenigde Staten; Duitsland; Kazachstan en Latijns-Amerika (Mexico, Paraguay, Bolivia, Brazilië en Belize). Er zijn twee hoofddialecten, die teruggaan op twee kolonies in de Oekraïne, de oude en de nieuwe. Veel jongere Russische mennonieten in Canada en de Verenigde Staten spreken tegenwoordig alleen Engels.

Tekstvoorbeeld[bewerken]

De tekst van het Onze Vader in het Plautdietsch, het Plattdüütsch / Nedersaksisch (Sleeswijk-Holstein) (variant A), het Plattdüütsch / Nederduits (variant B) en het Nederlands

Plautdietsch

Plattdüütsch / Nedersaksisch A

Plattdüütsch / Nederduits B

Nederlands

Ons Voda em Himmel, Unse Vader in' Himmel, Uns Vader in Himmel, Onze Vader die in de
hemel zijt,
lot dien Nome jeheilicht
woare;
Laat hilligt warrn dienen Namen. Heiliget is dien Naam. (Laat) Uw naam worde(n) geheiligd,
lot dien Ritjdom kome; Laat kamen dien Riek. Dien Riek sall komen. Uw rijk kome.
lot dien Welle jedone woare, Laat warrn dienen Willen, Dien Will doch doon, Uw wil geschiede,
uck hia oppe Ed, soo aus
em Himmel;
so as in'n Himmel so ok
op de Eerd.
up Welt as dat is in Himmel. op aarde zoals in de hemel.
jeff ons Dach fe Dach daut Broot, daut ons fehlt; Uns' dääglich Brood giff
uns vundaag.
Gäv uns dis Dag,
uns dagliks Brod.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vejeff ons onse Schult, Un vergiff uns unse Schuld, Un vergäv uns uns Schuld, en vergeef ons onze schuld,
soo aus wie den vejewe,
dee sich jeajen ons
veschuldicht ha;
as wi di vergeben hebbt,
de an uns schüllig sünd.
as wi vergäven
uns Schuldners.
zoals ook wij aan
anderen hun schuld
vergeven (vergeven onze schuldenaren).
en brinj ons nich en
Vesetjunk nenn,
Un laat uns nich versöcht warrn. Un bring uns nich in Versuchung. en leid ons niet in bekoring
(breng ons niet in verzoeking),
oba rad ons von Beeset. Mak uns frie vun dat Böse. Aber spaar uns van de Übel. maar verlos (red) ons van
het kwade (boze).

Literatuur[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Willy Sanders 1982: Sachsensprache, Hansesprache, Plattdeutsch, Göttingen, ISBN 3-525-01213-6; pp. 74-76.
  • Gilbert de Smet 1983: 'Niederländische Einflüsse im Niederdeutschen', in: Gerhard Cordes en Dieter Möhn (red.), Handbuch zur niederdeutschen Sprach- und Literaturwissenschaft, Berlin: Erich Schmidt Verlag, ISBN 3-503-01645-7, pp. 730 - 761.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Nederlands

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties