Poaskearls

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beeld van de Poaskearls in Ootmarsum

De Poaskearls ("Paaskerels") zijn acht katholieke, jonge (allemaal rond de 20), mannelijke ongetrouwden uit Ootmarsum in Twente, die een belangrijke rol spelen in de folklore en gebruiken van het Paasfeest aldaar. Wanneer de carnaval is afgelopen beginnen zij met de voorbereidingen voor het Paasfeest. Zij zijn te herkennen aan hun lange beige regenjas, zwarte broek en hoed.

Het fenomeen Poaskearls bestaat al lang in Ootmarsum. Er is geen algemeen geldende theorie over het ontstaan en de betekenis van hun paasgebruiken. Al in 1840 wordt het vlöggeln genoemd in de bronnen. De oorsprong van het gebruik is duister. Op 15 maart 2015 is deze traditie op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst.

Paasweekend[bewerken]

Een dag voor Pasen (Stille Zaterdag) kondigt de stadsomroeper om 12 uur 's middags het paasfeest aan. Om één uur rijden paaswagens naar het nabijgelegen Springendal om dennenhout te halen voor het paasvuur. Rond zonsondergang komen ze terug en rijden ze al zingend naar de paasweide voor de opbouw van het paasvuur. Op Eerste Paasdag (zondag) maken de Poaskearls om 8:45 uur en 14:15 uur een rondgang om de kerk en zingen daarbij paasliederen. Om 17:00 uur begint het vlöggeln: hand-in-hand, de Poaskearls voorop, lopen de inwoners van Ootmarsum (en andere belangstellenden) in een lange sliert door het stadje (en door enkele huizen met stiepel en cafés) naar het marktplein om afwisselend twee paasliederen te zingen (die telkens worden herhaald) en daarna de kinderen driemaal op te tillen waarbij ook driemaal "hoera" geroepen wordt. Om 20:30 wordt het paasvuur door de poaskearls aangestoken. Tweede Paasdag wordt het ritueel van de rondgang en het vlöggeln (ditmaal om 17.30uur) herhaald.