Politiegeweld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Politiegeweld is geweld dat wordt toegepast door handhavers van de wet. In Nederland wordt term door de politie zelf gedefinieerd als het geweld dat de politie volgens de wet mag gebruiken op basis van haar geweldsmonopolie. De vorm van dit geweld loopt uiteen van het gebruik van een wapenstok, vuurwapen, pepperspray, fysiek geweld, tot het inzetten van een diensthond.[1] Bij buitenproportioneel of excessief politiegeweld worden de mensenrechten van de slachtoffers geschonden. Dit geweld kan fysiek, maar ook psychisch van aard zijn.

Verenigde Naties[bewerken | brontekst bewerken]

De Verenigde Naties heeft in 1979 een gedragscode voor wetshandhavers ontworpen. Wetshandhavers zijn politieagenten en gevangenbewaarders, maar ook militairen kunnen onder bepaalde omstandigheden meehelpen bij het handhaven van wetten.[2]

België[bewerken | brontekst bewerken]

Wettelijk kader[bewerken | brontekst bewerken]

In België is de politie opgedeeld in twee niveaus, de lokale en de federale politie. De opdrachten van de Belgische politiediensten zijn vastgelegd in hoofdstuk IV van de wet op het politieambt.[3] Volgens deze wet heeft de Belgische politie de opdracht om de mensen te beschermen bij onheil, ramp of schadegeval.[4] De basisprincipes van de Verenigde Naties (VN) inzake het gebruik van geweld en vuurwapens door wetshandhavers (1990) worden in het Belgische recht overgenomen door middel van het wetboek van strafrecht en de politiefunctiewet.[5] Deze principes schrijven voor dat het gebruik van geweld evenredig, passend, gerapporteerd en tijdig moet zijn.

Gevallen van (vermeend) excessief politiegeweld[bewerken | brontekst bewerken]

Sommige gevallen van politiegeweld hebben veel media-aandacht gekregen, zoals:

  • April 2020: Adil, een 19-jarige man stierf onmiddellijk nadat hij door een politiecombi werd geraakt tijdens een achtervolging in Anderlecht na een weigering van een controle. Er wordt een onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of zijn dood al dan niet een ongeluk was.[6][7] De volgende dag braken er rellen uit in de stad.[8]
  • Augustus 2019: Mehdi, een 17-jarige mijnwerker, wordt aangereden door een auto van de Anti-Agressiebrigade nabij het station Brussel-Centraal. De politie achtervolgde hem om hem te controleren.[9]
  • Mei 2018: Mawda Shawri, 2-jarig Koerdisch meisje, doodgeschoten door een politieagent tijdens een achtervolging in de buurt van Maisières (Bergen).[10]
  • 2015: Bouyid-zaak, twee broers (17 en 25 jaar) worden geslagen tijdens hun detentie op het politiebureau van Sint-Joost-en-Noode (Brussel). De zaak gaat naar het EHRM.[11]
  • Januari 2010: Jonathan Jacob, een 26-jarige inwoner van Affligem, werd doodgeslagen op het politiebureau in Morstel (Antwerpen). Hij werd aangehouden door de lokale politie van Mortsel omdat hij zich vreemd gedroeg onder invloed van amfetamines. Beeldmateriaal toonde acht agenten van de Speciale Interventie-eenheid van de Antwerpse politie die Jacob in bedwang hielden en sloegen nadat hij was geïnjecteerd met een kalmerend middel veroorzaakte publieke verontwaardiging. Jacob stierf als gevolg van interne bloedingen na het incident, maar de politie beweerde dat ze geen fouten hadden gemaakt en "zorgvuldig handelden en de nodige voorzorgsmaatregelen respecteerden".[12][13]
  • September 1998: Semira Adamu, een 20-jarige Nigeriaanse asielzoeker, wordt met behulp van een kussen verstikt door twee Belgische politieagenten tijdens een poging tot het uitzetten uit het Belgisch grondgebied op de luchthaven van Zaventem.[14]

Officiële statistieken[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn in België geen betrouwbare en nauwkeurige statistieken of algemene gegevens die excessief politiegeweld kwantificeren. De instantie die het dichtst in de buurt komen qua rapportering is het Comité P.

België heeft in 1991 het Permanent Comité voor de controle van de politiediensten opgericht, ook wel Comité P genoemd, het externe controleorgaan voor alle ambtenaren van de politiediensten in België. Het publiceert een jaarverslag waarin het aantal ontvangen klachten wordt ingedeeld, ingedeeld in categorieën. In 2018 bedroeg het aantal klachten 2.965 (stijgend sinds 2015), de commissie is verantwoordelijk voor de verspreiding van de dossiers naar de bevoegde autoriteit volgens de begane fout. 4.4 % van deze dossiers, of 118, werden onderzocht door de Comité P. In 35 dossiers werd een fout vastgesteld en bij 70% werd (nog) geen fout vastgesteld. 81 gerechtelijke onderzoeken werden geopend (waaronder 31 voor slagen en verwondingen en 13 voor het gebruik van wapens). Het rapport geeft de resultaten van het gerechtelijk onderzoek niet weer.[15]

In het rapport van comité P uit 2017 staat dat van 2013 tot 2017 94% van de gevallen van politiegeweld zonder gevolg bleef (geseponeerd -68% , vrijspraak 20%, opschorting van uitspraak 6%). Uit hetzelfde rapport uit 2006 bleek dat de politie 7 keer vaker opschorting van uitspraak kreeg dan gewone burgers. Dus "bijna een op de drie rechercheurs (31.5 %) verkrijgt een opschorting en houdt een blanco strafblad."

Beoordeling door onafhankelijke instanties[bewerken | brontekst bewerken]

In 2020 lanceerde de Liga voor de Mensenrechten een nieuwe franstalige site, Police Watch om getuigenissen te verzamelen over buitensporig politiegeweld.[16]

In 2019 wijst een onderzoek van Myria en Doctors of the World op het feit dat in België 1 op de 4 migranten wordt geconfronteerd met politiegeweld, fysiek of mentaal. 1 op de 3 betrokken personen is minderjarig. Het rapport laat zien dat dit geweld "divers, illegaal en beledigend : fysiek geweld zoals stoten, trappen en knuppels, maar ook gedwongen en willekeurige fouilleringen, afpersing, vernedering en chantage om vingerafdrukken te krijgen, evenals illegale inbeslagname van persoonlijke spullen. 'Dit rapport vraagt 'dat de wet wordt gerespecteerd en dat degenen die zich aan dergelijke praktijken schuldig hebben gemaakt, berecht worden.[17][18]

In 2014 hekelde de Human Rights League de trivialisering van "politieblunders" met tal van gedocumenteerde gevallen ter ondersteuning.[19]

In 2017 meldt de Liga voor Mensenrechten dat het onrechtmatig gebruik van geweld en het gemak van bepaalde rechters in België terugkerende problemen zijn, ondersteund door twee beslissingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die erkend hebben dat feiten genegeerd of geminimaliseerd worden door de Belgische staat.[20] In 2019 meldde het ook een massale en onevenredige reactie van de politie in het kader van demonstraties.[21]

Moeilijkheden voor slachtoffers[bewerken | brontekst bewerken]

Een onderzoek uit 2020 door het Permanent Centrum voor Burgerschap en Participatie (CPCP) identificeerde problemen die zich in België voordoen in termen van politiegeweld voor slachtoffers: moeilijk gehoord te worden, moeite voor slachtoffers om bewijs te leveren (identificatie van daders ingewikkeld, het verkrijgen van videobewakingsbeelden of een medisch onderzoek), de weinige informatie die in het begin aan de slachtoffers wordt meegedeeld van het onderzoek tot de afsluiting, het gebrek aan informatie over de wet, de ontzegging van het recht op onderzoek, de voorkeursbehandeling van de rechter, het gebrek aan statistieken, noch onafhankelijke, noch onpartijdige toezichthoudende organen [22].

In 2013 heeft de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) België veroordeeld voor schendingen van de mensenrechten in hoger beroep in verband met de behandeling van twee in hechtenis genomen broers die door een officier waren geslagen. Het EHRM heeft haar bezorgdheid geuit dat "een klap die door een wetshandhavingsfunctionaris is toegebracht aan een persoon die volledig onder zijn controle staat, een ernstige aanval vormt op de waardigheid van die persoon".[23] De Belgische Liga voor Mensenrechten volgde het politiegeweld op via het Observatorium voor Politiegeweld (OBSPOL) nadat België gevallen van politieweld had gebagatelliseerd.[24] OBSPOL is in 2013 opgericht en verzamelt getuigenissen op zijn website, informeert slachtoffers van politiegeweld over hun rechten en pleit sterk voor aanpassing van het overheidsbeleid ten behoeve van slachtofferbescherming.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland kent een algemeen politiekorps. In de Nederlandse Politiewet 2012 staat omschreven wanneer er geweld ingezet mag worden.[25] Centraal staan daarbij de begrippen subsidiariteit en proportionaliteit: een geweldsmiddel mag alleen worden gebruikt wanneer er redelijkerwijs geen andere of lichtere optie voorhanden is, en het gebruikte geweld moet in verhouding staan tot het te bereiken doel. In de ambtsinstructie staat omschreven hoe de afweging gemaakt kan worden of er bij het ingrijpen ook geweldsmiddelen ingezet mogen, of moeten worden.[26]

Gebruik van het vuurwapen is niet alleen (onder bepaalde voorwaarden) toegestaan in geval van noodweer, maar ook om verdachten aan te houden, het zogeheten aanhoudingsvuur. Het moet dan wel gaan om verdachten die vuurwapengevaarlijk zijn, of die verdacht worden van een ernstig (gewelds)misdrijf. Was in de jaren 80 en 90 nog ongeveer in een kwart van de gevallen van vuurwapengebruik dor de politie sprake van aanhoudingsvuur, in 2012 was dat al meer dan de helft van de gevallen. Al enige decennia is het aantal personen dat door politiekogels wordt gedood, redelijk constant: ongeveer drie personen per jaar.[27] Er is echter geen consequente registratie van andere overlijdens van arrestanten of verdachten.[28]

Na de inzet van politiegeweld legt een agent verantwoording hierover af bij de hulpofficier van justitie (doorgaans een politieambtenaar). Afhankelijk van het gebruikte geweld en de gevolgen kan de hulpofficier besluiten een geweldsregistratie op te maken. Als dat gebeurt, toetst een commissie het geweldsgebruik, en besluit de politiechef of het gebruikte geweld aan de eisen voldeed. Wanneer er (ernstig) letsel is ontstaan of het geweldsgebruik een dodelijke afloop had, wordt er in principe altijd onderzoek gedaan door de Rijksrecherche, een onderdeel van het Openbaar Ministerie.

Gevallen van (vermeend) excessief politiegeweld[bewerken | brontekst bewerken]

  • 14 maart 2020 Tomy Holten (overleden in politiecel in Zwolle na arrestatie, onderzoek loopt nog)[29]
  • 20 agustus 2016: 30-jarige Umaru Sesay, vluchteling uit Sierra Leone (wrs. verward; overleden in poltiiecel; politie onschuldig aan overlijden verklaard)[30]
  • 16 juli 2015, onbekende 72-jarige man in Den Haag (overleden in politiecel; volgens onderzoek OM pollitie onschuldig)[31]
  • juni 2015: Mitch Henriquez (overleed door een nekklem; één agent veroordeeld voor mishandeling met de dood tot gevolg, agent vrijgesproken)
  • herfst 2014: Michal Melka, Pool (overleed in ziekenhuis mogelijk mede door nekklem politie)[32]
  • 24 november 2012 Rishi Chandrikasing (overleed door een politiekogel op station Den Haag HS) [33]
  • augustus 2003: Driss Arbib (overleed door een politiekogel; agent niet vervolgd)
  • 25 oktober 1985 Hans Kok (kraker, overleed in politiecel in Amsterdam na mishandeling door politie)
  • augustus 1981: Meta Hofman (overleed door een politiekogel; agent vrijgesproken)
  • juni 1966: Telegraafrellen (er werd een regeringscommissie ingesteld, uiteindelijk werd de hoofdcommissaris van politie ontslagen en trad de burgemeester af)
  • oktober 1929: Zinkwitstaking (twee doden door een in paniek schietende marechaussee)

Verenigde Staten[bewerken | brontekst bewerken]

De Engelse term "police brutality" of "police violence" verschilt in zoverre met de Nederlandstalige term "politiegeweld" dat met police violence een schending van de rechten van de arrestant wordt aangeduid: het gaat dan om het gebruik van excessief geweld, en kan zowel fysiek als verbaal zijn.[34]

Gevallen van (excessief) politiegeweld in de Verenigde Staten[bewerken | brontekst bewerken]