Polyisocyanuraat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Isolatieplaten van polyisocyanuraat

Polyisocyanuraat, ook wel PIR genoemd, is hard kunststofschuim dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor warmte-isolatie. Voor deze toepassing heeft het betere eigenschappen dan polyurethaan (pur).

Structuur en eigenschappen[bewerken]

Polyether-polyol wordt normaal gebruikt bij de productie van polyurethaan. Na reactie met een di-isocyanaat wordt een polyurethaan gevormd. Bij de productie van polyisocyanuraat is het polyether-polyol veelal vervangen door een polyester-polyol en wordt een overmaat methyleendifenyldi-isocyanaat (MDI) gebruikt. De overmaat MDI trimeriseert tot polyisocyanuraat (PIR). Het PIR-schuim heeft ten opzichte van purschuim een verbeterde dimensionele stabiliteit, verbeterde mechanische eigenschappen, zoals druksterkte en is veel sterker.

PIR is een niet-gevaarlijke, noch milieuvervuilende stof. Het is een polymeer en een soort thermohardend plastic. De stof kan meestal niet op een hoogwaardige manier gerecycleerd worden en vergaat vrijwel niet. Dit lijkt een negatief aspect, maar is het niet. Bij verbranding heeft het een zeer hoge energetische waarde en het product in zijn oorspronkelijke vorm heeft een zeer lange levensduur, waardoor het in bijvoorbeeld plaatvorm prima ingezet kan worden voor hergebruik. PIR is weliswaar slecht brandbaar, maar als het toch brandt worden giftige gassen gevormd.

Toepassingen[bewerken]

PIR wordt hoofdzakelijk gebruikt voor warmte-isolatie. Bij omgevingstemperatuur is de thermische geleidbaarheid gelijk aan 0,023 W/(m·K).

Zie ook[bewerken]