Naar inhoud springen

Pools-Russische Oorlog (1654-1667)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pools-Russische Oorlog
Het optreden van Jan Chryzostom Pasek in de slag bij Polonka uit 1660 geschilderd door Juliusz Kossak
Het optreden van Jan Chryzostom Pasek in de slag bij Polonka uit 1660 geschilderd door Juliusz Kossak
Datum 1654-1667
Locatie Oostelijk deel van het Pools-Litouwse Gemenebest
Resultaat Wapenstilstand
Verdrag van Androesovo
Casus belli Verdrag van Perejaslav
Strijdende partijen
Rusland

oostelijk Kozakken-Hetmanaat (Rechteroever-Oekraïne)

Pools-Litouwse Gemenebest
Kanaat van de Krim

westelijk Kozakken-Hetmanaat (Linkeroever-Oekraïne)

Leiders en commandanten
Aleksej Troebetskoj,
Bogdan Chmelnitski,
Joeri Chmelnitski,
Vasili Sjeremetev,
Vasili Boetoerlin
Ivan Chovanski,
Joeri Dolgoroekov,
Jakov Tsjerkasski
Stefan Czarniecki,
Wincenti Gosiewski,
Jan II Casimir van Polen,
Stanisłav Lanckoroński,
Jerzy Sebastian Lubomirski,
Michał Kazimierz Pac,
Aleksander Hilary Połubiński
Stanisław Rewera Potocki,
Janusz Radziviłł
Paveł Jan Sapieha,
Ivan Vygovski
Pavlo Teteria
Petro Dorosjenko

De Pools-Russische oorlog (1654-1667) was het conflict tussen het Pools-Litouwse Gemenebest en het Tsaardom Rusland (Moskovië) over Oekraïne en Wit-Rusland. Deze oorlog brak uit in 1654 toen de Kozakkenleider, Bohdan Chmelnytsky, het Oekraïense Kozakken-Hetmanaat onder bescherming van de Russische tsaar Alexis wilde plaatsen met het Verdrag van Perejaslav.

Zie Chmelnytsky-opstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Hetmanaat was onder Chmelnytsky's leiding in 1648 ontstaan tijdens de Chmelnytsky-opstand tegen Polen. De eerste twee jaar (1648–1649) boekten de Oekraïense Kozakken samen met hun Krim-Tataarse bondgenoten onverwacht grote successen tegen de Pools–Litouwse troepen, waarna de onafhankelijkheid van het Hetmanaat voorlopig diplomatiek erkend werd met het Verdrag van Zboriv (1649). Echter, nadat het Kanaat van de Krim de Kozakken in de steek liet en de Pools–Litouwse strijdkrachten zich hadden hersteld, begonnen de laatsten een hernieuwd offensief in 1651, waarbij de Kozakken een reeks gevoelige nederlagen leden en het voortbestaan van het Hetmanaat werd bedreigd. Na lang tobben besloot Chmelnytsky een bondgenootschap te sluiten met de Moskovieten als alternatief op het Krimkanaat.

Met versterkingen van de Moskovieten konden de Kozakken zich voorlopig staande houden. Chmelnytsky overleed in 1657, waarna er conflicten ontstonden over zijn opvolging. Sommige Kozakken schaarden zich achter zijn zoon Joeri Chmelnytsky (die een Moskougezind beleid voerde), andere verkozen Ivan Vyhovsky (die een compromis met Polen nastreefde). Deze onderlinge strijd verzwakte de Kozakken ernstig en werd uitgebuit door zowel Kraków als Moskou.

Dankzij hulp van Moskovië slaagden de tsaar-getrouwe Kozakken erin om de Polen te verslaan in Linkeroever-Oekraïne (ten oosten van de rivier de Dnipro). Maar Rechteroever-Oekraïne (ten westen van de Dnipro) ging verloren voor het Hetmanaat en kwam terug onder Pools bewind.

Zie De Ruïne (Oekraïense geschiedenis) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1667 sloten de strijdende partijen een wapenstilstand van 13,5 jaar met het Verdrag van Androesovo. Het Kozakken-Hetmanaat onder Moskovitische bescherming behield voorlopig de gebieden ten oosten van de Dnipro, de landen ten westen van de Dnipro kwamen weer onder Pools gezag. De troepen van de tsaar zouden de stad Kyiv (Kiow, Kiev) nog twee jaar bezet mogen houden en in 1669 teruggeven aan Polen, maar dat deden zij niet; daarmee schond Rusland het verdrag. Bij de Eeuwige Vrede van 1686 werd deze situatie ten slotte bevestigd, waarna Ivan Mazepa in 1687 Hetman werd en een tijd van herstel inluidde.

Wie de 'overwinning' kon opeisen is een omstreden kwestie. Het Verdrag van Androesovo was een wapenstilstand van 13,5 jaar en betekende als zodanig dat er geen duidelijke winnaar was die de verslagen partij voorwaarden voor vrede kon opleggen. Zowel vanuit Pools als vanuit Russisch perspectief kan worden betoogd dat zij de oorlog in 1654 begonnen met een claim op het gehele grondgebied van het Kozakken-Hetmanaat en uiteindelijk maar de ene helft wisten te veroveren (dan wel te behouden) en de andere helft verloren aan de tegenstander.

Gebied dat wordt aangeduid als Rechteroever-Oekraïne

Androesovo kende wel een duidelijke verliezer: de eenheid en onafhankelijkheid van het Kozakken-Hetmanaat. De oorlog ging ten koste van de welvaart en het welzijn van de Oekraïense Kozakken die daar woonden of uit moesten wegvluchten door het aanhoudende oorlogsgeweld en de daarmee gepaard gaande hongersnoden en epidemieën, die met name grote delen van Rechteroever-Oekraïne verwoestten. De periode tussen de dood van Bohdan Chmelnytsky en het aantreden van Mazepa staat in de Oekraïense geschiedschrijving dan ook bekend als de Ruïne (voor het eerst zo genoemd in de Velytsjko-Kroniek). De continue interne strijd en externe invasies en interventies ruïneerden de eenheid en welvaart van Oekraïne, ook lang nadat Rusland en Polen officieel een wapenstilstand hadden gesloten te Androesovo.

De precieze verhoudingen tussen het Kozakken-Hetmanaat en Moskovië zoals vastgelegd in het Verdrag van Perejaslav zijn omstreden tot op heden. Volgens gangbare Oekraïense interpretaties was er sprake van een hoge mate van gelijkwaardigheid, met uitgebreide interne en externe autonomie voor het Kozakken-Hetmanaat en slechts beperkte samenwerking op militair vlak. Volgens gangbare Russische interpretaties werd het Kozakken-Hetmanaat hiermee onderdeel van het grondgebied van het Tsaardom Rusland, met slechts hier en daar enkele bevoegdheden die Moskou aan de Kozakken zou delegeren. Westerse interpretaties beschouwen de status van het Hetmanaat na Perejaslav doorgaans als dat van een protectoraat, een vazalstaat of een satellietstaat. Het Hetmanaat kende een zekere (maar onduidelijke) mate van zelfbestuur onder de soevereiniteit van de Russische tsaar. Wat echter duidelijk is, is dat in de 110 jaar daarna stapsgewijs de Kozakse autonomie door Moskou werd ingeperkt en uiteindelijk in 1765 werd afgeschaft. Ondertussen wer­d de elite in oostelijk Oekraïne geleidelijk gerussificeerd.