Positief recht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het positief recht - ook wel vigerend recht of objectief recht genoemd - is het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt. Zo is het recht dat vandaag in België of Nederland van kracht is, het Belgische of Nederlandse positief recht. De Latijnse term (die vooral in Duitse literatuur wordt gebruikt) is lex lata (in zinsverband: recht de lege lata).

Positief recht wordt in de gemeenschap opgesteld en erkend, en door de overheid gehandhaafd. Daardoor onderscheidt het zich van het natuurrecht of individuele rechten, het ideale recht dat niet door een overheid afgedwongen wordt, maar in de mens zelf zit. Het één sluit het ander overigens niet uit: een gemeenschap kan een natuurrechtelijk geïnspireerde regel (tevens) tot positief recht verklaren.

Het positief recht staat ook in tegenstelling tot het recht dat nog niet van toepassing is, maar dat iemand wenselijk acht (wat uiteraard subjectief is). De Latijnse term is hier lex ferenda (in zinsverband: recht de lege ferenda).

Positief recht heeft in beginsel niets met rechtvaardigheid te maken. De regels die bij voorbeeld een dictatuur uitvaardigt en handhaaft zijn per definitie "positief recht", hoe onrechtvaardig ze in onze ogen misschien ook zijn.

Grondrechten[bewerken]

De term "positief recht" wordt ook gebruikt in de betekenis: een recht om iets van anderen te ontvangen, bijvoorbeeld het recht op onderwijs of medische zorg. Dan heeft men dus ergens recht op, waar 'de samenleving' of 'de overheid' voor moet zorgen. Het tegenovergestelde daarvan zijn negatieve rechten, wat inhoudt dat men het recht heeft onbelemmerd zijn gang te gaan, bijvoorbeeld, de vrijheid van meningsuiting, religie, drukpers, en dergelijke. Zie: Grondrecht