Positieve gezondheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Positieve gezondheid is een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf.

Aanleiding[bewerken]

Het begrip positieve gezondheid komt voort uit twijfel over de definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 1948. Bij deze WHO-definitie is gezondheid een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen maar de afwezigheid van ziekte of gebrek. Omdat de levensverwachting stijgt en het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen toeneemt, geldt voor steeds meer mensen dat er niet sprake is van volledig fysiek, mentaal en sociaal welbevinden; deze mensen zijn volgens de WHO-definitie ziek. Twee belangrijke Nederlandse organisaties op het gebied van gezondheid, Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ZonMw en de Gezondheidsraad organiseerden, samen met de arts-onderzoeker Machteld Huber, in 2009 een conferentie over de vraag ‘Wat is gezondheid, een toestand of een vermogen?’ en dus over de vragen of de WHO-definitie nog wel voldeed en zo niet, wat een passend alternatief is. Huber stelt als nieuwe definitie voor gezondheid voor het vermogen om je aan te passen en zelf te beslissen hoe om te gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven [1][2]:

Wat is positieve gezondheid?[bewerken]

De definitie van gezondheid bij positieve gezondheid wijkt in twee opzichten af van de WHO-definitie. Allereerst ziet men gezondheid niet als een statisch gegeven (dus geen staat van volledig welbevinden zoals de WHO stelde) maar als het vermogen om veerkrachtig te zijn, de regie te voeren en zich aan te passen. Zo worden mensen aangesproken op hun vermogen tot actie en niet benaderd als passieve zieke of als patiënt. Positieve Gezondheid betekent dat iemand zingeving ervaart en vaardigheden ontwikkeld heeft om de uitdagingen van het leven aan te kunnen. Een tweede verschil is dat er zes dimensies zijn waarmee men ‘gezondheid’ in kaart kan brengen, anders dus dan de drie (sociaal. fysiek, mentaal) van de WHO. De zes dimensies of indicatoren zijn:

  • lichaamsfuncties (bijvoorbeeld: ik voel me gezond en fit),
  • mentaal welbevinden (bijvoorbeeld: ik voel me vrolijk),
  • zingeving (bijvoorbeeld: ik ken mijn plek, ik heb vertrouwen in mijn toekomst),
  • kwaliteit van leven (bijvorbeeld: ik geniet van mijn leven),
  • meedoen (bijvoorbeeld: ik heb goed contact met andere mensen) en
  • dagelijks functioneren (bijvoorbeeld: ik kan goed voor mezelf zorgen).

Deze brede en dynamische invulling van gezondheid, met deze zes dimensies wordt ‘Positieve Gezondheid’[3] genoemd.

De zes dimensies zijn verwerkt in een zogenaamd spinnenwebdiagram.[4] Het spinnenweb is bedoeld als leidraad voor een gesprek, bijvoorbeeld tussen arts en patiënt over diens gezondheid en welbevinden volgens de zes dimensies en de eventuele wens om iets te veranderen. Niet het oordeel van de professional staat centraal, maar dat wat de persoon zelf belangrijk vindt en waar hij of zij aan wil werken.

Gespreksinstrument 'het spinnenweb' voor Positieve Gezondheid

Implementatie[bewerken]

Het werk van Huber over positieve gezondheid werd op verschillende plaatsen binnen de gezondheidszorg positief ontvangen[5][6][7] en geoperationaliseerd[8][9][10] Steeds meer (zorg)professionals en gemeenten nemen positieve gezondheid op in hun beleid.[11] Een vooorbeeld van een proefproject is dat van huisarts Hans-Peter Jung in Afferden, Limburg. Hij stelt dat door meer tijd per patiënt uit te trekken en het ‘andere’ gesprek te voeren 25% minder doorverwijzingen plaatsvindt. De huisartsenpraktijk zou 8 à 9% goedkoper zijn dan bij de oude manier.[12]

Verwante begrippen[bewerken]

Positieve gezondheid zou aansluiten bij andere benaderingen in het gezondheidsonderzoek. Zo stelde Aaron Antonovsky[13] voor het begrip salutogenese te gebruiken (als tegenhanger van pathogenese) om daarmee te laten zien dat werken aan gezondheid echt iets anders is dan de genezing of preventie van ziekte. Antonovsky noemt het ervaren van sense of coherence (samenhang) als een belangrijke voorspeller voor het kunnen omgaan met tegenslag en spanning in het dagelijks leven. Ook Victor Frankl benadrukte de rol van zingeving [14]" in zijn boek Man's Search for Meaning: An Introduction to Logotherapy.[15] Mildred Blaxter[16] neemt een soortgelijk standpunt in, met haar definitie [17] van gezondheid: “Health can be defined negatively, as the absence of disease, functionally, as the ability to cope with everyday activities, or positively, as fitness or well-being”.

Positieve Gezondheid zou een brug slaan naar de positieve psychologie: een stroming binnen de psychologie waar onderzoek gedaan wordt naar wat maakt dat mensen welbevinden ervaren en floreren. Corey L.M. Keyes[18] ontwikkelde het “Complete State Model of Mental Health”. Volgens Keyes bestaat mentale gezondheid uit een combinatie van emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden. Mensen die zich in het midden van het spectrum bevinden worden als gemiddeld gezond beschouwd, Keyes spreekt van floreren (flourishing) als er sprake is van een hoog niveau van welbevinden en goed functioneren op psychologisch en sociaal gebied en van lijden (languishing) als er sprake is van een laag niveau van welbevinden.[19] Ook Jan Auke Walburg[20] stelt dat gezondheid meer is dan het vermogen om ons aan te passen en onszelf te redden. Ons belangrijkste vermogen is tot bloei te kunnen komen.

Anderen noemen overeenkomsten met persoonsgerichte zorg en het ICF-model. Eens is men het over het feit dat Positieve Gezondheid breder is dan het biopsychosociale model dat kan worden gezien als een van de voorlopers van de nieuwe opvattingen over gezondheid.

Kritiek[bewerken]

Het feit dat het woord ‘gezondheid’ gebruikt wordt voor een toestand en ook voor het omgaan met die toestand wordt soms als verwarrend beschouwd. Mensen kunnen op een gezonde en ongezonde manier omgaan met hun eigen (on)gezondheid.[21][22][23] Andere kanttekeningen betreffen de vraag of iedereen wel in staat is zelf de regie te voeren over hun eigen gezondheid[24] en de kwestie of deze visie op gezondheid niet (onbedoeld) medicaliserend kan werken. Als het hele leven tot de gezondheidszorg gaat behoren wordt het terrein dat de huisarts moet bestrijken misschien wel erg groot. Anderen wijzen op de lastigheden rondom het meetbaar maken van het concept en de overlap met een ontwikkeling als patiëntenparticipatie (shared decision-making in medicine).