Postglaciale opheffing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Opheffing of daling van de lithosfeer wereldwijd sinds het einde van de laatste ijstijd. Deze beweging van de lithosfeer wordt naast het smelten van landijs ook veroorzaakt door de toename van water in de oceanen. De kaart is gebaseerd op satellietmetingen van de huidige beweging van het aardoppervlak en geologische gegevens, zoals de hoogte van oude kustlijnen t.o.v. het huidige zeeniveau.
Een hypothetische waterspiegel in Finland 11.000 jaar geleden, als het zeeniveau destijds gelijk was aan tegenwoordig. Als gevolg van postglaciale opheffing ligt de huidige kustlijn (zwarte lijn) verder zeewaarts.
Groei van de eilanden van Stockholm-centrum door 4000 jaar postglaciale opheffing

Postglaciale opheffing is het omhoog komen van de aardbodem als gevolg van het smelten van landijs.

Principe[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Isostasie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Postglaciale opheffing is een gevolg van het principe van isostasie. Volgens dit principe "drijft" de aardkorst op de plastische ("vloeiende") aardmantel. In een glaciale periode (een "ijstijd") ligt bovenop een stuk aardkorst een zware massa van soms vele kilometers dik ijs. Als het klimaat warmer wordt smelt het ijs, waarna de korst omhoog beweegt; 'opveert'. Dit vindt langzaam plaats vanwege de interne sterkte van de korst. In Scandinavië en centraal-Canada beweegt de korst op het moment nog steeds omhoog, hoewel het einde van het glaciaal meer dan 10.000 jaar geleden was.

Door de rigiditeit van de korst vindt soms rondom gebieden waar opheffing plaatsvindt, een postglaciale daling plaats. Dat is het geval in Nederland, als tegenhanger van de postglaciale opheffing in Scandinavië. Het kantelpunt bevindt zich in Denemarken.

Hoogste kustlijn[bewerken | brontekst bewerken]

De hoogste kustlijn is de kustlijn tot waar het het zeeniveau maximaal kwam toen de ijskappen zich terugtrokken. In Nederland en België is deze term niet van toepassing, maar in Scandinavië, Schotland en delen van Canada des te meer. Een voorbeeld is de Zweedse 'Hoge kust'. Er is vaak een groot geologisch verschil tussen de gebieden boven en beneden de hoogste kustlijn. Beneden de hoogste kustlijn zijn glaciomariene en glaciolacustriene afzettingen te vinden terwijl die boven de hoogste kustlijn ontbreken. Ook zijn de tills beneden de hoogste kustlijn vaak enigszins gesorteerd aan het oppervlak als gevolg van golfwerking.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Postglaciale opheffing van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.