Antihomoseksueel geweld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Potenrammen)
Ga naar: navigatie, zoeken

Antihomoseksueel geweld is het fysiek mishandelen of verbaal bedreigen van homoseksuelen. Ook wordt wel de term antihomogeweld gebruikt, maar die is minder correct, aangezien het slachtoffer niet altijd homoseksueel hoeft te zijn. In de omgangstaal wordt ook wel gesproken van potenrammen, waarbij de dader wordt aangeduid als een potenrammer. In het Engels wordt de term gaybashing gebruikt. Antihomoseksueel geweld kan een uiting zijn van homofobie.

Verschijnsel[bewerken]

Antihomoseksueel geweld is de gewelddadige uiting van discriminatie op grond van seksuele voorkeur en is daarmee vergelijkbaar met racistisch en religieus geweld, waarbij het feit dat iemand tot een andere groep behoort voldoende aanleiding is tot het uitoefenen van geweld.

Als gekeken wordt naar verbaal geweld (pesten en treiteren), dan blijkt dit voornamelijk voor te komen op de werkplek of op scholen. Hier zijn de daders bijna altijd autochtoon. Ruim een derde van de geweldplegers zijn bekenden van de slachtoffers. Bij pesten ligt dit boven de 80%. Vaak gaat het hier om collega's.

Uit een onderzoek uit 2006 door het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap (een zelfstandig onderdeel van het Kennisnetwerk van de Politieacademie) bleek dat bijna de helft (47%) van alle geweldsdelicten wordt gepleegd door daders met een blank uiterlijk. Van de daders heeft 40% een allochtoon uiterlijk. Van deze groep is iets meer dan de helft van Marokkaanse afkomst.[1]

Cijfers voor Amsterdam[bewerken]

In 2007 deden zich in Amsterdam 201 gevallen van antihomoseksueel geweld voor: 38 gevallen van serieuze bedreiging, 17 gevallen van beroving en 67 gevallen van fysiek geweld. Omdat veel van dergelijke incidenten niet gemeld worden, wordt vermoed dat de werkelijke aantallen aanmerkelijk hoger liggen. 42% van deze gevallen vond plaats binnen het homo-uitgaansleven en op homo-ontmoetingsplaatsen.[2] Vanaf 2008 zijn er voor Amsterdam de volgende cijfers beschikbaar:

Antihomogeweld in Amsterdam
Jaar Totaal aantal
meldingen
Waarvan met
fysiek geweld
2008 [3] 300 54
2009 [4] 371 82
2010 [4] 487 182
2011 [5] 564 176
2012 [6] 488 176
2013 [6] 535 189

Bij het totaal aantal meldingen in Amsterdam over het jaar 2007 was 96% van de slachtoffers man. Van de daders had 38% een Nederlandse, 28% een Marokkaanse, 7% en Surinaamse, 5% een Turkse, 15% een andere niet-Westerse en 7% een andere etnische achtergrond. Bij fysiek geweld hadden 36% van de daders een Nederlandse en eveneens 36% een Marokkaanse achtergrond. De meeste verdachten waren tussen de 20 en 25 jaar oud en in 51% van de gevallen handelden zij in groepsverband.[7]

Cijfers voor Nederland[bewerken]

Begin 2014 publiceerde de politie een rapport dat voor het eerst inzicht gaf in de omvang van antihomoseksueel geweld in geheel Nederland. Het bleek dat er tussen januari 2009 en september 2013 769 gevallen van geweld en dreiging met geweld geregistreerd werden, waarvan 60% betrekking had op Amsterdam, waar de registratie beter wordt bijgehouden dan elders in het land. Ook bij dit landelijke cijfer geldt dat veel slachtoffers geen melding of aangifte gedaan zullen hebben.[8]

Volgens dit landelijke onderzoek heeft 75% van de slachtoffers (alleen) de Nederlandse nationaliteit en is 84% man. Van de daders heeft 61,8% de Nederlandse, 16,6% de Marokkaanse (eventueel samen met de Nederlandse), 5,5% de Turkse, 2,5% de Roemeense en 11,5% een minder vaak voorkomende nationaliteit en is bijna 93% man. De meeste verdachten zijn tussen de 19 en 25 jaar oud.[9]

Oorzaken[bewerken]

Uit onderzoek in 2008 blijkt dat geweld tegen homoseksuelen vooral voortkomt uit afkeer van gedragingen die afwijken van traditionele rolpatronen. Met name gaat het dan om (passieve) anale seks, vrouwelijk of "nichterig" gedrag, zichtbare uitingen van homoseksualiteit en de angst om door homo's als lustobject gezien te worden. Dat laatste aspect was een directe aanleiding voor 40% van de geweldsincidenten. Voor jongeren van Marokkaanse komaf bleek passieve anale seks het meest aanstootgevend, voor autochtone jongeren zijn dat meestal vrouwelijke gedragingen. Religieuze overtuigingen bleken geen rechtstreekse aanleiding te zijn voor antihomoseksueel geweld.[2]

Geweld tegen homo's wordt in de meeste gevallen niet vooraf gepland, maar vindt spontaan plaats, al komt het wel voor dat daders uit nieuwsgierigheid bewust homo-uitgaansgebieden of -ontmoetingsplaatsen opzoeken. Groepsdruk speelt vaak een belangrijke rol om tot geweld over te gaan: jongeren willen op die manier laten zien dat zij stoer en mannelijk zijn, en niet zwak en vrouwelijk zoals homo's in hun ogen zijn. Zulk gedrag kan dan een gebrek aan maatschappelijke status compenseren, aangezien daders relatief vaak een lage opleiding, geen werk en een problematische thuissituatie hebben.[2]

36% van de geweldsincidenten in Amsterdam werden door jongeren van Marokkaanse komaf gepleegd, terwijl zij in hun leeftijdscategorie slechts 16% van de bevolking uitmaken. Het genoemde onderzoek uit 2008 vond hier geen eenduidige verklaring voor, maar noemt factoren als relatief slechtere sociaal-economische omstandigheden, vaker dan andere jongeren in groepen op straat hangen en de stigmatisering van Marokkanen in het maatschappelijk debat, waarbij de acceptatie van homoseksualiteit als voorwaarde voor integratie wordt gesteld.[2]

Ontwikkeling[bewerken]

Van oudsher vindt antihomoseksueel geweld plaats in de buurt van homo-ontmoetingsplaatsen, veelal op buitenlocaties zoals natuurgebieden, parkeerplaatsen en parken. Omdat het geweld vaak 's nachts plaatsvindt en de aangiftebereidheid van homo's niet groot is (een aanzienlijk deel van de bezoekers van homo-ontmoetingsplaatsen leidt een dubbelleven), is de pakkans voor potenrammers relatief laag. Een extreem voorbeeld werd in 1976 bezongen door Rod Stewart in zijn The killing of Georgie (part I & II).

In het begin van de 21e eeuw leek antihomoseksueel geweld in Nederland weer toe te nemen: veel jongeren staan uitermate negatief tegenover homoseksualiteit en leken vaker dan voorheen tot geweld over te gaan. Het incident waarbij tijdens Koninginnedag in 2005 in Amsterdam de Amerikaanse homoseksuele journalist Chris Crain in elkaar werd geslagen, kreeg wereldwijd aandacht in de media.[10] Eveneens veel ophef veroorzaakten enkele gevallen waarin een homostel uit hun huis werd gepest, zoals in 2010 in Leidsche Rijn en in 2011 in Ulft en Den Haag.[11] Vanwege deze incidenten zocht homobelangenorganisatie COC toenemend de publiciteit om de aandacht op het probleem te vestigen.

Justitiële aanpak[bewerken]

Vanaf 1 juni 2011 zal het Openbaar Ministerie bij geweldsdelicten die voortkomen uit discriminatie van onder meer van homoseksuelen, een tweemaal zo hoge straf eisen als voorheen. Dit als signaal dat dergelijke discriminatie onaanvaardbaar is.[12] In 2015 bleek echter dat er met veel aangiftes van antihomoseksueel geweld weinig of niets wordt gedaan en dat het erg moeilijk is om overtuigend te bewijzen dat een incident het gevolg van homodiscriminatie is.[13]

Om in elk geval eenvoudiger melding te maken van gevallen van bedreiging of geweld tegen homoseksuelen, lanceerde de Belgische anti-gaybashingbeweging Outrage en het communicatiebureau FAMOUS op 18 januari 2012 de Gaybashing-app. In Nederland werd de applicatie gelanceerd op 30 mei 2012 door Stichting Vrienden van de Gay Krant (SVGK).[14] [15]

Medio juli 2012 arresteerde de politie een Dordtenaar die op Twitter had gedreigd een vuurwerkaanslag te willen plegen tijdens de Amsterdam Gay Pride.[16] Een homoseksuele politieagent van het netwerk Roze in Blauw voelde zich persoonlijk bedreigd en deed aangifte voor het aanzetten tot antihomogeweld. Dit was nog niet eerder voorgekomen en de man werd veroordeeld tot 30 dagen cel, waarvan 18 voorwaardelijk.

Roze in Blauw[bewerken]

In het kader van de Gay Games 1998 werd bij de Amsterdamse politie het "Homonetwerk Roze in Blauw" opgericht.[17] Omdat lesbische, biseksuele en transgendervrouwen zich niet herkenden in de term 'homo', werd in 2010 de naam gewijzigd in "Politienetwerk Roze In Blauw Amsterdam".[18] In 2014 kreeg elke politie-eenheid in Nederland een contactpersoon vanuit Roze in Blauw en zijn er ook Roze in Blauw-teams gekomen voor Rotterdam, Midden-Nederland en Oost-Nederland.[19]

Roze in Blauw bestaat uit agenten die zelf homoseksueel, lesbisch of biseksueel zijn en daardoor laagdrempeliger aanspreekbaar zijn voor slachtoffers van antihomoseksueel geweld, onder meer via een speciaal telefoonnummer. Naast het verhogen van de aangiftebereidheid, wordt ook voorlichting gegeven ter preventie van antihomoseksueel geweld. Leden van Roze in Blauw zijn daarnaast representatief aanwezig bij de 4 mei herdenking op het Homomomument, op Roze Zaterdag en de Amsterdam Gay Pride.[20]

Externe links[bewerken]