Poti (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Poti
ფოთი
Stad in Georgië Vlag van Georgië
Vlag van Poti
Wapen van Poti
Poti (Georgië)
Poti
Situering
Regio Samegrelo-Zemo Svaneti
Coördinaten 42° 9′ 0″ NB, 41° 40′ 0″ OL
Algemeen
Oppervlakte 65,8 km² [2]
Inwoners
(2021)
Gestegen 41.536[1]
(631 inw./km²)
Hoogte 0 m
Burgemeester Beqa Vatsjaradze (2021-)
Overig
Website poti.gov.ge
Foto's
Poti – Aerial.jpg
Kathedraal in Poti, imitatie van de Hagia Sofia in Istanboel
Kathedraal in Poti, imitatie van de Hagia Sofia in Istanboel
Portaal  Portaalicoon   Georgië

Poti (Georgisch: ფოთი) is een stad met 41.536 inwoners (2021[1]) in het westen van Georgië in de regio (mchare) Samegrelo-Zemo Svaneti en ligt aan de Zwarte Zee. Het heeft de grootste van de drie Georgische zeehavens en is een van de vijf steden in Georgië met zogeheten zelfbestuur, een stadsgemeente. Direct ten noorden van de stad mondt de belangrijkste rivier van Westelijk Georgië, de rivier Rioni, uit in de Zwarte Zee.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Phasis in Colchis en Lazica

De gedocumenteerde geschiedenis van Poti en zijn omgeving gaat meer dan 26 eeuwen terug in de tijd. In de klassieke oudheid en de vroege middeleeuwen lag in het gebied de Griekse polis (stad) Phasis, die aan het einde van de 7e, en waarschijnlijk aan het begin van de 6e eeuw voor Christus, werd gesticht door de kolonisten uit Milete onder leiding van ene Themistagoras. De beroemde Griekse semi-mythologische reis van Jason en de Argonauten die met de Colchische Medea op zoek waren naar het Gulden Vlies zou in deze haven Georgië zijn binnengekomen en de rivier Rioni op zijn gereisd naar wat nu Koetaisi is. Phasis lijkt gedurende de klassieke periode een belangrijk handels- en cultuurcentrum in Colchis hebben gehad.[3] De handelsroute langs de rivier de Phasis (de hedendaagse Rioni) was een belangrijk onderdeel van de veronderstelde handelsroute van India naar de Zwarte Zee, getuigd door Strabo en Plinius.[4]

Tussen de 6e en 2e eeuw voor Christus speelde de stad een actieve rol in deze contacten. Tijdens de Derde Mithridatische Oorlog (73 - 63 v.Chr.) kwam Phasis onder Romeinse controle. Toen het christendom in het gebied werd geïntroduceerd werd Phasis de zetel van een Grieks bisdom. Tijdens de Lazische Oorlog tussen het Oost-Romeinse en Sassanidische Iraanse rijk (542-562) werd Phasis tevergeefs aangevallen door Iraanse soldaten. Vanaf de 8e eeuw is de naam Poti in Georgische geschreven bronnen gevonden. Het bleef een plaats van maritieme handel binnen het Koninkrijk Georgië en stond bij middeleeuwse Europese reizigers bekend als Fasso. In de 14e eeuw richtten de Genuezen er een handelsfabriek op, wat van korte duur bleek te zijn.

Moderne geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Poti op Duitse kaart uit 1866

Na de verovering van Poti eind 16e eeuw door het Ottomaanse Rijk werd de stad, die de Turken als Faş kenden, versterkt en werd het een van hun Kaukasische buitenposten. Een gecombineerd leger van de westelijke Georgische prinsen heroverde Poti in 1640, maar de stad kwam in 1723 opnieuw onder Ottomaanse heerschappij. Een tweede vergeefse poging om de Ottomanen uit Poti te krijgen werd in 1770 en 1771 gedaan door Russisch-Georgische troepen. Toen Rusland in het begin van de 19e eeuw de meest belangrijke Georgische landen onder controle had, probeerde het opnieuw het Turkse garnizoen uit Poti te verdrijven. Het slaagde in 1809 daarin met de hulp van Georgische hulptroepen onder het bevel van Nino, prinses van Mingrelia, maar de Russen en Georgiërs werden met het Verdrag van Boekarest (1812) gedwongen het fort terug te geven aan de Ottomanen. De volgende Russisch-Turkse oorlog resulteerde in de verovering van Poti door Rusland in 1828. De stad werd vervolgens bestuurlijk ondergeschikt gemaakt aan het Gouvernement Koetais en kreeg in 1858 de status van (haven)stad. De zeehaven werd tussen 1863 en 1905 herbouwd. In 1872 werd Poti het eindpunt van de Tiflis - Poti Kaukasische spoorlijn, de eerste spoorlijn in Georgië.

Poti groeide met name in omvang en belang tijdens het burgemeesterschap van Niko Nikoladze tussen 1894 en 1912. Nikoladze wordt beschouwd als de grondlegger van het moderne Poti en leidde een reeks moderniserings- en bouwprojecten, waaronder een theater, een grote kathedraal, twee gymnasia, een elektriciteitscentrale, een olieraffinaderij, etcetera. Tegen 1900 was Poti een van de belangrijkste havens aan de Zwarte Zee geworden en exporteerde het meeste mangaan en steenkool van Georgië.[5] Tijdens de Eerste Russische Revolutie werd Poti in december 1905 het toneel van arbeidersstakingen en barricades.[6] Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, op 7 november 1914, verscheen de Ottomaanse SMS Breslau voor de haven van Poti en onderwierp de spoorwegemplacementen in de haven aan een bombardement dat drie kwartier duurde, zonder enig resultaat.[lit 3]

Tijdens de korte periode van onafhankelijkheid in 1918-1921 was Poti het belangrijkste venster van Georgië naar Europa en diende het ook als toegangspoort voor opeenvolgende Duitse en Britse expeditie troepen. Op 28 mei 1918, twee dagen na de Georgische onafhankelijkhiedsverklaring, werd in Poti een Duits-Georgisch alliantie verdrag ondertekend waarin Duitsland bescherming en erkenning bood.[lit 4] Op 14 maart 1921 werd Poti bezet door de binnenvallende Rode Legers van Sovjet-Rusland die een Sovjetregering in Georgië installeerden. Tijdens het Sovjettijdperk behield Poti zijn belangrijkste functie van zeehaven en werd de stad verder geïndustrialiseerd en gemilitariseerd.

Oorlogsschade in 2008

De haven van Poti was doelwit van Russische gevechtsvliegtuigen tijdens de oorlog van 2008 met Rusland.[7] Hoewel op 12 augustus een staakt-het-vuren werd afgekondigd, bleven de Russische troepen de omgeving van de stad bezetten, en werd infrastructuur vernietigd,[8] Amerikaanse Humvees buitgemaakt[9] en Georgische soldaten gevangen gezet,[10] totdat ze de volgende maand werden teruggetrokken.[11]

Demografie[bewerken | brontekst bewerken]

Straatbeeld in Poti

Poti heeft sinds de jaren 50 van de 20e eeuw een betrekkelijk stabiele bevolkingsomvang gekend tussen de 40- en 50 duizend, maar heeft net als veel delen van Georgië een forse krimp gezien sinds de herwonnen onafhankelijkheid in 1991 en de crisisjaren daarna. Anno 2021 heeft de stad ongeveer 41.536 inwoners,[1] een geringe stijging sinds de volkstelling van 2014.[2] In de tussenliggende jaren heeft het aantal inwoners licht geschommeld in deze bandbreedte. Poti is met deze omvang afwisselend met Zoegdidi de 6e stad van Georgië.

Bevolkingsontwikkeling van de stad Poti
Jaar 1886 1897 1922 1926 1939 1959 1970 1979 1989 2002[12] 2014 2021
Inwoners 4.709 Gestegen7.346 Gestegen11.358 Gestegen13.137 Gestegen25.464 Gestegen42.068 Gestegen45.979 Gestegen48.508 Gestegen50.922 Gedaald47.149 Gedaald41.465 Gestegen41.536
Verantwoording data: Bevolkingsstatistiek Georgië 1886 tot heden.[13][14] Noot: [12]

De bevolking van Poti is praktisch mono-etnisch Georgisch, waarbij 600 Russen (1,4%) veruit de grootste minderheidsgroep zijn. Verder wonen er ruim 100 Oekraïners en enkele tientallen Armeniërs, Azerbeidzjanen, Pontische Grieken, Osseten, Bosja, Joden en Abchaziërs. De bevolking van Poti bestaat voor ruim 98,5% uit volgers van de Georgisch-Orthodoxe Kerk, zijn er ruim 200 jehova's (0,5%) en een kleine 100 moslims.

Bestuur[bewerken | brontekst bewerken]

Poti is een van de vijf zelfstandige stadsgemeenten in Georgië. De gemeenteraad (Georgisch: საკრებულო, sakrebulo) van Poti is het vertegenwoordigend orgaan dat elke vier jaar via een gemengd kiesstelsel wordt gekozen. Deze bestaat sinds 2021 uit 35 leden: 28 leden worden via een proportionele lijststem gekozen en 7 leden worden gekozen door middel van een districtenstelsel.[16] In 2017 was de verhouding 15 proportioneel om 10 districtszetels.

Bij de gemeentelijke verkiezingen van oktober 2021 werd Beqa Vatsjaradze van Georgische Droom met 57,4% van de stemmen gekozen tot burgemeester, via een tweede ronde tegen een kandidaat van Verenigde Nationale Beweging. De zeven districtszetels zijn naar kandidaten van Georgische Droom (6) en Verenigde Nationale Beweging (1) gegaan. De Georgische Droom behaalde de meeste proportionele stemmen (41,8%), gevolgd door de Verenigde Nationale Beweging (31,4%) en Voor Georgië (13,2%). Twaalf andere partijen haalden de kiesdrempel van 3% niet.[17][18]

Partij 2017 [19] 2021 [20] Samenstelling Sakrebulo (zetels per partij)
  Georgische Droom (GD) 18 20                                        
  Verenigde Nationale Beweging (UNM) 2 11                      
  Voor Georgië 4        
  Europees Georgië (EG) 2
  Alliantie van Patriotten (AP) 1
  Democratische Beweging 1
  Georgische Arbeiderspartij 1
  Sjenedi Beweging 1
Total 25 35  

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Haven van Poti

Poti is een van de belangrijkste centra van de Georgische economie. De haven van Poti, "Poti Port", is één van de grootste havens in het Zwarte Zeebekken en nam in 2019 met 485.410 TEU ruim 80% van de Georgische containeroverslag op zich.[21]

De haven bevindt zich aan de zogeheten TRACECA-corridor (Transport Corridor Europa-Kaukasus-Azië) en heeft een belangrijke functie in de Europa-Azië corridor. De haven van Poti is met veerboot lijndiensten verbonden met de Zwarte Zee havens van ondermeer Tsjornomorsk (Oekraïne) en Varna (Bulgarije). De Poti Free Industrial Zone is sinds 2008 actief. Sinds 2011 is de haven in bezit van het in Nederland gevestigde APM Terminals, een onderdeel van het Deense A.P. Moller-Maersk.[22]

Sinds 2019 zijn verschillende uitbreidingen van de haven gepland en in uitvoering,[23][24][25] waar ook Nederlandse bedrijven bij betrokken zijn.[26] Nadat de Georgische regering in een politiek schimmig spel feitelijk de aanleg van een nieuwe diepzeehaven in Anaklia heeft geannuleerd, is er aan de uitbreidingen van Poti een nieuwe boost gegeven.[27]

Vervoer[bewerken | brontekst bewerken]

S2/E60 kruist Rioni via waterkrachtdam

Door Poti komt een van de belangrijke nationale hoofdwegen, de S2 / E97 (Senaki - Poti - Batoemi - Turkse grens). Dit is zowel het westelijke eindpunt van het Georgische deel van de E60, en het noordelijke eindpunt van het Georgische deel van de E70. Een nieuwe brug in de S2 over de Rioni bij Poti, is vanaf 2022 in aanbouw door het Poolse MIRBUD.[28] De oude brug, een waterkrachtdam uit 1959, kan het verkeer niet meer aan. De nieuwe brug wordt 436 meter lang met een tweebaansweg plus vluchtstroken. Het project wordt voor $24,4 miljoen gefinancierd via de Asian Development Bank vanuit de staande allocatie voor het Batoemi Bypass project.[29]

Verder is Poti het eindpunt van de oudste spoorlijn van Georgië naar Tbilisi, die in 1872 opende. Tot 2005 had Poti, net als veel andere steden in Georgië, een trollybus netwerk.

Stedenbanden[bewerken | brontekst bewerken]

Geboren in Poti[bewerken | brontekst bewerken]

Nana Aleksandria (r) tegen Rie Timmer, Hoogoven Schaaktoernooi in 1970

Een selectie van bekende Georgiers geboren in Poti:

  • Nana Aleksandria (1949), een schaakster en grootmeester bij de vrouwen. Ze won in 1966, 1968 en 1969 het vrouwenkampioenschap van de Sovjet-Unie.
  • Viktor Kratasjoek (1949-2003), een kanovaarder. Kampioen Olympische Zomerspelen 1972 in de K-2 1.000 meter samen met Nikolai Gorbatsjov.
  • David Tsimakoeridze (1925-2006), een worstelaar. Olympisch kampioen 1952 in worstelen vrije stijl tot 79 kilogram.
  • Giorgi Tsjitaja (1890-1986), een etnograaf aan de Universiteit van Tbilisi die een cruciale rol speelde bij behoud van cultureel erfgoed in Georgië tijdens de Sovjet-heerschappij. Vanaf 1922 leidde hij de nieuw opgerichte sectie etnografie in het Georgisch Nationaal Museum, een functie die hij tot aan zijn dood in 1986 bekleedde.
  • Pavle Ingorokva (1893-1983), historicus en letterkundige. Een van de oprichters van de Unie van Georgische Schrijvers (1917), lid van de "Nationale Raad van Georgië" (1917-1919) en ondertekende op 26 mei 1918 de onafhankelijkheidsverklaring van Georgië.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Poti.