Potvis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Potvis
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2008)
Sperm whale drawing with skeleton.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Cetacea (Walvisachtigen)
Onderorde:Odontoceti (Tandwalvissen)
Familie:Physeteridae (Potvissen)
Geslacht:Physeter
Linnaeus, 1758
Soort
Physeter macrocephalus
Linnaeus, 1758
Leefgebied potvis
Leefgebied potvis
Afbeeldingen Potvis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Potvis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Een door een schipper gevonden dode potvis is meegesleept naar de haven in Breskens, waar hij door medewerkers van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie wordt ontleed (1970)

De potvis (Physeter macrocephalus) is een walvis uit de familie der potvissen (Physeteridae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.[2] Het is de grootste soort van de onderorde der tandwalvissen (Odontoceti).

De potvis voedt zich onder andere met reuzeninktvissen, enorme pijlinktvissen, die hij tot op 3000 meter diepte vangt. Potvissen jagen soms in groepen waarbij elk exemplaar zijn eigen, afwisselende taak heeft.[3] Een potvis beschikt over 3000 kg bloed, waarin voldoende zuurstof kan worden opgeslagen om tot twee uur onder water te blijven.[4] Een potvis eet gemiddeld per dag drie procent van zijn eigen lichaamsgewicht aan prooidieren. Een afvalproduct uit de darmen van potvissen, amber, wordt gebruikt bij de productie van parfum.

De belangrijke rol in Herman Melvilles roman Moby-Dick, deels gebaseerd op de albino Mocha Dick,[5] heeft de potvis een zekere bekendheid gegeven.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De potvis is de grootste tandwalvis en tevens een van de grootste roofdieren die bekend zijn in de dierenwereld. Mannetjes worden tot 18 meter lang en vrouwtjes tot 11 meter; het gewicht kan tot 50 ton bedragen. De lichaamskleur is donkergrijs en in het licht van de zon vaak bruinig. Een potvis heeft alleen 20-26 grote kegelvormige zichtbare tanden in de onderkaak, in de bovenkaak zitten rudimentaire tanden die niet door het tandvlees heenkomen. De functie van de tanden is onbekend: er zijn tandeloze potvissen gevonden die desondanks weldoorvoed waren.[6]

De merkwaardige vorm van de kop wordt veroorzaakt door het spermaceti-orgaan in het voorhoofd, dat zo'n 3000 liter wasachtig materiaal, het walschot, bevat. Dit orgaan helpt de potvis bij het duiken en stijgen. Door afkoeling wordt de was hard en krimpt. Door verwarming wordt de was zacht en zet uit. De potvis verandert zodoende van volume en ondervindt minder cq. meer opwaartse druk (Wet van Archimedes). De temperatuur van het walschot wordt beheerst door middel van de doorbloeding: als veel bloedvaten in het spermaceti-orgaan open zijn stijgt de temperatuur.

De kop kan 25-35% van de totale lichaamslengte in beslag nemen.[6] Potvissen hebben hersenen die gemiddeld 7,8 kg wegen. Daarmee zijn het de grootste hersenen van alle dieren.[6]

Verspreiding en strandingen[bewerken]

Het dier komt voor in alle wereldzeeën.

Volgens sommige deskundigen werkt de Noordzee als een fuik voor de potvis. Onderweg van de tropen naar het noorden komen sommige dieren in de Noordzee terecht. Aangezien de dieren gewend zijn aan diep water kunnen ze niet omgaan met de zandbanken. Ze raken gedesoriënteerd, vinden geen eten en raken verzwakt. Uiteindelijk stranden ze of sterven ze op zee.

De recente toename van potvissen aan de Noordzeekusten is waarschijnlijk het gevolg van het einde van de potvisjacht in de jaren tachtig. Volgens tellingen waren er in totaal in de twintigste eeuw 21 strandingen, waarvan 10 in de periode 1990-2000. Tussen 2000 en 2016 waren er elf strandingen.[7]

Nederland[bewerken]

Een potvis die op 15 december 2012 bij het eiland Texel aanspoelde, had 83 kg amber in zijn buik. De waarde wordt geschat op honderdduizenden euro's, maar de klomp werd waarschijnlijk zijn dood.[8]

Opvallende strandingen:

België[bewerken]

  • 1954, een potvis.
  • 12 februari 1989, Oostduinkerke, een 17 m lang en 25 ton zwaar mannetje, dat Valentijn van St. André werd gedoopt; het dier werd begraven te Koksijde.
  • 1991, het dier kon op eigen kracht terug wegzwemmen.
  • 18 november 1994, drie potvissen spoelen aan te Koksijde, een potvis te Lombardsijde (en een bruinvis in De Haan).
  • 26 februari 2004, Koksijde een 10 m lang en 8 ton zwaar mannetje, dat Windekind werd gedoopt.
  • 8 februari 2012, een potvis van 14 meter spoelt aan in Knokke-Heist; het dier leefde eerst nog, maar al vlug werd duidelijk dat hij het niet zou halen.

Oregon[bewerken]

Een potvisstranding die veel publiciteit kreeg is die van 1970 in het Amerikaanse Florence (Oregon). Men besloot het kadaver van 8 ton op te ruimen met behulp van dynamiet. Toen dit plan op 12 november werd uitgevoerd vernielden de rondvliegende stukken een auto en raakten de omstanders bedekt onder de blubber. Er vielen geen gewonden. Wanneer men langer had gewacht, en het dier niet had opgeblazen, was het vanzelf geëxplodeerd. Bij het rottingsproces van dode potvissen komen gassen vrij, vergelijkbaar met methaan, die op den duur niet uit het dode dier kunnen ontsnappen zodat de walvis ontploft.

Oude literatuur[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]