Power supply unit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
PSU (ook wel voeding)
principe schakelschema van een computervoeding

Een power supply unit, afgekort PSU, is dat onderdeel van elektrische of elektronische apparaten dat de ingangsspanning (afkomstig van het lichtnet of van batterijen) geschikt maakt voor de verschillende onderdelen van die apparaten. Hierbij wordt de spanning vaak getransformeerd naar (een) ander(e) voltage(s) en indien van toepassing kan er een omzetting van wisselspanning naar gelijkspanning (of andersom) plaatsvinden.

Als geen omvormingen nodig zijn (zoals bij een gloeilamp die rechtstreeks op het lichtnet aangesloten wordt) is ook geen PSU nodig. Als de omvormingen niet in het apparaat zelf plaatsvinden maar in een los apparaatje dan wordt dat laatste over het algemeen een adapter genoemd.

Computervoeding[bewerken]

De voeding in een (personal) computer is een goed voorbeeld van een veelzijdige PSU. Zelf gevoed met wisselspanning, levert de PSU de noodzakelijke gelijkspanningen voor de diverse componenten van een computersysteem. Daarbij valt onder andere te denken aan het moederbord, de processor, het opslagmedium, de videokaart, randapparatuur en dergelijke. Het is belangrijk dat de PSU voldoende vermogen kan leveren voor alle apparaten die zich in het computersysteem bevinden.

De voeding van de personal computer heeft een bepaalde ontwikkeling doorgemaakt. Oudere voedingen zijn gebaseerd op de AT-standaard. Deze is ongeveer sinds de Pentium II vervangen door de ATX-standaard, die door de computer bestuurd kan worden.

Er zijn verschillende typen PSU beschikbaar; actief gekoelde, passief gekoelde en watergekoelde voedingen. Daarnaast zijn voedingen in verschillende vermogens beschikbaar. Tegenwoordig hebben ze een vermogen vanaf 300 watt, oplopend tot wel 1500 watt. Vroeger was een PSU van 150 watt een normaal verschijnsel, wat betekent dat energieverbruik van computers is toegenomen. Inmiddels is er een trend naar kleinere systemen, waarbij het energieverbruik weer lager is. Deze systemen gebruiken echter doorgaans geen gestandaardiseerde PSU.

Een computervoeding moet vier elektrische spanningen leveren: +12V, -12V, +5V en +3.3V. De +12 en -12 V worden onder andere gebruikt voor het moederbord, de processor en de videokaart.

De ATX-standaard dateert nog uit de tijd dat de meeste 'ballast' lag op de +5V, maar tegenwoordig wordt de +12V meer belast en dient een hoger vermogen te kunnen leveren.