Prajapati

Prajapati is in het hindoeïsme schepper of 'heer van schepsels', 'heer van alle schepselen' en 'meester van de geschapen wezens'[1]. In de Rig Veda staat: "O Prajapati, heer van nakomelingen, niemand anders dan u omarmt al deze schepsels.'(RV 10.121.10) Latere tradities zagen Prajapati in de Onbekende God, het Gouden embryo (Hiranyagarbha).[2] In sommige versies van de scheppingsmythe verscheen Prajapati niet uit een Oervuur, maar uit een lotusbloem die op de Oerzee dreef.[3]
In het hindoeïsme geldt: "God (Brahma) is één zonder een tweede". Brahmá, Vishnoe en Shiva zijn manifestaties van de oppermachtige Brahma. Brahmá wordt Brahma's grote manifestatie. Prajapati was de schepper volgens de vroegere lering van de Veda's en Brahmá neemt die positie in in het latere pantheon. In verschillende teksten van de Veda's zijn de twee aan elkaar gelijkgesteld, en daarom wordt Brahmá vereerd als de schepper van alles.[4]
In de Mahabharata is hij de beschermer van het voortplantingsorgaan. Hij bracht door zijn eigen krachten vele kinderen voort, waaronder zijn dochter Ushas, de Dageraad. Toen Prajapati eens probeerde Ushas te verkrachten, veranderde zij zich in een gazelle of een hert, waarop Prajapati zich in een hertenbok veranderde. Hij verwekte met zijn zaad de eerste mensen. Het tweetal verwekte alle levende wezens.
In een andere mythe, uit de Taittiriya Brahmana,[5] dook Prajapati wenend op uit de oerzee. Zijn tranen werden de aarde, de tranen die hij wegwiste de lucht, en de tranen die hij omhoogveegde het hemelgewelf. Hij verlangde naar nakomelingen en legde zich toe op ascese. Hij baarde demonen (asura's) en legde zijn lichaam af, wat de nacht werd. Hij herschiep zichzelf, maakte mannen en vrouwen en legde opnieuw zijn lichaam af, wat de maan werd. Daarna schiep hij de jaargetijden uit zijn oksels en de ochtend- en avondschemering uit zijn lichaam. Ten slotte schiep hij de goden uit zijn mond en toen hij zijn volgende lichaam aflegde, werd dat de dag.[3] De naam Prajapati kan naar verschillende goden verwijzen, zoals Indra, Soma, Shiva, Garoeda, Krishna en Manu. Het is ook de naam van de tien wijzen van wie de mensheid zou afstammen (de tien zonen van 'Prajapati' Prachetas[6]) en van zeven Rishi's (zieners).[7]
Sanandana en andere zonen van Brahmá (Kumara's) waren volgens de Vishnoe Purana eerder geschapen, maar ze waren zonder begeerte of passie, geïnspireerd door heilige wijsheid, vervreemd van het universum en zonder begeerte naar nakomelingen. Uit woede schiep Brahmá Rudra, die aan zijn voorhoofd ontsprong en de negen verstand geboren zonen Bhrigu, Pulastya, Pulaha, Kratu, Angiras, Marichi, Daksha, Atri en Vasishtha. Oorspronkelijk zouden het er zeven zijn geweest, zoals in de Mahabharata: Marichi, Atri, Angiras, Pulastya, Pulaha, Kratu en Vasishtha, maar elders in het epos staat Daksha in de plaats van Vasishtha. Ze zijn er gelijkgesteld aan de zeven rishi's.[8]
Een Prajapati is een van de verstand-geboren zonen van Brahmá die hij schiep toen hij de wereld wilde bevolken. Ze worden gezien als de scheppers en voorouders van de mensen.[9] De naam komt van praja (nakomelingen) en pati (heer), ofwel Heer van nakomelingen. Hij is de Koning der Koningen (Rajanya of Rajan). Ze behoren tot de mindere goden van het Indiase pantheon. Ze worden ook Brahmas, Brahmarishi's, Brahmaputra's of Brahmana's genoemd. Hun aantal kan per geschrift verschillen.
In de Purana's worden zesentwintig Prajapati's genoemd. De Vishnu Purana noemt er negen. In de Rigveda wordt Hiranyagarbha (Brahma) als Prajapati gezien. Hij wordt uit een gouden (hiranya) ei (garbha) geboren, dat zich deelt in hemel en aarde. In de Upanishads wordt de Ziel van het Universum of Brahman Prajapati genoemd. In de Srimad Bhagavatam is Viswakarman (Twastri) de leider van de Prajapati's en met hem erbij zijn er dan elf. De Mahabharata noemt er veertien. Daar is Viswakarman afwezig en zijn Prachetas, Gautama, Prahlada en Kardama toegevoegd.
Prajapati's zijn:
en soms wordt aan de lijst toegevoegd:
Daksha vertegenwoordigt het mannelijke principe van de schepping en is later gelijkgesteld aan Prajapati.[10]
Bhrigu
[bewerken | brontekst bewerken]Bhrigu huwde Khyati, de dochter van Daksha en zij kregen Sri of Lakshmi als dochter. Volgens Manu zijn er tien Maharishi's door hem geschapen, waarvan Bhrigu er één was, die op zijn beurt zeven andere Manu's schiep. In de Mahabharata is de Bhrigu de zoon van Varuna en een van de vertellers. In de Matsya Purana komen negentien Bhrigu's voor. Ze zouden de ontdekkers van vuur zijn en het naar de mensen hebben gebracht. Parasurama zou van Bhrigu afstammen. Shukracharya, een zoon van Bhrigu was leermeester van Prithu, de eerste koning (adiraja).
Bhrigu moest beslissen wie van de Trimurti Vishnoe, Shiva, Brahma het wijst was en koos voor Vishnoe, omdat hij niet woedend werd, zelfs niet toen Bhrigu zich ook bij hem onhoffelijk gedroeg en zelfs tegen hem aanschopte.
Pulastya
[bewerken | brontekst bewerken]Via Pulastya werden de Purana's aan de mensen bekendgemaakt. Hij trouwde met Prithi, de dochter van Daksha. De wijze Agastya was zijn zoon. Volgens de Bhagavata Purana is zijn vrouw Havisbhu. Haar zonen zijn Agastya en Visravas, de vader van Kuvera, Ravana en andere Rakshasa's.
Pulaha
[bewerken | brontekst bewerken]Pulaha huwt met Daksha's dochter Kshama (Geduld) en heeft met haar drie zonen.
Kratu
[bewerken | brontekst bewerken]Kratu huwt Sannati (Bescheidenheid), een dochter van Daksha, bij wie hij als nakomelingen zestigduizend pygmee wijzen heeft ter grootte van een duim: kuis, vroom en stralend als de zonnestralen.
Angiras
[bewerken | brontekst bewerken]Angiras(a) zou verscheidene hymnen van de Rig Veda hebben geschreven. Hij huwde Smriti (Herinnering), had bij haar vier dochters en huwt daarna Swaddha en Sati, die ook dochters van Daksha zijn. De Pratyangirasa Richas zijn zijn dochters. Samen met Bhrigu zou hij de vuuraanbidding naar India hebben gebracht. Zijn zoon Garga werd leermeester van Prithu, de eerste koning (adiraja).
Marichi
[bewerken | brontekst bewerken]Marichi's zoon is Kasyapa. Kasyapa heeft dertien vrouwen, waaronder Diti en Aditi. De zonen van Aditi zijn de Aditya's (onder meer Vishnu, Twastri, Savitri, Mitra en Varuna). Bij Diti had Kasyapa twee zonen: Hiranyakasipu en Hiranyaksha. Zij werden door Vishnu gedood.
Daksha
[bewerken | brontekst bewerken]
Daksha is wel de vruchtbaarste van de Prajapati's. Het aantal dochters dat hij heeft varieert van tweehonderdvijf in de Purana's tot vierentwintig in de Vishnoe Purana. Volgens de Vishnoe Purana had Daksha 24 dochters bij Prasúti, waarvan er 13 met Dharma (rechtvaardigheid) huwden en de 13 anderen met muni's en prajapati's. Vijftig tot zestig dochters lijkt het aantal te zijn volgens oudere legenden.[11]
Uma (Devi) werd geboren als Daksha's dochter Sati (Waarheid) en zij huwde, tegen de zin van haar vader in, met Shiva. Zij stortte zich in de vlammen tijdens een offerritueel (Yaga), toen haar echtgenoot Shiva werd beledigd. Toen Shiva hoorde van haar dood, stuurde hij de reus Virabhadra om wraak op Daksha te nemen. Virabhadra sloeg Daksha het hoofd af. Later, toen Shiva weer was gekalmeerd, kreeg Daksha er een ramskop voor terug. Sati werd opnieuw geboren, nu als dochter van Himavat en zijn vrouw Mena. Als Parvati werd ze weer met Shiva herenigd. Daksha bleef nu Shiva eerbiedig toegewijd.
Dertien dochters van Daksha huwden met Marichi's zoon Kasyapa (schildpad), waaronder Kadru en Vinata, respectievelijk de moeder van duizend en twee zonen. Kadru werd onder meer de moeder van de slang Sesha Ananta (waar Vishnoe op rust) en Vasuki (die, gewikkeld om de Mandara, als touw dienst deed bij het karnen van de Oceaan van melk). Daksha's dochter Aditi huwde eveneens met Kashyapa en werd de moeder van de Aditya's.
Atri
[bewerken | brontekst bewerken]
Atri schreef veel Vedische hymnen en huwde Anasuya. Zij schonk hem de wijze Durvasas. Toen Atri en Anasuya oud waren, kregen ze bezoek van Rama, Sita en Lakshmana.
Vasishtha
[bewerken | brontekst bewerken]Vasishtha zou samen met Pulastya de Vishnu Purana hebben verteld en zou ook veel van de Vedische hymnen hebben geschreven. Hij zou de Vyasa of samensteller van de Veda's in de dwapara yuga zijn geweest. Vasishtha was de familiepriester van verschillende koningen. Zijn zoon heette Sakti. Vasishtha zou als de zoon van Mitra en Varuna zijn herboren.[12]
De goddelijke Vasu's en hun echtgenoten waren op vakantie gegaan naar een oord in de bergen waar zich ook Vasishtha's hermitage (ashram) bevond en een van de Vasu's maakte hen attent op de schoonheid van Vasishtha's koe, wier melk mensen onsterfelijk maakt. Een van de vrouwen wilde de koe hebben, omdat ze een vriendin in de wereld van de stervelingen had. Prabhasa en de Vasu's namen de koe en haar kalfje mee. Ze waren onontbeerlijk voor Vasishtha's dagelijkse ritueel.[13]
Vasishtha vervloekte Dyaus (hemel) en zeven andere Vasu's om als mensen te incarneren, waarna Ganga hen beloofde hen in haar baarmoeder te dragen en hen na de geboorte te verdrinken in de Ganges, om hun vernedering te verkorten. Het werd echter het lot van Dyaus (Prabhasa) om op aarde in leven te blijven als Devarata-Bhishma, de oude, wijze, kinderloze krijger, die het leger van de Kaurava's leidde tegen de Pandava's in het epos Mahabharata.[14] In de Mahabharata wordt verteld dat ook koning Visvamitra Vasishtha beledigde door te proberen zijn wonderkoe te stelen. Viswamitra wist brahmaan te worden en vrede met Vasishtha te sluiten. Door Vasishtha werden in de Ramayana de drie vrouwen van koning Dasaratha vruchtbaar, zodat Bharata van Kaikeyi, Rama van Kausalya en Lakshmana en Satrughna van Sumitra geboren konden worden.[15] Als Rama Sita heeft teruggewonnen van Ravana en thuis in Ayodhya is, wordt hij door Vasishtha gewijd.[16]
Narada
[bewerken | brontekst bewerken]Narada is de welsprekende boodschapper van de goden, groot musicus, uitvinder van de vina (de Indiase luit) en een wijze wetgever. Hij adviseerde de zonen van de Prajapati's om geen nakomelingen te krijgen en werd daar door Daksha om vervloekt. Ook Brahma vervloekte zijn eigen zoon, nadat die zich niet wilde voortplanten. Voor Narada was de enige weg naar geluk toewijding aan Krishna. Door Narada's tegenvloek zou Brahmâ niet als schepper van de wereld worden vereerd en zou hij verliefd achter zijn eigen dochter aanrennen. Narada wordt ook een ruziemaker genoemd. Door hem was bijvoorbeeld koning Kansa op de hoogte van Krishna's geboorte en doodde de koning de kinderen van Vasudeva. Narada werd een Gandharva in de hemel van Indra. In de Mahabharata figureerde Narada als een religieuze leraar. Hij adviseerde Yudhishthira, de koning van de Pandava's, die het tegen de Kaurava's moesten opnemen. Narada was de vriend en gezel van Krishna en openbaarde aan de dichter Valmiki de Ramayana.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ R. Storm, Oosterse Mythologie, p. 147
- ↑ The Rig veda, vertaald door W. Doniger (1981), p.26
- 1 2 Mythologie, p. 331
- ↑ W.J. Wilkins, Hindu Mythology (1882, 25e druk 1994), p. 96
- ↑ Mythologie, C. Scott Littleton, p.331
- ↑ Hindu Mythology, p. 374
- ↑ Oosterse Mythologie, p. 147
- ↑ The Vishnu Purana, H.H. wilson, Boek I, VIII, p. 100-103
- ↑ Hindu Mythology, W.J. Wilkins, 1882, Rupa & Co, Delhi, India, 1994, p. 363-387
- ↑ The Rig Veda, Doniger, p. 29
- ↑ The Vishnu Purana, p. 109
- ↑ Hindu Mythology, p. 380-2
- ↑ Mahabharata, bloemlezing, C. Rajagopalichari (1986), p. 19, 19
- ↑ J. Puhvel, Comparative Mythology, p. 73-4
- ↑ Comparative Mythology, p. 90
- ↑ Comparative Mythology, p. 92