Preventief Medisch Onderzoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een Preventief Medisch Onderzoek (PMO) kan meerdere doelen dienen:

  • Signaleren van aandoeningen en klachten, in aanvulling op het eigen signaleringsvermogen van werkgevers en werknemers.
  • Richting geven aan het beleid voor duurzame inzetbaarheid door signalering van verbeterpunten op het gebied van motivatie, prestatie en werkvermogen.
  • Monitoren of beleidsmaatregelen effect hebben en bijsturing behoeven. Bijvoorbeeld: is het beleid voor ongewenste omgangsvormen effectief? Een ander voorbeeld: urine- of bloedmetingen op chemische stoffen in het lichaam, voor een repetitieve check op genomen maatregelen.

Definitie[bewerken]

Een medisch onderzoek dat bedrijfsmatig wordt aangeboden en uitgevoerd zonder dat er bij een cliënt sprake is van een concrete gezondheidsklacht of van een indicatie voor een gezondheidsrisico of -probleem. Het PMO heeft als doel dit risico of probleem vroegtijdig te onderkennen, te voorkomen of te behandelen of om een cliënt overige handelingsopties aan te kunnen bieden’. PMO van werkenden betreft het vrijwillig medisch onderzoek van werkenden, de bespreking met de werknemer van de uitslag, en het op basis hiervan geven van adviezen en uitvoering van of verwijzing voor interventies. PMO kan leiden tot een terugkoppeling op groepsniveau aan het bedrijf.[1]

Onder dienstverlening wordt verstaan:[1]

  • Uitvoering van of vakmatige begeleiding bij het onderzoek.
  • Analyseren van en rapporteren over het onderzoeksresultaat.
  • Op basis van het onderzoeksresultaat doorverwijzen of adviseren van de cliënt ten aanzien van mogelijke vervolgstappen.

Wettelijke verplichting[bewerken]

In artikel 18 van de Arbowet staat vermeld dat: De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een PAGO te ondergaan (Periodiek ArbeidsGeneeskundig Onderzoek) dat erop is gericht de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich meebrengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Bij de uitvoering van het PAGO moet de werkgever zich laten bijstaan door een geregistreerde Arbodienst (Arbowet artikel 13 en arbobesluit art 2.14 a)

Verder zijn er voor bijzondere risico's of risico groepen aanvullende bepalingen opgenomen in Arbowet/-besluit:

  1. jeugdigen, dit zijn medewerkers jonger dan 18 jaar, voorafgaand aan het werk, indien uit de RI&E blijkt dat deze bijzondere gevaren lopen;
  2. zwangere medewerkers;
  3. iedere medewerker:
  • die voor het eerst nachtdienst gaat verrichten;
  • die voor de eerste keer kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, kankerverwekkende en mutagene stoffen;
  • die arbeid verricht of gaat verrichten met biologische agentia of materiaal dat hiermee besmet kan zijn;
  • die voor de eerste keer wordt belast met arbeid aan een beeldscherm of indien zich bij hem gezichtsstoornissen voordoen;
  • waarvan de dagelijkse blootstelling aan geluid hoger is dan 80 dB(A) of het piekgeluid hoger is dan 112 Pa (Arbobesluit art. 6.10);
  • die kan worden blootgesteld aan trillingen;
  • indien een werknemer is blootgesteld aan optische straling boven de grenswaarden wordt hij, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan;
  • die handelingen verricht met ioniserende straling (cat A).

Geschiedenis en ontwikkelingen[bewerken]

Aan het begin van de twintigste eeuw ontstond de eerste screening van fabrieksarbeiders, met name op tuberculose. Dit werd later overgenomen door consultatiebureaus waardoor een accentverschuiving plaatsvond. In de jaren 60 kwam, binnen de bedrijfsgezondheidszorg vooral aandacht voor onderzoek en screening van hartziekten. Dit was een voorloper van het latere periodiek bedrijfsgeneeskundig onderzoek (PAGO), gericht op groepsgerichte preventie en verbetering van arbeidsomstandigheden.[2]

In de arbowetgeving werd de verplichting tot uitvoer van het PAGO opgenomen. Ondanks de verplichting in de wetgeving krijgt slechts 10-20% van de Nederlandse beroepsbevolking een PAGO aangeboden en sinds 2000 was een enorme daling in populariteit zichtbaar.[3] Veel bedrijven vonden het uitvoeren van een PAGO te kostbaar en medewerkers waren van mening dat het niet veel voorstelde.[3] Stichting Arbouw heeft als een van de weinige het PAGO tot een succes weten te maken. Binnen de bouwsector zijn veel aanpassingen in de arbeidsomstandigheden voortgekomen uit jarenlang PAGO onderzoek. Deze aanpassingen hebben het aantal WAO'ers duidelijk doen afnemen en de gezondheidsschade vanuit werken in de bouw is door deze aanpassingen duidelijk verminderd. Er zijn maar weinig arbodiensten die het PAGO tot een succes hebben weten te brengen. Het PMO daarentegen is vooral opgekomen toen zorgverzekeringen zich op de ziekteverzuimmarkt begaven en het PMO zo goed als gratis konden aanbieden vanuit de premie zorgverzekering. Voor veel werkgevers een aardig voordeel en reden om de zorgverzekering hun collectiviteit aan te laten bieden binnen het bedrijf. Goedkoop preventief medisch onderzoek, dat meer in de lijn lag de huidige markt van de vitaliteitsgedachte en zo als een zogenaamde vervanging van het PAGO zijn weg kon vinden. Het uiteindelijk verlaten van het wettelijk verplichte PAGO zal een negatieve werking hebben op de verbeteringen van (toekomstige) arbeidsomstandigheden er zal daarnaast minder inzicht zijn in het ontstaan van (mogelijke)beroepsziekte ook de preventie naar voorkomen hiervan zal hierdoor afnemen.

Het huidige PMO. is aan discussie onderhevig. Onduidelijke doelen, onvoldoende kwaliteit en daardoor onnodige kosten voor werkgever zijn argumenten die worden gegeven. Anderzijds gaan er geluiden op dat het wel degelijk een heel waardevol instrument kan zijn zowel voor organisaties en individuele medewerkers: voor actieve verzuimpreventie op basis van de RI&E en ter verbetering van motivatie, inzetbaarheid en productiviteit. Dat vraagt wel om een heroriëntatie op het huidige gebruik. Een goed uitgevoerd, op maat gemaakt PMO past in de huidige trend van langer doorwerken, zelforganisatie en participatie van medewerkers. Eigen verantwoordelijkheid voor en zelfregie bij het eigen werkvermogen zijn hierbij sleutelbegrippen (van baan- naar werkzekerheid).[4]

Doelstellingen[bewerken]

In de leidraad Preventief Medisch Onderzoek voor werkenden van de NVAB (2013) staan 3 kerndoelen beschreven:[5]

  • Preventie van beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen bij individuele en groepen medewerkers.
  • Bewaken en bevorderen van de gezondheid van individuele en groepen medewerkers in relatie tot het werk.
  • Bewaken en verbeteren van het functioneren en de inzetbaarheid van individuele medewerkers.

Om de inhoud van een PMO goed te kunnen vaststellen is het nodig om vanuit de risico-inventarisatie en -evaluatie de restrisico's te weten.

Aanbieders[bewerken]

Er zijn verschillende aanbieders op de markt voor PMO, waaronder arbodiensten en andere organisaties. Er bestaan PMO vergelijkingssites.

Referenties[bewerken]