Prodromale fase
Uiterlijk
Een prodroom of prodromale fase (fase van voortekenen) is in de ziekteleer de periode die voorafgaat aan het eigenlijke uitbreken van een ziekte, waarin de diagnose nog niet echt te stellen is, maar de ziekte zich al wel enigszins aankondigt door een aantal voortekenen. De uitdrukking wordt vooral bij infectieziekten gebruikt maar is hier zeker niet toe beperkt.
Voorbeelden:
- Bij een patiënt met waterpokken voelt deze zich vaak een paar dagen rillerig en wat snotterig voordat de typische huiduitslag verschijnt.
- Koorts, malaise, hoofdpijn en anorexia zijn onderdeel van het prodroom voor de bof.
- Wantrouwigheid, bijvoorbeeld het gevoel dat er slecht over je gepraat wordt, is een belangrijk voorteken van een psychose. Ook ongewone gedachten en gevoelens, bijvoorbeeld Ik vraag me af of anderen mijn gedachten misschien kunnen lezen, zijn aanwijzingen. Ook terugtrekking, milde hallucinaties en paranoia passen in het beeld. In de prodroomfase beseft de persoon gewoonlijk dat er iets mis is en niet iedereen met deze voortekenen ontwikkelt een volledige psychose.[1]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Bronnen
- ↑ (en) Caron, Christina, "‘The Pitt’ Is Showing Us the Complicated Reality of Psychosis", The New York Times, 26 februari 2026. Geraadpleegd op 1 maart 2026.