Protease

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Proteasen of peptidasen zijn enzymen die eiwitten en andere ketens van aminozuren afbreken.

Proteasen kunnen de peptidebinding tussen twee aminozuren hydrolyseren. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen endoproteasen en exoproteasen. Een exoprotease kan alleen een aminozuur aan het eind van een keten eraf halen. Een endoprotease kan midden in een eiwitketen knippen.

In de kern van een protease (het "actief centrum") zit een chemisch actieve groep zoals -OH of -SH. Deze "aanvallende groep" maakt deel uit van een aminozuur zoals serine, cysteïne of aspartaat. De andere aminozuren in het actief centrum helpen mee met het katalyseren van de hydrolysereactie. Er zijn veel verschillende families van proteasen, die genoemd zijn naar het aminozuur dat de "aanvallende groep" bevat. Zo zijn er serine-, cysteïne- en aspartaatproteasen.

Iedere soort van proteasen kan een eiwit slechts op specifieke plaatsen aanvallen. Een bekend voorbeeld zijn trypsine en chymotrypsine, beide serineproteasen. Trypsine en verwante proteasen kunnen peptidebindingen knippen die zich naast positief geladen aminozuren bevinden. Chymotrypsine en verwante proteasen kunnen peptidebindingen knippen die zich naast aminozuren met grote, hydrofobe zijgroepen bevinden.

De specificiteit van de proteasen, dat wil zeggen tussen welke aminozuren er wordt geknipt, heeft te maken met het feit dat er nog additionele aminozuren binden aan het substraat. Zo heeft trypsine een aspartaat aminozuur in de S1 pocket (waar zich ook het "actief centrum" bevindt). Dit negatief geladen aminozuur bindt alleen aan de positief geladen aminozuren en positioneert deze voor de hydrolyse reactie.[1]