Publius Cornelius Rufinus (consul en dictator)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Publius Cornelius Rufinus was een Romeins senator, politicus en militair.

Publius Cornelius Rufinus, waarschijnlijk de zoon van de gelijknamige dictator van 333 v.Chr.,[1] was een van de meest invloedrijke politici aan het begin van de 3e eeuw v.Chr.[2]

In 290 v.Chr. was hij, samen met Manius Curius Dentatus, voor het eerst consul.[3] Ze beëindigden tezamen de Derde Samnitische Oorlog[4] en werden hiervoor met een triomftocht vereerd.[5] Tijdens zijn eerste consulaat werd ook een beperkt Romeins burgerrecht (zonder ius suffragii) aan de Sabijnen verleend.[6]

Nog voor 285 v.Chr. bekleedde hij het ambt van dictator, al is het niet geweten waarom hij juist tot dictator werd benoemd.[7]

In 277 v.Chr. werd hij voor de tweede Keer - in het bijzonder omwille van zijn militaire ervaring[8] -, ditmaal met Gaius Iunius Bubulcus Brutus als collega, consul.[9] In deze hoedanigheid veroverde hij tijdens de Pyrrhische Oorlog Croton.[10]

Rufinus was berucht voor zijn mateloze hebzucht. Omdat hij de beperkingen op luxegoederen, die aan senatoren was opgelegd, overtrad - Rufinus bezat tien pond zilveren servies - liet de censor Gaius Fabricius Luscinus - een politieke rivaal van Rufinus - hem in 275 v.Chr. uit de senaat zetten.[11]

Noten[bewerken]

  1. H.G. Gundel, art. Cornelius (58), in Der Kleine Pauly 1 (1964), col. 1312.
  2. Voor zijn politieke loopbaan, zie ook: T.R.S. Broughton, The Magistrates of the Roman Republic, I, New York, 1951, pp. 183-184, 187, 194-195.
  3. Chronograaf van 354: Rufino; Cassiodorus: P. Cornelius; Velleius Paterculus, Historia Romana I 14.6: Rufinus Cornelius.
  4. Eutropius, Breviarum ab urbe condita II 9.3.
  5. Plinius maior, Naturalis historia XVIII 39, XXXIII 142 (niet bij naam).
  6. Velleius Paterculus, Historia Romana I 14.6.
  7. Valerius Maximus, Dicta et facta memorabilia II 9 § 4, Aulus Gellius, Noctes Atticae IV 8.7, XVII 21.39, Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae XX 13.
  8. Cicero, De oratore II 268, Quintilianus, Institutio Oratoria XII 1.43, Aulus Gellius, Noctes Atticae IV 8.1-6, Cassius Dio, VIII frg. 34-35.
  9. Cassiodorus: P. Cornelius; Chronograaf van 354: Rufino II; Fasti Hydatiani: Rufino; Chronicon Paschale: Ῥούφίνου.
  10. Frontinus, Stratagemata III 6.4, Zonaras, Epitome VIII 6.
  11. Valerius Maximus, Dicta et facta memorabilia II 9 § 4, Aulus Gellius, Noctes Atticae IV 8.7, XVII 21.39, Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae XX 13; vermelden niet zijn dictatuur: Livius, Periochae XIV, Florus, Epitome I 13, 22, Lucius Ampelius, Liber memoralis 18.9, Plutarchus, Sulla 1.1. Vgl. Varro, De vita populi Romani II (bij Non. p. 465, 21), Ovidius, Fasti I 208, Seneca, De Vita beata 21.3, Plinius maior, Naturalis historia XVIII 39, XXXIII 142, Tertullianus, Apologeticum 6.

Bronvermelding[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • T.R.S. Broughton, The Magistrates of the Roman Republic, I, New York, 1951, pp. 183-184, 187, 194-195.
  • K.-L. Elbers, art. C. Rufinus, P. [I 62], in Der Neue Pauly 3 (1997), coll. 176-177.
  • H.G. Gundel, art. Cornelius (58), in Der Kleine Pauly 1 (1964), col. 1312.
  • F. Münzer, art. Cornelius (302), in RE IV.1 (1900), coll. 1422-1424.