Publius Terentius Afer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Terentius
Comic History of Rome p. 210 Terentius leest zijn toneelstuk voor aan Caecilius

Publius Terentius Afer (Carthago ca. 195/190 v.Chr.159 v.Chr.) was een Latijns schrijver, die als slaaf naar Rome kwam, er later werd vrijgelaten en er carrière maakte als blijspeldichter.

Leven[bewerken]

Terentius Afer werd geboren in Carthago. Nadat zijn vaderstad verslagen was in de Tweede Punische Oorlog, werd hij als gevangene meegenomen door Terentius Lucanus, een Romeinse senator. In Rome kreeg hij de naam van zijn meester Terentius, die hem later vrijliet nadat hij hem degelijk onderwijs had gegeven. Zijn cognomen 'Afer' ('Afrikaan') herinnert aan zijn afkomst. Hij was niet Carthaags, hoewel hij daar wel geboren was. De bijnaam 'Afer' werd alleen gebruikt door de inwoners van Afrika, niet door de Carthagers. Het vrijlaten van een slaaf was niet ongebruikelijk. Wat wel bijzonder is, is dat Terentius Afer vrienden wordt met Scipio Africanus en zijn vriend Laelius. Deze mannen hebben in latere tijden veel invloed op de cultuur in Rome.

Terentius beheerste het Latijn en het Grieks uitstekend en vanaf zijn twintigste tot zijn vijfentwintigste schreef hij zes theaterstukken in zes jaren, elk stuk in één jaar. Zo werd hij een beroemde blijspeldichter, die in zijn tijd door de vakgenoten werd benijd. Hij maakte perfect de zuiverste inheemse stijl en taal eigen.

Daardoor werd hij onder meer verdacht van plagiaat, men dacht dat Scipio en Laelius zijn blijspelen hadden geschreven, of in ieder geval delen ervan. Maar daartegen wist hij zich handig te verdedigen en even later kon hij ook bewijzen dat hij op dit punt onschuldig was. In een woord vooraf bij een van zijn toneelstukken schreef Terentius dat hij het een eer vond dat de lievelingsschrijvers van het Romeinse volk hem geholpen zouden hebben. Montaigne vond stukken van Cicero, Quintilianus en Scipio maar Diderot verwierp dat.

Het eerste blijspel dat hij schreef moest hij voorlezen aan Caecilus. Terentius moest op een kleine stoel naast de bank van Caecilus gaan zitten. Na de eerste verzen nodigde Caecilus hem uit om naast hem te komen zitten op de bank. Caecilus vond het prachtig.

Terentius wist zich een plaats te veroveren in de befaamde literaire kring van jonge aristocraten onder leiding van Scipio Minor en Gaius Laelius Sapiens. Na tussen 166 en 160 v. Chr. blijspelen te hebben gepubliceerd, vertrok hij naar Griekenland. Waarschijnlijk is hij in ongeveer 159 v.Chr. gestorven, in ieder geval voor de Derde Punische Oorlog. Tijdgenoten schreven dat hij op zee stierf.

Hij had een normale lengte en hij was donker getint. Hij liet een dochter achter die later trouwde met een Romeinse ridder. Toen Terentius stierf had hij een huis met zes hectare grond.

Werk[bewerken]

Werken van Terentius

Terentius schreef in een tijd van vrede. De Romeinen hadden de slag bij Pydna gewonnen en hadden hierdoor de Macedoniërs verslagen. De Grieks cultuur kreeg steeds meer invloed op Rome. Zijn stukken zijn, evenals die van zijn voorganger Plautus, navolgingen van Griekse modellen. Bij Terentius is echter de komedie van lyrische klucht tot psychologisch drama geworden. Zij heeft gewonnen aan geestelijke verfijning, maar verloren aan levendigheid. De aansluiting bij de Griekse modellen is nauwer dan bij Plautus. Vooral de Griekse blijspelen van Menander hebben Terentius tot voorbeeld gediend. De werken die Terentius schreef gingen bijna altijd over een Athener en speelde zich ook af in Athene, behalve als het verhaal een buitenlander nodig heeft.

Vergeleken met Plautus was de stijl van Terentius rustiger met beter uitgewerkte karakters. Terentius is ook een stuk braver dan Plautus. Daarom groeide Terentius uit tot een geliefd schoolauteur in de hele Oudheid, Middeleeuwen en Renaissance en Plautus niet. Voor een acteur die wat ouder is, is het wat makkelijker om in de stukken van Terentius te staan. Het gaat bij de stukken vooral over de dialogen en niet over hysterisch stuntwerk. Er wordt ook nauwelijks gescholden in de voorstellingen. In alle 6 de blijspelen wordt maar twee keer het woord kussen genoemd. In de stukken van Terentius wordt er niet gekust.

Terentius prefereerde ook een ander soort proloog. Plautus gaf inhoudelijk al informatie over het stuk, terwijl Terentius liever een toespraak tot het publiek wilde, waar de kunst en de werkwijze werd verdedigd. In 1963 heeft Terentius de leider van het toneelgezelschap, Lucius Ambivius Turpio, die wat meer ervaring had dan de jonge Terentius, gevraagd om een reactie te geven op de kritiek die hij heeft gekregen op zijn vorige stukken.

Terentius is nog beschuldigd van het toepassen van het procedé van de contaminatio. Dit het is samenvoegen van twee Griekse stukken in één. Terentius gebruikte een manier die de inhoud niet aantastte. Hij nam een stuk als voorbeeld die hij aanvulde met enkele delen uit een ander stuk. Een goed voorbeeld hiervan is Andria. Menander heeft het originele stuk geschreven. Terentius heeft het stuk gecombineerd met Perinthia. Dit zorgt soms voor scenes die zo moeilijk zijn geconstrueerd, dat de toeschouwers het na de voorstelling maar moeilijk na konden vertellen. Een goed voorbeeld hiervan is Heauton Timorumenos. Dit betekent: “Hij die zichzelf wreekt.”

Studenten die lang genoeg doorzetten en de volkstaal begrepen, vonden dat Terentius bijzonder aangenaam en direct schreef. Aelius Donatus, de leraar van Hiëronymus van Stridon, is de oudste commentator op Terentius die bewaard is gebleven.

Twee Engelse schrijvers zijn vergelijkbaar met Terentius. De Poolse Joseph Conrad, hij was meester in de Engelse stijl, en William Beckford, die ervoor koos om zijn Vathek in het Frans te schrijven.

Terentius' zes werken zijn allemaal bewaard gebleven. Zijn zes blijspelen zijn:

De komplotten van Terentius, zijn net als in de "Nieuwe Komedie" en de Fabula Palliata: jonge geliefden, vaders die zich tegen hen verzetten, slaven die hun meester proberen tevreden te stellen en bijna altijd aan het einde, de erkenning die de situatie oplost.

Ontvangst[bewerken]

Illustratie bij Andria

Niet al zijn stukken hadden tijdens zijn leven succes. Hecyra is in totaal drie keer opgevoerd. De eerste keer wilde de mensen liever naar koorddansers kijken. De tweede keer ging iedereen weg, terwijl de voorstelling nog bezig was, omdat er een gladiatoren gevecht begon. Alleen bij de derde tentoonstelling is het einde echt bereikt. Eunuchus werd wel een groot succes. Dit blijspel werd twee keer op één dag uitgevoerd en hij ontving er 8000 sestertiën voor.

In de Middeleeuwen en de renaissance werd de combinatie van hoge moraliteit en elegantie van taal wel zeer bewonderd. De eerste gedrukte uitgave van Terentius verscheen in Straatsburg in 1470. De eerste uitvoering sinds de Oudheid van een stuk van Terentius was die van de Andria in Florence in 1476.

De middeleeuwse schrijfster Hroswitha van Gandersheim zag haar toneelstukken als een christelijk alternatief voor de heidense stukken van Terentius.

Maarten Luther haalde dikwijls de inzichten van Terentius in de menselijke aard aan en beval zijn blijspelen aan voor onderwijs van schoolkinderen.

Cultureel erfgoed[bewerken]

Ralph Roister Doister, parodie op Terentius

Terentius' toneelstukken waren een standaard onderdeel van het Latijnse curriculum van de neoklassieke periode. De Amerikaanse president John Adams schreef eens aan zijn zoon, "Terentius is opmerkelijk, voor goede zeden, goede smaak en goed Latijn... Zijn taal heeft eenvoud en een elegantie die geschikt waren om nauwkeurig bestudeerd te worden als model.

Twee van de eerste Engels komedies, Ralph Roister Doister en Gammer Gurton's Needle, worden gedacht Terentius' stukken te parodiëren.

Door zijn bijnaam Afer, is Terentius lang genoemd met Afrika en aangekondigd als de eerste dichter van de Afrikaanse diaspora door generaties van schrijvers, waaronder Juan Latino, Phyllis Wheatley, Alexandre Dumas, Langston Hughes en Maya Angelou.

De Amerikaanse toneelschrijver Thornton Wilder baseerde zijn roman The Woman of Andros op Andria van Terentius.

Muziek[bewerken]

Een muzikaal motief van zijn componist Flaccus voor Terentius' blijspel Hecyra was het enige overblijfsel van de hele muziek van het Oude Rome en dit bleek onlangs niet echt te zijn.

Citaat[bewerken]

Homo sum, humani nihil (of nil) a me alienum puto: Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd (uit: Heauton Timorumenos, De zelfkweller).

Externe links[bewerken]