Heerlijkheid Putten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Putten (heerlijkheid))
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van de Heerlijkheid Putten

De Heerlijkheid Putten (ook wel "den lande van Put" of "de vorsche van Put") was een zelfstandige heerlijkheid op en rondom het eiland Putten in de huidige provincie Zuid-Holland.

Geschiedenis[bewerken]

Pas in 1459 ging de heerlijkheid Putten over naar Philips van Bourgondië. In 1581 kwam het gebied onder de macht van de Staten van Holland.[1]

De heerlijkheid bestond in aanvang uit:

De bekendste persoon wiens naam aan Putten verbonden is, is ongetwijfeld Cornelis de Witt. Hij werd in 1654 door de Staten van Holland aangesteld als ruwaard van Putten. Cornelis oefende deze functie uit totdat hij op 20 augustus 1672 samen met zijn broer Johan de Witt door een door Orangisten opgejutte menigte uit de Gevangenpoort in Den Haag werd gesleurd en daarna werd gelyncht.

De landen behorende tot de heerlijkheid van Putten[bewerken]

  1. Putten binnen de Ring: Geervliet, Spijkenisse, Biert, Simonshaven en Hekelingen
  2. Putten buiten de Ring: later ingepolderde gebieden en Zuidland met buitenpolders
  3. Putten over het Spui: Piershil en de Korendijk of Goudswaard
  4. Putten over Flakkee: Ooltgensplaat, Den Bommel, Stad aan 't Haringvliet en Middelharnis, het vroegere St. Michiel in Putten
  5. Putten over de Maas: Poortugaal, Hoogvliet, Pernis, Charlois en Katendrecht[2]

Heren en Vrouwen van Putten[bewerken]

Periode Naam Opmerkingen
(1216) Jan I
(1229-1247) Nicolaas I
Jan II
(1268-1275) Nicolaas II † vóór 19-04-1276
(1276) Nicolaas III van Putten † 27-10-1311
1311-1354 Beatrijs Oudste dochter Nicolaas III, vrouwe van de heerlijkheid Strijen sedert 1316; ∞ Huge van Zottegem † 1321; ∞ Gwijde van Vlaanderen † 1345
1354-1361 Aleid II Jongste dochter Nicolaas III, vrouwe van Putten en Strijen, ∞ Boudewijn van Praat (kinderloos)
1361-1400 Zweder van Abcoude Kleinzoon van Oda (Oede), middelste dochter Nicolaas III; heer van Gaasbeek, Abcoude, Putten en Strijen
1400-1459 Jacob van Gaasbeek Zoon van Zweder; heer van Gaasbeek, Abcoude, Putten en Strijen

Jacob was kinderloos en droeg reeds in 1456 al zijn Putse bezittingen over aan de Grafelijkheid. Na zijn overlijden in 1459 verviel de heerlijkheid definitief aan de Hollandse graven, in dit geval aan Filips II (de Goede) hertog van Bourgondië. Filips kende dit gebied als apanage toe aan zijn zoon Karel de Stoute. In 1581 kwamen de heerlijke rechten aan de Staten van Holland.

Wapen[bewerken]

Het wapen van Spijkenisse

Het wapen van de heren en vrouwen van Putten bevat zes horizontale balken, afwisselend blauw en geel (oorspronkelijk goudkleurige). Op de drie blauwe balken staan respectievelijk 4, 3 en 2 zilverkleurige Andreaskruisen. Dit wapen is tegenwoordig nog het gemeentewapen van Spijkenisse (in die tijd deel van de heerlijkheid Putten). Het wapen wordt later ook aangenomen door de Heerlijkheid Strijen. Het wapen van o.a. de gemeente Strijen is van dit wapen afgeleid.

Er zijn aanwijzingen dat de heren van Putten een relatie hebben met (of zelfs afstammen van) de familie Persijn, heren van Waterland. De wapens van deze familie hebben overeenkomsten. Het wapen van de heren en vrouwen Persijn bevat zes horizontale balken, afwisselend blauw en geel. Op de drie gele (oorspronkelijk goudkleurige) balken staan respectievelijk 4, 3 en 2 roodkleurige Andreaskruisen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Spijkenisse Online - Geschiedenis Gearchiveerd van het origineel op 2011-06-07
  2. Hoorn, Felix van, Het Hof van Putten en de Hoge Vierschaar