Puttense moordzaak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De gemeente Putten in Gelderland

Op 9 januari 1994 werd Christel Ambrosius, een 23-jarige stewardess, verkracht en vermoord in het huis van haar oma in de Gelderse plaats Putten. Dit werd bekend als de Puttense moordzaak.

De twee Puttense zwagers Wilco Viets en Herman du Bois werden voor dit misdrijf in 1995 tot een gevangenisstraf van 10 jaar veroordeeld. Ze kwamen in 2002 vrij nadat ze twee derde van hun straf hadden uitgezeten. In een herzieningsprocedure in hoger beroep werden ze in 2002 alsnog vrijgesproken. In 2008 werd een nieuwe verdachte, Ronald P., opgepakt. Hij werd in hoger beroep veroordeeld tot 18 jaar celstraf.

De Puttense moordzaak staat vanwege de onterechte veroordeling van Viets en Du Bois bekend als een van de grootste gerechtelijke dwalingen van de laatste decennia in Nederland.

De feiten[bewerken]

De 23-jarige stewardess Christel Ambrosius werd op 9 januari 1994 dood aangetroffen in het huis van haar oma in de bossen bij Putten. Als belangrijkste sporen werden één grote spermadruppel op Christels been en twee niet lichaamseigen haren gevonden.

Gedurende het onderzoek werd een groot aantal Puttenaren gehoord. Zo ook de mannen Wilco Viets, Herman du Bois, Willem Bettink en Gerrit Schuchard, die in de weekenden in een oude Mercedes rondjes door de bossen reden. Omdat een aantal wandelaars getuigde op de middag van de moord een Mercedes te hebben zien rondrijden, werden de mannen direct verdacht.

Onderzoek[bewerken]

De vier mannen werden aan een serie verhoren blootgesteld. Hierbij voedde de politie hen met daderkennis en kregen de mannen details te zien van de verklaringen die de andere verdachten af hadden gelegd. Twee van de vier mannen beschuldigden de uiteindelijk veroordeelde Viets en Du Bois van de moord op Ambrosius.

Reconstructie[bewerken]

Aan de hand van de afgelegde verklaringen maakte de politie de volgende reconstructie. Op de zondagmiddag waarop Christel Ambrosius vermoord werd, gingen de vier mannen gewoontegetrouw met de Mercedes toeren in het bos. Toen ze Christel zagen fietsen, stapten Viets en Du Bois uit en liepen met haar mee naar het huis van Christels oma. De andere twee mannen reden een eindje door, stapten ook uit, liepen terug naar het huisje waar hun vrienden met Christel naar binnen waren gegaan en zagen vanuit de voortuin door het raam hoe Christel door de vrienden gewurgd, verkracht en vervolgens vermoord werd. De mannen grepen niet in, maar wachtten hun vrienden op en ze maakten zich gezamenlijk uit de voeten.

Toen bleek dat er geen enkel spoor van Viets en Du Bois in en rondom het huisje van Christels oma werd aangetroffen, kwam de politie met de zogeheten 'sleeptheorie'. Het belangrijkste bewijs, een druppel sperma op het lichaam van het slachtoffer, bleek niet afkomstig te zijn van één van de verdachten. Dit werd toen verklaard door te zeggen dat deze afkomstig was van eerder, vrijwillig seksueel contact met een derde, die nooit is geïdentificeerd. De zaak trok de aandacht van Peter R. de Vries.

Uiteindelijk werden Viets en Du Bois in oktober 1995 veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. De twee vrienden van de veroordeelden, die verklaarden te hebben gezien dat Christel Ambrosius werd verkracht en vermoord kregen geen straf opgelegd.

Kritiek en vrijspraak[bewerken]

De door Peter R. de Vries ingeschakelde oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw schreef in 1999 een brief met acht punten van kritiek aan de minister van Justitie. Deze brief leidde tot Kamervragen, maar niet tot herziening van het vonnis. Een jaar later verscheen een boek van Blaauw over de zaak, waarin de politie tunnelvisie werd verweten.

De twee mannen die in 2002 na het uitzitten van twee derde van hun straf vrijkwamen, hielden vol onschuldig te zijn. Na een door Geert-Jan Knoops ingediend revisieverzoek besluit de Hoge Raad op 26 juni 2001 dat het proces moet worden heropend. Op 24 april 2002 werden de twee veroordeelden uiteindelijk formeel vrijgesproken. Viets en Du Bois kregen samen een schadevergoeding van ruim 1,8 miljoen euro.[1] Du Bois' vrouw Anja schreef een boek over het leven in het gezin na zijn arrestatie.[2]

Op basis van analyse van aanvullende onderzoeksmogelijkheden en de daaruit voortkomende aanbevelingen, besloot het Openbaar Ministerie in juni 2006 het opsporingsonderzoek te hervatten.

Nieuwe verdachte[bewerken]

Op 20 mei 2008 werd bekendgemaakt dat een nieuwe verdachte was aangehouden op basis van een DNA-match. Het ging om de 33-jarige Ronald Pieper uit Delft die oorspronkelijk uit Putten komt en ten tijde van het misdrijf op enkele honderden meters van Christel Ambrosius woonde.[3] Volgens dagblad De Stentor was Pieper waarschijnlijk de "jongen uit een internaat in de regio" die na de moord door de politie was verhoord en vervolgens weer vrijgelaten, nadat hij had geweigerd mee te werken aan een DNA-onderzoek.[4] In 2005 werd Pieper veroordeeld tot een werkstraf voor een geweldsmisdrijf waarbij hij zijn partner had mishandeld. In oktober 2007 moest hij op last van de rechter DNA afstaan. Het afgenomen materiaal werd in april 2008 door het NFI gematcht met DNA-materiaal uit het onderzoek van de Puttense moordzaak.

De advocaat van de verdachte, mr. R. van Boom, vroeg inzicht in de oude dossiers. In juni 2009 bleek dat het oorspronkelijk DNA-dossiermateriaal bij het NFI is verloren gegaan. Enige dagen na het bekend worden van dit feit werd ook duidelijk dat de slip en laarzen van Christel vermist zijn. Op 29 juni 2009 werd de zaak in de rechtszaal van Zutphen behandeld. De DNA-deskundige Richard Eikelenboom van Independent Forensic Services (IFS) stelde dat het vermiste dossier van belang is voor het sporenonderzoek. Ronald Pieper claimde een geheime relatie met Christel te hebben gehad. Hij heeft tijdens het verhoor verklaard dat hij in de avond voor haar dood in zijn ouderlijk huis circa twee uur intiem met haar is geweest, wat volgens zijn advocaat diens sporen op het lichaam van het slachtoffer zou verklaren.[5] Door de officier van justitie werd de verklaring van P. beschouwd als "ongeloofwaardig" en "een kletsverhaal".[6][7]

Op 26 augustus eiste het Openbaar Ministerie vijftien jaar cel tegen Ronald Pieper [6][7] In het vonnis, op 9 oktober 2009, volgde de rechtbank deze eis.[8] In hoger beroep eiste de aanklager 18 jaar cel. Het gerechtshof in Arnhem deed uitspraak op 10 november 2011 en volgde deze eis.[9] In 2013 werd de cassatie bij de Hoge Raad behandeld. De advocaat-generaal adviseerde de schuldigverklaring te handhaven. Naar de duur van de straf zou opnieuw moeten worden gekeken, omdat bij het oorspronkelijke vonnis geen rekening is gehouden met eerder opgelegde straffen voor diefstallen.[10]

Zie ook[bewerken]