Pythagoras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Pythagoras (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Pythagoras.
Pythagoras
Pythagoras, Romeinse kopie naar een Grieks origineel, Musei Capitolini
Pythagoras, Romeinse kopie naar een Grieks origineel, Musei Capitolini
Persoonsgegevens
Geboren ca. 572 v.Chr
Overleden ca. 500 v.Chr
Land Griekse wereld
Oriënterende gegevens
Tijdperk Archaïsche periode
Belangrijkste ideeën Getallenleer
Beïnvloedde Plato, middeleeuwse theologen, Baruch Spinoza, Leibniz en Kant
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Pythagoras (Oudgrieks: Πυθαγόρας, Samos, ca. 570 v.Chr. – Metapontum, ca. 500 v.Chr.) was een van de presocratische filosofen. Rond 540 v.Chr. emigreerde hij naar het Zuid-Italiaanse Croton, waar hij politiek geëngageerd was en een religieus-filosofisch broederschap oprichtte dat enige invloed had op het maatschappelijk leven. Door moeilijkheden met de stedelingen verhuisde hij uiteindelijk naar Metapontum, waar hij overleed. Over zijn leven bestonden veel legenden, en de authentieke religieuze en filosofische opvattingen van hem zijn onduidelijk door het werk van latere pythagoreeërs en platonisten.

Leven[bewerken]

Van alle presocraten is over Pythagoras het meeste geschreven in de klassieke oudheid, maar zijn biografische bronnen, die goeddeels uit de Romeinse keizertijd stammen, bevatten veel onwaarschijnlijkheden en tegenstrijdigheden. Er deden veel fantastische verhalen over hem de ronde, en men schreef allerlei wonderwerken aan hem toe. Hij genoot veel aanzien, zodat latere auteurs allerlei filosofische en wiskundige ideeën aan hem toeschreven. De vroegste vermeldingen van hem staan in het werk van Heraclitus, Herodotus, Ion van Chios en Empedocles, die niet lang na hem actief waren. Heraclitus oordeelde negatief over hem, omdat hij een oppervlakkige veelweter zou zijn geweest. De andere auteurs prezen hem echter als wijze leraar die veel kennis had. Hij stond bekend als een filosofische en religieuze hervormer, maar onderzoekers leggen nu eens de nadruk op Pythagoras' wiskunde en filosofie, dan weer op zijn sjamanistische allure.

Hij was de zoon van de welgestelde Mnesarchus, werd rond 570 v.Chr. geboren op het eiland Samos, dat toentertijd op het hoogtepunt was van zijn welvaart, maar hij vluchtte er rond 530 v.Chr. weg voor het bewind van de tiran Polycrates (535–522 v.Chr.). Hij emigreerde naar het Zuid-Italiaanse Croton, waar hij met zijn kennis en welsprekendheid indruk maakte op het stadsbestuur en verzocht werd om redes te houden voor groepen jongemannen en vrouwen. Vervolgens richtte hij met succes een broederschap of sekte op rond religieuze, mystieke en filosofische doctrines. Hieruit leiden onderzoekers af, dat Pythagoras charismatisch was. Vrouwen waren er ook toegelaten, wat een primeur was. Deze stroming verbreidde zich over de steden in de regio en won aan maatschappelijke en politieke invloed gedurende twee à drie generaties. In deze periode werd Croton de machtigste stad in de regio, waarin Pythagoras mogelijk een aandeel had. De pythagoreïsche macht in Croton leidde echter tot vijandigheden in 510 v.Chr., waardoor Pythagoras moest verhuizen naar Metapontum. Daar overleed hij rond 500 v.Chr. Hernieuwde vijandigheden in de regio tegen de pythagoreïsche gemeenschappen rond 450 v.Chr. betekenden het einde van het broederschap. In hoeverre Pythagoras' broederschap respectievelijk religieus, filosofisch of politiek van aard was, is niet duidelijk.

Pythagoras werd een legendarisch en sjamanistisch figuur die werd omgeven door wonderbaarlijke verhalen. Dit beeld bestond al in de vroege 4e eeuw v.Chr. Enkel voorbeelden zijn het hebben van een gouden dij, het vermogen om op twee plaatsen tegelijk te verschijnen (bilocatie), een reis naar de onderwereld, en het kunnen communiceren met dieren. Ook zou hij door zijn vele reizen kennis hebben gekregen over Hebreeuwse droomduiding, Chaldeïsche astrologie, Egyptische hiëroglyfen, en reinheidsregels voor een zuiver leven van de profeet Zarathustra.

Leer[bewerken]

Over de inhoud van Pythagoras' denken is weinig met zekerheid bekend, omdat hij zelf niets op schrift stelde. Alleen van latere pythagoreeërs zoals Philolaus en Hippasus (5e eeuw v.Chr.) is fragmentarisch tekstmateriaal overgeleverd, maar zij hadden oorspronkelijke denkbeelden doorontwikkeld. De eerste duidelijke bronnen voor het vroege pythagorisme zijn de interpretaties van Plato en Aristoteles, terwijl vanaf de laat-hellenistische periode de tendens ontstaat om in hun filosofieën (onterecht) de invloed van Pythagoras te zien. Dit heet neopythagorisme. Vanaf die tijd ontstonden veel pseudepigrafische teksten van Pythagoras. Door zijn groeiende reputatie schreef men in de loop der tijd verschillende ideeën aan Pythagoras toe, zoals de stelling van pythagoras. Om die redenen is het vaak onduidelijk of iets van Pythagoras is, of van zijn vroege volgelingen, of dat iets een herinterpretatie of verzinsel is van nog latere tijd.

Samos grensde aan het Ionische vasteland, waar presocraten als Anaximander en Xenophanes actief waren. Zij waren tijdgenoten van Pythagoras, en van Anaximander wordt gezegd dat hij Pythagoras zou hebben onderwezen in astronomie en geometrie. Volgens andere bronnen was Pherecydes van Syros zijn leermeester. De waarheid ervan wordt betwijfeld, mede omdat het vroege pythagorisme bijna geen overeenkomsten vertoont met hun leerstellingen. Bronnen in de 5e en 4e eeuw benadrukken Pythagoras' religieuze overtuigingen, uiten zich daar ironisch over, en noemen hem soms een charlatan. Dit beeld verandert drastisch met Plato (427 v. Chr. –  347 v.Chr.), die de nadruk legt op Pythagoras' onderwijs in wiskundige filosofie.

Religie[bewerken]

Pythagoras' ascetische sekte werd bijeengehouden door cultuspraktijken en geloofsovertuigingen, die zich richtten op het nastreven van lichamelijke en geestelijke reinheid. Deze waren alleen voor ingewijden, werden besproken in hun vergaderzaal (homakoeion) en mochten van Pythagoras niet met buitenstaanders worden gedeeld. De belangrijkste notie was de onsterfelijkheid van de ziel en de zielsverhuizing (metempsychosis) oftewel reïncarnatie, mogelijk beïnvloed door de orfische mysteriecultus en Pherecydes van Syros. Men kon bijvoorbeeld herboren worden als dier. Daarom waren de eerste pythagoreeërs waarschijnlijk in zoverre vegetariërs, dat ze enkel offerdieren mochten eten. Ze mochten volgens Herodotus niet worden begraven in wollen kleding, wat wellicht samenhangt met hun respect voor dieren. Er bestonden allerlei verboden, zoals op het eten van bonen en het oprapen van kruimels die op de grond vielen. Geboden waren bijvoorbeeld het zorgen voor nageslacht en het trouw blijven aan zijn vrouw.

Filosofie[bewerken]

Vanaf Plato (De staat, VII, 530d; Philebus, 16c) verschijnen meer vermeldingen van Pythagoras als leermeester op het gebied van wiskundige vakgebieden, zoals rekenen, harmonieleer, geometrie en astronomie. Volgens hem was een fundamentele leerstelling de aanname dat alles is opgedeeld in een en veel, het begrensde en onbegrensde. Ook zou alles in wezen zijn opgebouwd uit getallen, zodat de oersubstantie van de kosmos feitelijk het getal zou zijn. Verder werd aan hem de ontdekking van de muziekintervallen toegeschreven: een snaar met een bepaalde lengte geeft een bepaalde toon, wat moest duiden op een wiskundige ordening in het heelal. Door de beweging van de planeten langs de hemelsfeer zouden verschillende tonen ontstaan (een per planeet), wat resulteerde in de muziek der sferen, die in principe hoorbaar is, maar niet onderscheiden wordt, omdat de mens er vanaf zijn geboorte aan is gewend. Er bestaat discussie over in hoeverre deze noties daadwerkelijk van Pythagoras waren. Dat hij niettemin een serieuze onderzoeker was, wordt gesuggereerd door Heraclitus, die rond 500 v.Chr. actief was. Deze viel hem namelijk aan op zijn veelweterij (polymathiê) en onderzoek. (historiê, ook: 'natuurfilosofie').

Invloed[bewerken]

Pythagoras richtte een broederschap op dat zich met succes verspreidde over Magna Graecia, en waarvan in de loop der tijd leden tot in het stadsbestuur kwamen. Na de vijandigheden werden de vergaderzalen verbrand en leiders gedood, zodat overlevenden verspreid raakten. Het gevolg daarvan was een verbreiding van pythagoreïsche filosofie, die zich gestaag verder ontwikkelde. In Plato's tijd verschijnen opnieuw pythagoreïsche leiders in onder andere Tarentum.

Het vroege pythagorisme, en vermoedelijk dus Pythagoras zelf, oefende invloed uit op diverse presocraten, zoals de artsen Alcmaeon en Empedocles. Vooral Empedocles combineerde net als Pythagoras religieuze noties zoals vegetarisme en reïncarnatie met natuurfilosofie. Na het uiteenvallen van het pythagoreïsche broederschap verschijnen in de bronnen enkele vluchtelingen, zoals Philolaus in Thebe. Deze presocraat was een pythagoreeër die vroegere noties doorontwikkelde en een bron van pythagoreïsche kennis vormde voor Plato en Aristoteles. Vooral Plato zou in zijn denken zijn geïnspireerd door het pythagorisme.

In de 2e eeuw v.Chr. ontstaat een hernieuwde interesse voor het pythagorisme, dat nu wordt gecombineerd met platonische en aristotelische filosofie. Dit neopythagorisme maakte van Pythagoras de bron van die filosofieën en werkte door op het middenplatonisme en neoplatonisme. De reputatie van Pythagoras vergrootte zich, en er verschenen diverse geschriften onder zijn naam, zoals de Memoires van Pythagoras.

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Barnes, J. Early Greek Philosophy. London: Penguin, 1987.
  • Diogenes Laërtius. Leven en leer van beroemde filosofen. Red. R. Ferwerda. Amsterdam: Ambo, 2000.
  • Jamblichus & Porphyrius. Leven en leer van Pythagoras. Vert. H.W.A. van Rooijen-Dijkman. Baarn: Ambo, 1987.
  • Kahn, C. Pythagoras and the Pythagoreans. A Brief History. Indianapolis: Hackett, 2001.
  • Kirk, G.S. & J.E. Raven. The Presocratic Philosophers. A Critical History with a Selection of Texts. Cambridge: Cambridge University Press, 1975 (1957).

Beluister

(info)