Black Dub (Isle of Man)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Quarter-Distance Marker)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Black Dub ligt aan de westkant van de Snaefell Mountain Course tussen Laurel Bank en Glen Helen

Black Dub (Zwarte poel) en Glen Moar zijn markante punten op het eiland Man in de civil parish German. Ze liggen langs de A3 Castletown - Ramsey.

Bij Black Dub ligt de voormalige koren-watermolen annex café en garage "Glen Moar". Daar werd ooit graan gemalen, maar toen café en garage nog in bedrijf waren wekte de watermolen ook haar eigen elektriciteit op.

Isle of Man TT en Manx Grand Prix[bewerken]

Black Dub ligt ook tussen de 9e en de 10e mijlpaal van de Snaefell Mountain Course. Dat is het stratencircuit dat gebruikt wordt voor de Isle of Man TT en de Manx Grand Prix. Het vormt het een van de markante punten langs dit circuit en ligt tussen Ballacraine en Glen Helen. Black Dub maakte ook deel uit van de Highroads Course en de Four Inch Course, die gebruikt werden voor de Gordon Bennett Trial en de RAC Tourist Trophy van 1904 tot 1922. Het hoorde ook bij de St John's Short Course, die voor motorraces werd gebruikt van 1907 tot 1910.

Circuitverloop[bewerken]

9e mijlpaal en Glen Moar Mill[bewerken]

Vanaf Ballacraine tot voorbij Sarah's Cottage blijft de Mountain Course bochtig, en de coureurs zijn voortdurend bezig de juiste lijnen te kiezen tussen de rotswand links en het trottoir en de lage muurtjes rechts van de weg. Na Laurel Bank 2 volgt een snelle bocht naar rechts die eindigt bij de 9e mijlpaal van het circuit. Dan moet men naar links langs Glen Moar Mill, maar in de bocht ligt een kleine verhoging waardoor het moeilijk is de motorfiets te positioneren voor de afdaling naar Black Dub.

Black Dub[bewerken]

Black Dub begint met een rechter bocht en achter het muurtje rechts ligt de rivier Neb die daar wat breder is en de zwarte poel vormt waar het gebied zijn naam aan dankt. In de beginjaren van de Isle of Man TT was de onverharde weg hier zo smal dat rijders elkaar nauwelijks konden passeren. Er stonden ook nog minder bomen dan tegenwoordig. In 1930 werd de weg aanmerkelijk breder gemaakt. Doordat de coureurs tegenwoordig min of meer door een tunnel van bomen rijden is er wat meer beschutting, maar in 1985 waaide het hier tijdens de Senior toch zo hard dat de wind vat kreeg op de stroomlijnkuip van de motorfiets van Steve Hislop, waardoor het voorwiel opgetild werd. Hislop hield aan zijn val een gebroken duim over, maar een ronde later verongelukte Rob Vine op dezelfde plaats. Door de vele bomen blijft de weg na een regenbui langer nat dan op andere plaatsen op het circuit.

The Vaish en Quarter-Distance Marker[bewerken]

Na de uitgang van Black Dub passeren de rijders een gedeelte dat in de volksmond "The Vaish" heet. Er ligt ook een boerderij met die naam, maar de organisatie van de TT gebruikt het niet als officiële "marker". In 2007 botsten hier tijdens de trainingen drie coureurs tegen elkaar. De machines vlogen in brand en toen die aan de begroeiing op het linker talud begon te vreten moest de training worden stilgelegd om een brandweerauto toe te kunnen laten. Bij the Vaish staat ook de "Quarter-Distance Marker", een bordje dat aangeeft dat een kwart (15,2 kilometer) van het circuit is afgelegd.

Gebeurtenissen bij Black Dub[bewerken]

Voor Rob Vine en Mark Farmer werden bij Black Dub twee kleine monumenten opgericht, maar ze zijn bijna onzichtbaar verborgen in een apart tuintje achter een stenen muur. Ook werd het "Rob Vine Fund" opgericht. Dat verzorgt trainingen en opleidingingen voor de medische staf en de marshals van de Isle of Man TT en de Manx Grand Prix.

Trivia[bewerken]

Geoff Duke was bekend om zijn veilige manier van rijden, maar bij Black Dub verloor hij in 1950 toch even de controle over zijn 350 cc Norton Manx. Hij haalde de bocht, maar zag nog net hoe een rij toeschouwers in de buitenbocht achterover rolde, waarschijnlijk de rivier in.