RWE (energiebedrijf)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf RWE (energie))
Ga naar: navigatie, zoeken
RWE AG
RWE (energiebedrijf)
Sleutelfiguren Rolf Martin Schmitz (CEO)
Markus Krebber (CFO)
Hoofdkantoor Essen, Duitsland
Werknemers 55.652 (in fte's, eind 2016)
Producten Elektriciteit en gas
Sector Nutssector
Industrie Energie
Omzet € 45,8 miljard (2016)[1]
Winst € -5,7 miljard (2016)[1]
Marktkapitalisatie € 7,1 miljard (per ultimo 2016)[1]
Website (en) RWE.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
RWE toren, hoofdkantoor in Essen

RWE (tot 1990 Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk) is een van oorsprong Duits energiebedrijf. Het heeft zijn hoofdvestiging in Essen. Op de Duitse thuismarkt neemt het qua grootte op de energiemarkt de tweede positie in; het bedrijf is actief in kernenergie, bruinkool, steenkool, gas, afvalverbranding en infrastructuur voor gas en elektriciteit. Het bedrijf is verder internationaal actief in Engeland, Nederland, België en diverse Oost-Europese landen.

De belangrijkste aandeelhouders van RWE zijn een groot aantal Duitse gemeenten. Deze hebben hun belangen ondergebracht in RW Energie-Beteiligungsgesellschaft; deze heeft een aandelenbelang van 15% in RWE.

In 2016 werden diverse activiteiten afgesplitst in een nieuw bedrijf dat verder gaat als innogy. RWE heeft een meerderheidsbelang in innogy.

Bedrijfsbeschrijving[bewerken]

In 2014 produceerde RWE in totaal 208 terawattuur (TWh) aan elektricteit. Ongeveer 37% van de elektriciteit was afkomstig uit centrales die bruinkool als brandstof gebruiken, 23% uit steenkool gestookte centrales en 15% uit kernenergiecentrales. Het aandeel van elektriciteit uit schone bronnen, als bijvoorbeeld windenergie, was slechts 5%.[2] De totale capaciteit van het opgestelde vermogen van RWE was ruim 49 gigawatt (GW) per eind 2014.[3] Vanwege het hoge aandeel van bruin- en steenkool in de totale elektricteiteitsproductie behoort RWE tot de grootste uitstoters van koolstofdioxide in Europa. In 2014 was de totale uitstoot 155 miljoen ton CO2 (2010: 165 miljoen ton). De onderneming erkent het probleem van de hoge CO2 uitstoot en heeft de intentie de uitstoot van koolstofdioxide te verlagen van 0,8 ton per MWh in 2009 naar 0,45 ton in het jaar 2020.[4] Deze bijna halvering van de uitstoot wil RWE bereiken door te investeren in onder andere schone windenergie en in moderne centrales die oude en meer vervuilende centrales gaan vervangen.[5] RWE verkoopt ook veel gas; in 2014 werd voor ruim 280 miljard KWh aan gas verkocht.

In 2011 verkocht RWE 74,9% van netbeheerder Amprion aan investeringsmaatschappij Commerz Real. RWE blijft de overige 25,1% van Amprion aanhouden.[6]

RWE heeft een eigen olie en gas opsporings- en winbedrijf, genaamd RWE DEA. In maart 2014 maakte RWE de verkoop hiervan bekend. De koper is investeringsbedrijf LetterOne Group, dat in handen is van Michaïl Fridman, die er 5,1 miljard euro voor betaald.[7] Fridman is rijk geworden door de verkoop van zijn belang in TNK-BP aan Rosneft.[8] RWE gaat met de opbrengst zijn schulden aflossen. Begin 2015 werd de transactie afgerond onder de voorwaarde dat LetterOne de activiteiten op het Britse deel van de Noordzee zou afstoten.[9] Later in dat jaar zijn de Britse belangen verkocht aan INEOS.

Opsplitsing[bewerken]

Eind 2015 maakte RWE plannen bekend het bedrijf te gaan splitsen.[10] In een nieuw onderdeel met de naam innogy, worden de duurzame energie activiteiten, de stroomnetwerken de verkoop aan consumenten ondergebracht.[10] Van innogy werd in oktober 2016 zo’n 23% van de aandelen naar de beurs gebracht. Later kan RWE meer aandelen verkopen, maar het bedrijf zal wel grootaandeelhouder blijven.[10] De andere activiteiten zoals de energieopwekking uit fossiele brandstoffen en kernenergie en de groothandel blijven achter bij RWE evenals zo'n 20.000 medewerkers. Het nieuwe onderdeel heeft een omzet van ongeveer 40 miljard euro en veertigduizend werknemers.[10] Energiebedrijf E.ON nam ongeveer een jaar geleden een vergelijkbaar besluit.

Resultaten[bewerken]

In 2013 leed RWE voor het eerst in zestig jaar verlies. Door een eenmalige afschrijvingen van 4,8 miljard euro op de elektriciteitscentrales, waarvan anderhalve miljard euro in de Benelux, kwam het verlies uit op 2 miljard euro. Exclusief deze afschrijvingen was er sprake van een winst van 2,3 miljard euro.

Jaar[11] Omzet Bedrijfsresultaat Nettoresultaat Beurswaarde Aantal werknemers CO2 uitstoot
2010 € 53.320 miljoen € 7681 miljoen € 3308 miljoen € 28,0 miljard 70.856 164,9 miljoen ton
2011 € 51.686 miljoen € 5814 miljoen € 1806 miljoen € 16,6 miljard 72.068 161,9 miljoen ton
2012 € 53.227 miljoen € 6416 miljoen € 1306 miljoen € 19,1 miljard 70.208 179,8 miljoen ton
2013 € 52.245 miljoen € 5369 miljoen € -2016 miljoen € 16,2 miljard 64.896 163,9 miljoen ton
2014 € 48.468 miljoen € 4017 miljoen € 1705 miljoen € 15,5 miljard 59.784 155,2 miljoen ton
2015 € 48.599 miljoen € 3837 miljoen € -170 miljoen € 7,1 miljard 59.762 150,8 miljoen ton
2016[1] € 45.833 miljoen € 3082 miljoen € -5710 miljoen[12] € 7,1 miljard 55.652 148,3 miljoen ton

RWE in Nederland[bewerken]

RWE trad toe tot de Nederlandse markt door overname van de energiebedrijven Obragas medio 2002 en Haarlemmermeergas en de oprichting van RWE Energy Nederland (REN).

Stroometiket van de Nederlandse tak van RWE over 2007

In juni 2007 werden de twee netbeheerders, Obragas Net en Haarlemmermeer Net afgesplitst en verkocht aan de Eindhovense netwerkbeheerder NRE (Nutsbedrijven Regio Eindhoven). Het overgebleven leveringsbedrijf levert gas en/of elektriciteit aan ongeveer 350.000 particuliere en 30.000 zakelijke klanten.

RWE opende zomer 2015 een nieuwe kolencentrale, met een capaciteit van 1.600 megawatt (MW) en met mogelijkheden voor CO2-afvang in de Eemshaven. Deze locatie is gunstig vanwege de haven die de aanvoer van steenkool met grote zeeschepen mogelijk maakt, de aanwezigheid van voldoende koelwater waardoor geen koeltorens nodig zijn en de directe aanwezigheid van lege aardgasvelden in het noorden van Nederland voor de - eventuele - opslag van CO2.

De centrale heeft ook een installatie die stroom uit biomassa kan produceren; deze heeft een vermogen van 160 MW. Het rendement van de kolencentrale bedraagt ongeveer 46%, wat ongeveer 10%-punten beter is dan het Europese gemiddelde van bestaande kolencentrales.

Op 19 juni 2012 heeft RWE, wederom, een Natuurbeschermingswetvergunning gekregen van de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, nadat een eerdere vergunning door de Raad van State was vernietigd. Het energiebedrijf heeft de effecten op de natuur beter inzichtelijk gemaakt en extra natuurmaatregelen genomen. Daarmee voldoet RWE aan de voorwaarden voor deze laatste vergunning voor de energiecentrale in de Eemshaven.[13]

Begin maart 2015 vestigden de Waddenvereniging met Greenpeace en Natuur en Milieu wederom de aandacht op de voortgaande lozingen van kwik. Volgens de vergunningen mocht de centrale jaarlijks tot 96 kilo kwik in de lucht lozen. De overheid erkende wel, dat er een milieuprobleem was, maar aangezien de lozing slechts voor 2 procent bijdroeg aan de totale belasting van het oppervlaktewater door kwik, weigerden staatssecretaris Wilma Mansveld (Milieu) en de provincie Groningen de vergunning voor RWE aan te passen. [14]

In juni 2017 kondigde de directie van de centrale aan, dat in de volgende jaren het aandeel biomassa in de brandstof van de centrale stapsgewijze zal worden opgevoerd en dat van steenkool afgebouwd. Als de financiering rondkomt, kan de centrale over tien jaar volledig draaien op biomassa, en daarmee klimaatneutraal zijn.[15]

Overname van Essent[bewerken]

In januari 2009 deed RWE een bod van 9,3 miljard euro op Essent.[16] Op 20 februari 2009 werd het verkoopvoorstel getekend nadat de centrale ondernemingsraad zijn goedkeuring had gegeven aan de voorgenomen fusie.[17] De Provinciale Staten van Noord-Brabant waren eerst tegen de overname van Essent omdat zij twijfelden over de duurzaamheidplannen van RWE.[18] De verkoop betrof enkel de aandelen in het productie- en leveringsbedrijf. De aandelen in het netwerkbedrijf van Essent, Enexis, en het milieubedrijf, Essent Milieu, bleven in handen van de gemeentelijke en provinciale aandeelhouders.

Over de verkoop van het 50% belang van Essent in EPZ, waaronder de kernenergiecentrale Borssele, werd een rechtszaak gevoerd. Begin maart 2010 deed de rechter hierin uitspraak; RWE mocht dit belang niet overnemen. De gemeentelijke en provinciale aandeelhouders van Essent bleven daarmee - voorlopig - eigenaar van deze kernenergiecentrale. De overnamesom voor Essent werd, met deze uitspraak, met 950 miljoen euro verlaagd. Medio mei 2011 maakten DELTA, de oud-aandeelhouders en RWE bekend tot een overeenstemming te zijn gekomen. DELTA zou 20% extra aandelen krijgen en RWE kreeg een belang van 30%. Met een belang van 70% kon DELTA het publieke belang zeker stellen. De definitieve overeenkomst werd later in 2011 bereikt en de aangespannen bodemprocedure met betrekking tot het belang in EPZ werd gestaakt.[19]

Essent, Vopak en Gasunie deden een onderzoek naar de haalbaarheid van een LNG-terminal in de Groningse Eemshaven. RWE kreeg, na de overname van Essent, een belang van 50% in de terminal en de twee partners elk 25%. Volgens de plannen zou de terminal twee LNG opslagtanks krijgen van elk 180.000 m3 waarmee jaarlijks 10 tot 12 miljard m3 aardgas kan worden geproduceerd.[20] In 2010 werd echter duidelijk dat dit project financieel niet haalbaar was en de plannen zijn geschrapt.

Van 30 september 2009 tot 2016 maakte Essent onderdeel uit van RWE. Met ingang van 2016 is Essent onderdeel van de internationale groep innogy SE. Essent opereert onder innogy SE als zelfstandige organisatie, Essent is binnen innogy SE verantwoordelijk voor de exploitatie van energie-activiteiten in Nederland en België.

Resultaten voor België en Nederland[bewerken]

In Nederland en België produceerde RWE in totaal 23,1 terawattuur (TWh) aan elektriciteit in 2016 (2015: 22,3 TWh).[1] Hiervan was ruim twee derde afkomstig uit met steenkool gestookte centrales. Het opgestelde productievermogen was per ultimo 2016 zo'n 5,4 GW (2015: 6,2 GW).[1] De twee eenheden in de Eemshaven kwamen in 2014 in gebruik. RWE leverde verder voor 61 TWh (2014: 60 TWh) aardgas aan industriële klanten en aan consumenten in Nederland en België. In 2013 werd nog 80 TWh geleverd maar door het zachte winterweer in 2014 en 2015 werd minder gestookt voor verwarmingsdoeleinden. Na Duitsland is dit de belangrijkste gasmarkt voor het concern. Over het gehele jaar werd een omzet behaald van 4,1 miljard euro, waarvan twee vijfde deel elektriciteit en de rest uit gasverkopen. RWE realiseerde een bedrijfswinst van 194 miljoen euro. Per ultimo 2011 nam RWE twee nieuwe gascentrales, de Clauscentrale-C in Maasbracht en de Moerdijk 2, in gebruik. De totale investering in deze twee centrales was 1,5 miljard euro. Tegen het einde van 2015 werd eenheid 8 van de Amercentrale gesloten.

Jaar Omzet Bedrijfsresultaat Werknemers Geleverde elektriciteit idem aardgas
2010 € 6510 miljoen € 391 miljoen 3899 22,0 miljard KWh 112,8 miljard KWh
2011 € 5818 miljoen € 245 miljoen 3794 21,0 miljard KWh 87,7 miljard KWh
2012 € 5942 miljoen € 228 miljoen 3600 20,9 miljard KWh 81,0 miljard KWh
2013 € 6308 miljoen € 278 miljoen 3115 23,1 miljard KWh 83,2 miljard KWh
2014 € 4443 miljoen € 146 miljoen 2688 20,1 miljard KWh 60,6 miljard KWh
2015 € 4117 miljoen € 194 miljoen 2840 18,3 miljard KWh 61,5 miljard KWh

Zie ook[bewerken]