Raad van Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Raad van Vlaanderen was het hoogste politiek rechtscollege in het graafschap Vlaanderen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De instantie werd rond 1330 opgericht door graaf Lodewijk II van Nevers op aandringen van Jacob van Artevelde en heette aanvankelijk de Audiëntie ("terechtzitting"). In 1386 formaliseerde Filips de Stoute de gespecialiseerde kernen binnen zijn grafelijke raad tot een Camere van den Rade (Chambre du Conseil), waarvan de zetel werd gevestigd te Rijsel. Uit deze Kamer verzelfstandigden zich de Raad van Vlaanderen en de Rekenkamer van Vlaanderen. In 1405 werd de zetel van de Raad op aanvraag van de leden overgebracht van Rijsel naar Oudenaarde. De Raad bleef hier slechts vier jaar gevestigd en verhuisde in 1409 naar het Gravensteen in Gent. Vanaf de 16e eeuw kenden de Nederlandse provincies, naast de Raad van elke provincie, nog een overkoepelend rechtscollege in de Grote Raad van Mechelen. Met de afschaffing van het ancien régime in 1795 verdween ook de Raad.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ontstond Staats-Vlaanderen als generaliteitsland van de Republiek der Verenigde Nederlanden; dit gebied had een eigen Staatse Raad van Vlaanderen, gevestigd te Middelburg.[1] Deze raad werd in 1795 afgeschaft. Na de Franse tijd, waarin het bij het Scheldedepartement was ingedeeld en vanuit Gent werd bestuurd, werd Staats-Vlaanderen als Zeeuws-Vlaanderen volwaardig deel van de provincie Zeeland.

Bevoegdheid[bewerken | brontekst bewerken]

De voornaamste bevoegdheid van de Raad van Vlaanderen was de rechtspraak. Enerzijds behandelde de Raad zaken die voor hem gereserveerd waren. Deze zaken waren inbreuken tegen het recht van de vorst zoals valsemunterij, majesteitsschennis en oproer. Anderzijds was de Raad van Vlaanderen ook een beroepshof, waar beroep kon aangetekend worden tegen vonnissen van lagere gerechtshoven.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • J. BUNTINX, De audientie van de graven van Vlaanderen. Studie over het centraal grafelijk gerecht (c. 1330-c. 1409)., 1949, 458 blz., Brussel - Paleis der Academiën
  • Jan DUMOLYN, De Raad van Vlaanderen en de Rekenkamer van Rijsel. Gewestelijke overheidsinstellingen als instrumenten van de centralisatie, 2002, 217 blz.
  • Joke VERFAILLIE, Au coeur de la Cour. De griffie en de griffiers van de Raad van Vlaanderen, Gent, 2017.

Voetnoten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. generaliteitslanden. Microsoft Corporation/Het Spectrum.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]