Radio Kootwijk (zender)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vooraanzicht gebouw A van Radio Kootwijk

Radio Kootwijk is een voormalig zenderpark op de Veluwe dat in de eerste helft van de 20ste eeuw een belangrijke communicatieverbinding vormde tussen Nederland en zijn toenmalige koloniën, met name Nederlands-Indië. Het werd gebouwd vanaf 1918. Ook werden er voor werknemers woningen gebouwd, die samen het gelijknamige dorp gingen vormen.

Bouw zenderpark[bewerken]

In 1917 stond er al een zend-/ontvangstation voor draadloze telegrafie op de langegolf op de hoogvlakte Malabar nabij Bandoeng op het Nederlands-Indische eiland Java, voor contact met het moederland. Er moest ook nog een tegenhanger in Nederland worden gebouwd. Na bestudering van verschillende locaties viel de keuze op een stuk Veluwe, een dunbevolkte landstreek. In de beginjaren werd de zender nog "Radio Hoog Buurlo" genoemd, naar het meest nabijgelegen gehucht. Ook werd zowel voor het dorp bij de zender als voor de zender zelf de naam "Radio Assel" gebruikt, eveneens naar een dichtbijgelegen plaats.

Bouw van Gebouw A in 1922

Het stuk bos en heide van in totaal 450 hectare groot, aangekocht van Staatsbosbeheer, was in 1917 nog geheel ongeëxploiteerd. Er liep nog geen directe wegverbinding, wat de exploitanten er eind 1918 toe bewoog een smalspoor aan te laten leggen naar halte Assel aan de Oosterspoorweg, waardoor voor de aanvoer van bouwmateriaal verbinding was met de rest van Nederland. Het terrein werd geëgaliseerd, wat inhield dat alle begroeiing werd verwijderd om zo een ongestoorde 'zendcirkel' te kunnen hebben. Toen het goederenvervoer intensiever werd, werd ook een (normaal) spoor aangelegd naar Station Kootwijk, eveneens aan de Oosterspoorweg. Dit spoor bleef tot 1947 bestaan. Tegenwoordig is het tracé van deze spoorlijn een geasfalteerd pad: het westelijke deel van de Radioweg.

Er werd een grote antenne gebouwd, bestaande uit koperen kabels die met elkaar verbonden waren en die hingen aan zes 212 meter hoge masten, en koperen kabels onder de grond. In het hart van dit systeem werd een radiostation gebouwd. Dit werd ondergebracht in een gebouw van gewapend beton, ontworpen door de Amsterdamse architect Julius Luthmann (1890-1973). De architect heeft zich voor het ontwerp van het hoofdgebouw, Gebouw A, laten inspireren door het zendstation van Telefunken in het Duitse Nauen en dankzij zijn belangstelling in de Egyptische mythologie ook door een sfinx. De vorm van dit mythische wezen is er, met name vanuit de lucht, in te herkennen. De bekendste bijnaam van het gebouw is 'de Kathedraal'.

Gebruik zender[bewerken]

In 1923 begon de P&T, voorloper van de P.T.T., met draadloze transoceanische telegrafie via de lange golf. De machinezender van het Duitse bedrijf Telefunken werd "Lange Gerrit" genoemd. Deze naam was afgeleid van de laatste letter van de internationale roepcode van de zender (PCG) en de extreem lange golflengte die werd gehanteerd (17,85 kilometer). Lang heeft het zenden op basis van de lange golf echter niet geduurd: zo'n twee jaar. Op 28 februari 1928 was een radiotelefonische verbinding tot stand gebracht, waarbij men gebruikmaakte van de korte golf. Hiervoor werden drie nieuwe gebouwtjes opgericht voor de veel kleinere kortegolfzenders, op de Hoog Buurlose heide, ongeveer 1½ km ten zuidoosten van de oude zender. Op 7 januari 1929 werd op het hoofdkantoor van de toenmalige P&T in Den Haag de radiotelefoondienst officieel geopend voor het publiek door koningin-moeder Emma (niet door koningin Wilhelmina, zoals vaak wordt gedacht).[1][2] Na deze gebeurtenis werden de woorden "Hallo Bandoeng, hier Den Haag" legendarisch. Nu kon het Nederlandse publiek met Nederlands-Indië bellen. Zo'n gesprek was een hele gebeurtenis. Men moest ervoor naar een zogeheten Indië-cel in een telegraafkantoor in een van de vier grootste steden van Nederland komen en kon dan voor 33 gulden, wat toen een heel vermogen was, een gesprek van minimaal drie minuten voeren, elf gulden voor iedere extra minuut. In september 1935 werd een 'versterkte' omroepzender in gebruik genomen voor landelijk gebruik, met een golflengte van 1875 meter en een vermogen van 120 kilowatt.

In de Tweede Wereldoorlog werd de langegolf-machinezender door de Duitse bezetter gebruikt voor eenrichtingsverkeer met de onderzeeboten van de Kriegsmarine in de Atlantische Oceaan. Ook plaatste de Wehrmacht luchtafweergeschut op de gebouwen en breidden ze P.T.T.-gebouwen uit, onder andere met schuilkelders. Op 6 en 7 april 1945, toen Canadese bevrijdingstroepen in aantocht waren, werden de zendmasten opgeblazen. Ook hadden de Duitsers alle zendapparatuur vernield, voor zover die er nog stond (delen van de installaties waren meegenomen naar Duitsland). Ze probeerden tevens gebouw A in één klap te vernielen, door er een mast overheen te laten vallen.[2] Het gebouw van gewapend beton liep echter geen schade op. Na de bevrijding moest de PTT met nieuwe apparatuur en masten beginnen. Echter, in de Sovjet-bezettingszone in Duitsland werd de gehele geroofde zenderinstallatie teruggevonden. Veertien wagons brachten in april 1947 het materieel terug op het zendstation.[3]

Door de ontwikkeling van nieuwe telecommunicatietechnieken zoals satellietverbindingen verloor Radio Kootwijk in de loop van de 20e eeuw zijn positie als belangrijk radioverbindingspunt. Op 14 oktober 1966 werd de noordelijke van de twee overgebleven zendmasten met explosieven neergehaald.

Radio-astronomisch onderzoek[bewerken]

In de jaren 50 van de twintigste eeuw werd door de P.T.T. de organisatie "Ionosfeer-onderzoek en Radio-Astronomie" (IRA) opgericht. Deze had als doel onderzoek te doen naar straling die vanuit het heelal en met name vanaf de zon, in de ionosfeer, hoog in de dampkring, terechtkomt. De communicatie via de zogenaamde korte golf kan plaatsvinden over grote afstanden doordat de ionosfeer het radiosignaal reflecteert. Een bepaalde klasse van zonnevlammen die vrijkomen bij uitbarstingen op de zon, heeft een zodanige invloed op de aarde dat radioverkeer wordt verstoord. Daarom wilde de P.T.T. dergelijke storingen zo snel mogelijk kunnen opsporen, om 'bedreigde' radio-uitzendingen snel om te leiden dan wel naar een andere golflengte om te schakelen. Hiertoe werd enkele honderden meters ten zuidoosten van het dorp een zogeheten Würzburg Riese, een door de verdreven Duitsers in de Noordzeeduinen achtergelaten draaibare schotelantenne opgesteld.

Op korte afstand daarvan werd een kuil gegraven waarin een eveneens parabolische antenne (maar dan vast gepositioneerd) werd aangebracht. Deze antenne diende voor onderzoek naar het melkwegstelsel en werd door de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) gehuurd van de IRA. Onder meer de befaamde sterrenkundige Jan Hendrik Oort heeft belangrijk onderzoek gedaan met behulp van deze installatie. In 1955 kwam een eind aan het onderzoek op deze locatie.[4]

Na het zenden[bewerken]

In maart 1980 werd de laatste en grootste zendmast (212 m hoog) neergehaald. In 1999 verloor het park elke zendfunctie. In 2001 werd alle zenderapparatuur uit de gebouwen gehaald waarna het terrein in 2004 door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) in opdracht van De Staat werd aangekocht van KPN (de opvolger van de PTT). Ongeveer 400 van de aangekochte 450 hectare werd direct overgedragen aan Staatsbosbeheer, de eigenaar van het terrein vóór 1918. Vijftig hectare met daarop ongeveer 15 heel diverse gebouwen bleef in eigendom van DLG. Deze ging op zoek naar een nieuwe eigenaar/exploitant voor de gebouwen.

De grote hal van gebouw A is nu in gebruik voor exposities, voorstellingen e.d.

Eind 2005 werd het vier kilometer lange hekwerk rond het terrein van het voormalig zenderpark verwijderd, waardoor wandelaars, fietsers en wild na 80 jaar weer vrij toegang hadden tot dit stuk Veluwe, totaal 450 hectare groot. Na de opening van het terrein vonden verschillende incidenten plaats. In maart 2006 werd Gebouw H, ofwel Hotel Radio Kootwijk, door brand zwaar beschadigd. Eind april van dat jaar gebeurde hetzelfde met Gebouw F, het voormalige directiegebouw. In beide gevallen was sprake van brandstichting.[5]

Begin november 2008 wees de zogeheten Bestuurlijke Begeleidingscommissie Radio Kootwijk (BBC), Staatsbosbeheer aan als de partij die beheerder en eigenaar van het complex zou moeten worden. De Apeldoornse gemeenteraad en de dorpsraad van Radio Kootwijk schaarden zich achter dit plan, alsmede Staatsbosbeheer (SBB) zelf. Op 10 december 2009 nam Staatsbosbeheer het zendcomplex voor 1 euro over van de Dienst Landelijk gebied, waardoor het terrein na een eeuw terug was bij de oorspronkelijke eigenaar. Het koopcontract werd in een feestelijke ceremonie in Gebouw A getekend.

Op 18 februari 2010 besloot de gemeenteraad van Apeldoorn dat zendstation en dorp Radio Kootwijk een door de rijksoverheid beschermd dorpsgezicht zouden worden.

Cultuur[bewerken]

Het hoofdgebouw van het voormalig zenderpark, Gebouw A, is een rijksmonument. Het gebouw in art deco-stijl, met sculpturen van beeldhouwer Hendrik van den Eijnde, is een mengvorm van de Berlijnse en de Amsterdamse School en spreekt tot de verbeelding van artiesten, kunstenaars en theatergezelschappen. Zo diende het bijvoorbeeld als decor voor de Amerikaanse film Mindhunters (uitgebracht 2004) en de Nederlandse film Ver van familie (opnames in 2007). Ook werden er diverse videoclips opgenomen. Het gebouw dient vooral als locatie voor allerhande al dan niet culturele evenementen. Eerder had de Nederlandse zanger Willy Derby een hit met het nummer "Hallo Bandoeng". Deze titel is een verwijzing naar de bovengenoemde woorden waarmee Emma de radiotelefoondienst met Nederlands-Indië opende.

Gebouwen op het voormalige zenderpark[bewerken]

Verlaten kortegolfzender

Het zenderpark bestond uit de volgende gebouwen:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]