Radioamateur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met radioamateurs of zendamateurs (of in officiële terminologie radiozendamateurs) worden in brede zin personen bedoeld die zich voor hun hobby bezighouden met experimenteren op het gebied van het uitzenden en ontvangen van radio- en/of televisiesignalen. Hiervoor hebben zij de beschikking over een officiële zendvergunning. Deze zendvergunning wordt door de overheid toegekend na het slagen voor een officieel examen, waarbij, afhankelijk van het gewenste vergunningsniveau, het kennisniveau met betrekking tot radio-elektronica en regelgeving getoetst wordt.

Een aantal radioamateurs heeft zich binnen Nederland en België – op vrijwillige basis – ter beschikking van de lokale en regionale overheid gesteld om bij diverse calamiteiten als verbindingshulp te fungeren. Deze radioamateurs zijn verenigd in de Dutch Amateur Radio Emergency Service (DARES), die hiervoor speciaal werd opgericht. In België heet deze groep vrijwilligers B-EARS (Belgian Emergency Amateur Radio Service).

Vormen[bewerken]

Voor het uitzenden wordt een grote verscheidenheid aan modulatievormen gebruikt, van morsecode, FM- Single Side Band (SSB) en AM-spraak, datasignalen zoals telex-signalen (in FSK, AFSK, QAM), slowscantelevisie (SSTV), Amateurtelevisie (zowel analoog als digitaal) en Packet Radio.

Radiosignalen zijn elektromagnetische golven, die zich volgens de wetten van Maxwell door de ruimte voortplanten. De voortplanting van radiogolven in de atmosfeer wordt beïnvloed door zonneactiviteit en/of weersinvloeden. Onderzoeken en experimenten naar de voortplanting onder diverse omstandigheden vormen een belangrijk onderdeel van het radiozendamateurisme.

Veel radiogolven zijn niet tot de aarde beperkt: er kunnen verbindingen gemaakt worden via een kunstmaan. Ook de maan (Moon Bounce) en meteoroïden kunnen als passieve reflector gebruikt worden om signalen terug naar de aarde te kaatsen.

Oorsprong van de term HAM[bewerken]

Een HAM-radio is een radiozender die in gebruik is bij een beoefenaar van de radiozendhobby. Vooral Engelstalige radioamateurs noemen zichzelf "ham". HAM is geen afkorting; in het Engels betekent hamming sinds de middeleeuwen overacteren en is een ham een slechte acteur. In de betekenis van telegrafist wordt de term HAM voor het eerst vermeld in het studieboek The Telegraph Instructor van G.M. Dodge in 1899.[1]

Guglielmo Marconi had in 1895 de eerste radiotelegraaf uitgevonden maar het zou tot 1901 duren vooraleer het toestel via Morse een trans-Atlantische verbinding kon maken. In de beginjaren experimenteerden professionele onderzoekers en amateurs volop met antennes en vermogens.

De radiotelegraaf (vonkbrugzendapparaat) werkte op basis van breedbandige elektrische ontladingen en niet specifiek op een bepaalde frequentie, waardoor het haast onmogelijk was meer dan één uitzending tegelijk te ontvangen, zonder storing van een andere. In die context ontstond de term HAM voor een operator (pejoratief: amateur) die hogere vermogens toepaste dan strikt noodzakelijk voor zijn communicatie, waarmee hij het radioverkeer in de wijde omtrek verstoorde. Radioamateurs blijven zichzelf tot op vandaag ham noemen, waardoor de negatieve bijklank totaal verloren is gegaan.

Apparatuur[bewerken]

Transceivers[bewerken]

Deze Icom IC-7600 is een mooi voorbeeld van een moderne HF-transceiver, de zender en ontvanger samengebouwd in één apparaat
En een voorbeeld van een moderne portofoon voor VHF en UHF

Een radiozendamateur maakt meestal gebruikt van een, commerciële radiozender en -ontvanger, of kortweg een transceiver (transmitter en receiver). Er zijn een aantal bekende merken te koop, waaronder Icom, Yaesu, Kenwood, Elecraft, Ten Tec en Flexradio. Grofweg kunnen transceivers in drie groepen worden ingedeeld:

  • HF-tranceivers, voornamelijk gebruikt voor lange-afstandsverbindingen (DX) op het MF- en HF-gebied, van 160 meter tot 10 meter. Gebruikelijk is een vermogen van 100 watt. Het is echter mogelijk voor bepaalde vergunningsklassen om een groter vermogen (tot maximaal 1500 watt) te gebruiken.
  • VHF-, UHF- en SHF-transceivers, voornamelijk gebruikt voor verbindingen waarbij de twee antennes elkaar kunnen zien (zicht-verbindingen). De gebruikelijke golflengtes zijn 6 meter (50 MHz), 2 meter (144 MHz), 70 cm (433 MHz) en 23 cm (1,2 GHz). Het gebruikelijke zendvermogen is 50 watt, maar er worden doorgaans ook grotere vermogens gebruikt, meestal tijdens zogenoemde 'contesten', radiowedstrijden in amateurjargon.
  • SHF- en EHF-transceivers, deze typen zendontvanger zijn commercieel moeilijk verkrijgbaar; doorgaans wordt de apparatuur zelf gebouwd, of wordt omgebouwd. De zendvermogens liggen meestal niet hoger dan 50 watt, gebruikelijk is 10 watt. Deze frequentiebanden worden vaak gebruikt voor amateurtelevisie. Door de grote benodigde bandbreedte voor ATV-signalen worden deze banden zeer frequent gebruikt, omdat deze banden relatief 'leeg' zijn. Er is veel frequentieruimte en er is daardoor weinig onderlinge interferentie.

Antennes[bewerken]

Antennes spelen een belangrijke rol in de activiteit van de radiozendamateur, het is tevens een van de domeinen waarbij experimenteren het meest loont. Enkele belangrijke antennetypes zijn:

  • Draadantenne (dipool, long wire)
  • Verticale, rondstraler (Ground Plane)
  • Horizontale of verticale richtantenne (Beam of Yagi genoemd)

Examens[bewerken]

Radio(zend)amateurs verkrijgen na het succesvol afleggen van een technisch examen over radiotechniek en wetskennis een machtiging ("zendvergunning") van de overheid om de radioapparatuur te bezitten en te gebruiken. Dit heeft als doel om op een veilige en verantwoorde manier zenders en antennes te installeren en te gebruiken waarbij eventuele storingen veroorzaakt door bijvoorbeeld directe instraling snel en doeltreffend kunnen worden aangepakt en opgelost. Nog een onderscheid is dat officiële zendamateurs vastleggen dat ze zich aansprakelijk achten voor eventueel door hun activiteiten veroorzaakte schade (storingen, kortsluiting, stralingsziekte, schade aan muren, daken en schoorstenen door de aangebrachte antennes).

Voor de toegang tot de HF-banden was tot in 2003 een succesvol morse-examen benodigd, maar vanwege de totaal verouderde techniek is die eis in Nederland eind december 2003 en in België op 1 augustus 2003 afgeschaft. Tot die tijd moest men eerst met 12 woorden per minuut morse kunnen seinen en opnemen, in Nederland later 5 woorden per minuut.

In België examineert het BIPT voorheen RTT (Regie van Telegraaf en Telefoon).

In Nederland werden examens afgenomen door de overheid;[2] sinds 2008 is dat afgeschaft en kunnen particuliere organisaties onder toezicht van het Agentschap Telecom de examens afnemen. Dat zijn zowel commerciële organisaties (t/m 2011 Dirksen opleidingen te Arnhem), als non-profitorganisaties als een samenwerking tussen VRZA en VERON met de Stichting Radio Examens (SRE). Op 2 oktober 2008 hebben VRZA en VERON gezamenlijk deze Stichting Radio Examens opgericht. De stichting treedt op als rechtspersoon bij het afnemen van examens voor radiozendamateur, categorie N en F. Sinds 2008 worden er geen machtigingen meer verleend, maar is iedereen die voor zijn/haar examens is geslaagd "licensed by registration". Ook kunnen er proefexamens gedaan worden op Ham-radio.nl.[3] Dit is ook een goede voorbereiding op de examens.

In landen die behoren tot de CEPT[4] kan men een HAREC-certificaat behalen dat in meerdere landen geldig is.

Sommige landen erkennen de vergunningen uitgereikt aan radioamateurs die geen morse-examen afgelegd hebben niet of slechts beperkt. Daarom kunnen de erkende verenigingen in België sedert 2 augustus 2006 ook een morseproef afnemen en een bijhorend certificaat afleveren.

Callsign of roepletters[bewerken]

Als het examen met goed gevolg is afgelegd mag een aankomend radiozendamateur een roepnaam (in het Engels: callsign) aanvragen, waarmee hij zich voortaan in al het radioverkeer moet identificeren.

Het eerste deel van deze roepletters, het prefix bestaande uit 2 of 3 tekens, is kenmerkend voor het land. Zo zijn alle prefixen beginnend met PA t/m PI toegewezen aan Nederland en de prefixen beginnend met ON t/m OT aan België. Binnen deze toewijzing is men per land vrij in het maken van een onderverdeling.

De in België en Nederland gehanteerde roepnamen:

Land Prefix Licentie Bijzonderheden
B ON0 Automatische, onbemande stations zoals repeaters, bakens en packetradio knooppunten.
B ON2 Gelijk aan ON3, maar voor examens afgelegd voor 15/09/2005. Is een CEPT-erkende vergunning, waardoor gebruik in (veel) andere landen mogelijk is. Alle banden volledig van 160m tot en met 70cm met uitzondering van 70 MHz. Zelfbouw en modificatie is toegelaten onder voorwaarden. Vreemdelingen met een novice machtiging krijgen ON9A die gelijk is aan ON2, maar is enkel voor korte duur daarna moeten ze een permanente machtiging aanvragen.
B ON3 Basisvergunning Beperkte novicemachtiging voor 11 radioamateurbanden tussen 3,5 MHz (80 m) en 440 MHz (70 cm) alleen met commerciële zendapparatuur. Het maximaal toegelaten zendvermogen bedraagt 50 watt, let wel dit is het gemiddeldevermogen waarbij voor AM/SSB en PEP vermogen van 100W geld. Zelfbouw of gemodificeerde apparatuur is niet toegestaan. Met deze vergunning kan je niet naar het buitenland.
B ON1, ON4, ON5, ON6, ON7, ON8 HAREC Volledige machtiging voor alle voor radioamateur beschikbare frequentiebanden met een zendvermogen tot 1500 watt let wel dit is het gemiddeldevermogen, afhankelijk van de frequentie.
B ON9 Voorbehouden aan vreemdelingen die woonachtig zijn in België Voorwaarden zijn afhankelijk van hun oorspronkelijke licentie, enkel voor korte duur, daarna moet men een Belgische permanente machtiging aanvragen. ON9A is gelijk aan ON2 en voorbehouden aan Novice houders. De andere zijn gelijk aan HAREC.
B OO-->OT Voormalige contest callsign voor clubstations Nu is het voor een ieder die een HAREC vergunning heeft mogelijk een speciaal callsign aan te vragen. De OT5x reeks blijft voorbehouden voor clubstations.
Land Prefix Licentie Bijzonderheden
NL PA, PB, PC, PE, PF, PG, PH F(ull) (vroeger A,B of C) Volledige machtiging voor alle amateurbanden (zie Overzicht van de aan radiozendamateurs toegewezen frequenties) met een maximum zendvermogen van 400 watt op de 6 meter band. Vanaf de 23 cm band en hoger geldt een maximum zendvermogen van 120 W.
NL PD N(ovice) (vroeger D) Beperkte machtiging alleen voor de 40 m, 20 m, 10 m, 2 m en 70 cm band met een maximum zendvermogen van 25 watt.
NL PI4 Gereserveerd voor verenigingszenders.
NL PI5 Gereserveerd voor opleidingen.
NL PI1 D-star relaisstations, Packetradio accesspoints en nodes (knooppunten).
NL PI2, PI3 Gereserveerd voor FM-relaisstations. Zie ook relaiszender.
NL PI6 Gereserveerd voor ATV-relaisstations en transponders.
NL PI7 Gereserveerd voor bakenzenders.
NL PI8 Packetradio mailboxen.
NL PI9 Gereserveerd voor verenigingszenders.
NL PI9D DARES PI9DA t/m PI9DZ Gereserveerd voor DARES.

België[bewerken]

Belgische stations hebben een verplichte prefix ON, gevolgd door 'één cijfer en twee of drie letters. Op aanvraag kan een tweede zogenaamde 'vanity call sign' gebruikt worden met prefix OO tot en met OT. Radioamateurs in België kunnen binnen de gestelde grenzen vrij hun roepteken kiezen.

Nederland[bewerken]

Voor Nederland bestaat een callsign uit een prefix van twee letters en één cijfer, gevolgd door een suffix van één, twee of drie letters. De roepnaam is tegenwoordig vrij te kiezen, met uitzondering van SOS en lettercombinaties in de reeks QOA t/m QUZ als suffix, om verwarring met de Q-codes te voorkomen.

Willekeurig voorbeeld van een Nederlandse callsign is PE1GLL. Aan Nederland toegewezen prefixletters zijn vanaf PA tot en met PI.

De eerste in Nederland uitgegeven call was, op 19 augustus 1929, PA0BZ en de enige Nederlander die zonder het doen van examen een machtiging en roepletters heeft gekregen is Henk Jesse, PA0CII. Hij ontving deze op 9 december 1983, 60 jaar nadat hij als piraat met de roepletters PCII in 1923 als eerste Nederlander een radioverbinding had gemaakt met Noord-Amerika op een golflengte van 113 meter. Henk Jesse is in 2001 overleden, SK (Silent Key) in amateurjargon.

Spectrum[bewerken]

In 1904 heeft Nederland voor het eerst een Telegraafwet ingevoerd om exuberante vermogens en storingen van het radioverkeer in te dammen. Uiteindelijk zijn in de telegraafwet ook de regels neergelegd waarbinnen radioamateurs hun hobby kunnen uitoefenen.

In het hele radiospectrum is globaal 6 procent door ITU-R gereserveerd voor zendamateurs. Dit voorrecht is eigenlijk een overblijfsel uit de begintijd van radiotechniek. Radioamateurs hebben meermalen met hun radio-experimenten mogelijkheden bedacht en het mogelijk gebruik van de verschillende golflengten aangetoond. Zo is veel kennis vergaard maar desondanks werden de amateurs steeds weer opnieuw verbannen naar commercieel minderwaardige banden. Gezien de schaarste op de MF- en HF-banden is daar de toegewezen ruimte beperkt, maar met name in de VHF- en vooral UHF/SHF/EHF-banden is volop ruimte gereserveerd, al zijn amateurs ook daar zelden de enige gebruikers van die frequentiebanden.

Rond 1930 werd structureel een deel van de radiobanden gereserveerd voor amateurs met een machtiging.

Verenigingen[bewerken]

Er zijn twee landelijke verenigingen actief in Nederland en één in België, waar de twee grootste taalgemeenschappen verder ook hun eigen vereniging hebben. Deze verenigingen proberen de belangen van zendamateurs in het overleg met de overheid zo goed mogelijk te bewaken en verdedigen. De grootste vereniging van Nederland is de VERON, gevolgd door de VRZA. De grootste vereniging van België is de UBA, gevolgd door de Nederlandstalige VRA en het Franstalige UFRC.

Daarnaast is per land één vereniging lid van de wereldorganisatie van zendamateurs (de IARU) (voor Nederland de VERON en voor België de UBA). Dit maakt dat een deel van de radioamateurs geen vertegenwoordiging heeft in de IARU. De IARU is een van de partijen in het wereldoverleg voor verdeling van radiofrequenties (de WARC).

Er bestaan ook zelfstandige en meestal lokale verenigingen zoals de NVRA te Haarlem, RCK te IJmuiden en YRC te Beverwijk. Deze verenigingen beschikken over een eigen onderkomen en bedrijven de hobby in regionaal verband. De VERON en de VRZA zijn regionaal georganiseerd in afdelingen, die doorgaans een eigen onderkomen hebben. Ook de Belgische verenigingen zijn georganiseerd in plaatselijke afdelingen, voor de UBA zijn dat er meer dan 80.

Scouting[bewerken]

Eens per jaar houden Scouts over de hele wereld de Jamboree On The Air (JOTA). Door middel van de amateurradio maken zij contact met elkaar tijdens het derde weekend van oktober. De roepletters van het station worden tijdens dit weekend uitgebreid met /J (stroke Jamboree). Bij verschillende groepen is een permanent amateurradiostation gevestigd. Lokale amateurverenigingen houden hier hun bijeenkomsten en helpen mee met de JOTA.

Overzicht van de aan radiozendamateurs toegewezen frequenties[bewerken]

LF Lange golf (LW/Longwave)[bewerken]

  • 135,7 - 137,8 kHz (2200 meter) Alleen telegrafiesignalen toegestaan

MF Middengolf (MW/Mediumwave)[bewerken]

  • 472,0 - 479,0 kHz (635 meter) Alleen telegrafiesignalen toegestaan
  • 1,81 - 1,88 MHz (160 meter)
  • België 1,81 - 2,00 MHz Telegrafie, digitale data en spraak toegestaan (tussen 1,850 - 2,00MHz enkel 10W)

HF Korte golf (SW/Shortwave)[bewerken]

Ontvangers en kaart voor de vossenjacht
  • 3,5 - 3,8 MHz (80 meter) Telegrafie, digitale data en spraak toegestaan, vossenjacht
  • 7,0 - 7,2 MHz (40 meter) Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan
  • 10,1 - 10,15 MHz (30 meter) Telegrafie en digitale data toegestaan
  • 14,0 - 14,35 MHz (20 meter) Telegrafie, digitale data, bakens, spraak en slowscantelevisie toegestaan
  • 18,068 - 18,168 MHz (17 meter) Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan
  • 21,0 - 21,45 MHz (15 meter) Telegrafie, digitale data, bakens, spraak en slowscantelevisie toegestaan
  • 24,89 - 24,990 MHz (12 meter) Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan
  • 28,0 - 29,7 MHz (10 meter) Telegrafie, digitale data, bakens, spraak, slowscantelevisie en satellietverbinding toegestaan

VHF Very High Frequency[bewerken]

  • 50 - 52 MHz (6 meter) Telegrafie, bakens, slowscantelevisie, spraak en digitale data toegestaan
  • 70 - 70,500 MHz (4 meter)[5][6]
  • 144 - 146 MHz (2 meter) Telegrafie, spraak, bakens, digitale data en slowscantelevisie toegestaan, vossenjacht

UHF Ultra High Frequency[bewerken]

  • 430 - 440 MHz (70 centimeter) Telegrafie, bakens, slowscantelevisie, spraak en digitale data toegestaan
  • 1240 - 1300 MHz (23 cm) idem
  • 2320 - 2450 MHz (13 cm) idem

SHF Super High Frequency[bewerken]

  • 3400 - 3475 MHz (9 cm) idem
  • 5650 - 5850 MHz (6 cm) idem
  • 10 - 10,5 GHz (3 cm) idem
  • 24 - 24,25 GHz idem

EHF Extreme High Frequency[bewerken]

  • 47 - 47,2 GHz idem
  • 76 - 81,5 GHz idem
  • 122,25 - 123 GHz idem
  • 134 - 141 GHz idem
  • 241 - 250 GHz idem


      • Opmerking, in België zijn op alle banden alle klasse van uitzending toegestaan, het BIPT legt geen enkele beperking op, enkel ON2/3/9A mogen geen ATV en DATV.

Geen radioamateur[bewerken]

Piraterij[bewerken]

Piraten zijn personen die zenden op een manier waar ze geen licentie voor hebben. Dit zijn bijvoorbeeld personen die zenden op frequenties, of met vermogens of met modulatie modes, of met een antenne waarvoor men geen licentie heeft. Als men op frequenties die voorzien zijn voor spraak, bv muziek uitzendt, is men op dat moment eveneens piraat, aangezien men zich dan ook niet houdt aan de licentie, welke altijd voorziet in het correct gebruik van de frequenties.

Piraten vindt men veelal op frequenties die niet in gebruik zijn, hetzij tussen andere stations, maar dan met illegaal vermogen of modulatie soort.

De 27 MC (11 meter) of 27MC of CB (26.695 - 27.405 MHz), is voor een ieder vrijgegeven. Op deze band kan men legaal zendamateur zijn zonder de noodzaak van een licentie. Een 27MC-er kán een zendpiraat zijn als de manier van uitzenden niet voldoet aan de eisen van deze frequenties. Door de ongecontroleerde opzet van de 11 meter band, is deze band helaas hier een goed voorbeeld van piraterij, waar men zich op de toegewezen frequenties nogal eens graag bedient van te veel vermogen. Naast de toegewezen frequenties, bv van 27.415 t/m 27.995 (een, behalve in de UK, niet toegewezen stuk frequentieband), waar veel DX verbindingen gemaakt worden door piraten. Op de 27MC heeft men een eigen callsign structuur en registratie, die los staat van de amateur callsigns.

Moet wel gezegd worden dat de populariteit van deze band sterk is afgenomen met de opkomst van het internet. Men vindt tegenwoordig voornamelijk vrachtwagenchauffeurs (truckers) op deze band en bijvoorbeeld mensen uit Polen, waar het gebruik van de 27MC band wijdverbreid is, en dit voor hen ook hier een goedkope communicatie methode is.


Een zendamateur kan dus echter ook een piraat zijn als hij zich niet aan zijn licentie houdt.

Daarnaast zijn er ook piraten zonder licentie die zich voordoen als zendamateur. In dat geval bedient men zich graag van een zelfverzonnen en ongeregistreerde callsign. Deze piraten komen zowel op de officiële zendamateur frequenties voor, als op de niet toegewezen (piraten) frequenties. Gelicenseerde zendamateurs wil men ook wel tegenkomen op deze niet toegewezen (piraten) frequenties (op dat moment natuurlijk ook tot piraat verworden).

De frequenties 6,5 - 6,9 MHz (45 meter) en 26,0 - 28,0 MHz (11 meter) zijn niet aan radiozendamateurs toegewezen. De op 45 meter hoorbare "stations" zijn piraten met fictieve roepletters.

Op de radio omroep frequentiebanden vindt men ook piraten, in dit geval omroepzenders die zonder licentie uitzenden. Deze komen zowel op de middengolf voor als op de FM band, meestal tussen de officiële omroepzenders in.

Op de middengolf- en FM-omroepband komen ook piraten voor.

Veel piraten hebben de gewoonte zichzelf zendamateurs en/of radioamateurs te noemen. Dit is duidelijk iets geheel anders als een gelicenseerde radioamateur. Aangezien de gelicenseerde radioamateur meestal het "gelicenseerde" niet noemt, is er vaak onduidelijkheid. In geval van twijfel vraagt u of men gelicenseerd is. Men kan ook bij twijfel en/of broncontrole altijd contact op te nemen met een van de verenigingen:VERON, VRZA, UBA, VRA of de UFRC.

Legaal UHF-gebruik[bewerken]

LPD[bewerken]

Tussen 433,075 en 434,775 MHz in een kanaalraster van 25 KHz bevinden zich de voor iedereen toegankelijke zogenaamde vergunningsvrije LPD-frequenties (Low Power Device). In totaal zijn er 69 kanalen beschikbaar en de portofoons hebben een laag vermogen van maximaal 10 milliwatt. De portofoons zijn vrij in de winkel te koop en mogen zonder vergunning gebruikt worden. Er moet wel gelet worden op het feit dat de radioamateur de primaire status heeft in dit banddeel.[6]

PMR[bewerken]

Tussen 446,00625 en 446,09375 MHz in een kanaalraster van 12,5 KHz zijn 8 kanalen toegewezen als vergunningsvrije PMR-frequenties (Private Mobile Radio). Deze zijn gereserveerd voor PMR-portofoons van laag vermogen (maximaal 500 milliwatt) die zonder vergunning in de winkel te koop zijn en ook zonder vergunning in Europa gebruikt mogen worden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nederland[bewerken]

België[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. What is a Ham?
  2. In Nederland sinds 1927 door het Agentschap Telecom of een voorloper ervan.
  3. Proefexamens (Ham-radio.nl)
  4. European Conference of Postal and Telecommunications Administrations
  5. Sinds 1 januari 2012 is voor zendamateurs in Nederland de 4 meterband (70 MHz) vrijgegeven door Agentschap Telecom. Daarvoor was gebruik niet toegestaan vanwege "aardse" analoge televisiezenders in de nabijheid van dit spectrum. Inmiddels zijn in Nederland -medio december 2006- alle analoge televisiezenders uitgeschakeld. Wereldwijd is men bezig deze per 2009 vrijkomende band te bestemmen voor WiMAX.
  6. a b Gebruikersbepalingen amateurfrequentiegebruik p. 8, Agentschap Telecom, geraadpleegd op 5 september 2013