Rassenleer (theosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De rassenleer binnen de Theosofie verklaart met ras de gehele totaliteit van mensen die de aarde bevolken gedurende een lange periode van "evolutie" in de betekenis van emanatie: in de orde van grootte van honderden miljoenen jaren. Men kent ook onderverdelingen die men wortelrassen noemt; een wortelras zou vele miljoenen jaren bestaan.

Voor een beter begrip hiervan kan men de tijdsperioden uit het hindoeïsme nemen, dat waarschijnlijk Blavatsky mede heeft geïnspireerd. De occultiste Helena Petrovna Blavatsky is een grondlegger van deze leer.

Bij de theosofie gaat men ervan uit dat de geest de oorsprong is, dus primair, terwijl de stof gevormd en gestructureerd wordt door een hiërarchie van geestelijke wezens. Totaal anders dus dan de huidige wetenschap die ervan uitgaat dat de stof primair bestaat en bij een bepaalde (toevallige) gestructureerdheid (zoals bij de hersenen) "bewustzijn" of "geest" gaat vertonen. Met mensen bedoelt men dus niet de lichamelijke verschijningsvormen, zoals in het normale spraakgebruik, maar de "menselijke individualiteit" (monade).

Het eerste ras dat in ons universum "ontwaakte" zou zeer ijl zijn geweest en zou ook miljarden jaren geleden hebben bestaan. Ook hier kan men een parallel vinden in het hindoeïsme. De periode Satya Yuga kan men zien als een begin van een wortelras, waarin de mens zijn goddelijke essentie emaneert.

Het grote probleem bij het woord "ras" is de context waarin men dat woord interpreteert. Die context wordt mede bepaald door de cultuur en de in die cultuur heersende algemene opvatting: het paradigma. De rassenleer in de theosofie sluit beter aan bij de opvattingen in Indische cultuur. In het westen is het begrip ras ontstaan door het onderscheid maken in de biologie. De verschillen tussen mensen, zwarte en witte huidskleur en andere uiterlijke kentekenen is men ook op die wijze gaan interpreteren als een apart "ras". Dit onderscheid werkt discriminatie in de hand: het verdeelt mensen. Echter in de theosofie dient het woord "ras" gezien te worden verhouding tussen involutie en evolutie (beiden in de betekenis van emanatie) van verschillende samenstellende delen van de mens. Dit theosofisch rasbegrip maakt geen onderscheid tussen mensen, omdat elk mens uit die samengestelde delen bestaat. Bepaalde (theosofische) rassen komen voor in "rondes". Zie ook: manvantara, kalpa en yuga,

Misverstanden zijn ontstaan doordat de typisch westerse zijnsleer aanleiding geeft tot de opvatting, dat er van de totale natuur afgescheiden geesten, zielen, goden en demonen als aparte entiteiten bestaan. In de theosofie gaat men uit van de eenheid van alles. Datgene wat men kan ervaren (bijvoorbeeld het denken, emotie, geest, lichaam) ziet men niet als aparte goden, demonen, zielen of biologische processen. Men ziet deze ervaringen als emanaties van een onkenbare essentie. Het westerse onderscheid tussen goed en kwaad en het zondebesef, maakte dat men mensen in goede en slechte rassen ging onderverdelen. Veel van de ideeën in de theosofie gaan uit van oosterse opvattingen zoals reïncarnatie, karman. Geen dualistische en materialistische opvattingen maar monistische en idealistische.

Racisme[bewerken]

Verwarrend is dus dat de term "ras", die hier een totaal andere begripsinhoud heeft dan in het normale westerse taalgebruik, dus in de zin van menselijk ras. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de theosofen in een kwaad daglicht vanwege de schijnbare overeenkomst met de rassenleer van de nazi's. Die leerden dat er superieure rassen en inferieure rassen zouden zijn, hetgeen uiteindelijk leidde tot vervolging van "minderwaardige" rassen, waaronder Roma en Joden. De toenmalige leiders van de theosofische organisaties hebben tegen deze ideeën stelling genomen omdat racisme als uitingsvorm daarvan helemaal ingaat tegen de boodschap van de theosofie, namelijk dat alles wat bestaat in essentie één is en er dus een broederschap in werkelijkheid bestaat.

Desalniettemin bevinden zich in haar werk stellingen en uitspraken die het antisemitisme bevorderd hebben door een scherpe tweedeling aan te brengen tussen de veronderstelde egoïstische, materialistische en rationalistische neigingen van de joden enerzijds en de "eeuwige loodsster" van de Arische spiritualiteit anderzijds.

Vermoedelijk heeft ze het exclusieve in het judaïsme aan willen kaarten, waar het behoud van de pure etniciteit van het Joodse Volk (in de meest orthodox-joodse kringen) naar de mening van Blavatsky boven de 'hogere' bedoelingen uit zou zijn gaan steken. Ook hekelde ze de interpretatiecultuur van de rabbijnen en de status van de Thora, kortom: de 'regeltjescultuur'. Deze kritiek van Blavatsky werd door nationaalsocialisten als Alfred Rosenberg met beide handen aangegrepen om er een joods wereldcomplot tegen niet-joden uit te destilleren, analoog aan wat er in de Protocollen van de Wijzen van Zion, een vervalst antisemitisch werk van tsaristische zijde, beweerd werd.

Antroposofie[bewerken]

Rudolf Steiner, de stichter van de antroposofie, heeft in zijn werken eenzelfde terminologie gehanteerd als Blavatsky. Hij was daarin taalkundig explicieter en dat maakte de werkelijke betekenis van zijn woorden twijfelachtig. Dit lijkt vreemd maar dat komt vanwege het grote verschil tussen de essentie van de antroposofie en het taalgebruik dat hoort bij de algemene opvattingen. Tot voor een paar jaar geleden kregen kinderen op Vrije Scholen lesmateriaal ter studie waarin stond dat het blanke ras geestelijk superieur was aan het zwarte, dat impulsiever zou denken en reageren. Tegen de achtergrond van het paradigma dat er werkelijk rassen "zijn" is dat zeer discriminerend. Tegen de achtergrond van het (wetenschappelijk) waarnemen van een verschijningsvorm van mensen is daar niets tegen in te brengen. Anders wordt het als men deze twee paradigmatische achtergronden gaat vermengen, gaat discrimineren en een oordeel gaat uitspreken. Door de combinatie van zijn taalgebruik en zijn charisma heeft Rudolf Steiner dan ook aperte voor- en tegenstanders.

Sedert de opkomst van het nazisme wordt in theosofische kringen het woord Arische Ras vaak vervangen door Adamische Ras, om alle associaties te vermijden.