Raymond Langendries
Raymond A. Langendries (Tubeke, 1 oktober 1943) is een voormalig Belgisch christendemocratisch politicus.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]Langendries studeerde in 1963 af als onderwijzer aan de normaalschool van Nijvel en werkte van 1964 tot 1972 als gemeente-onderwijzer in Tubeke.
In oktober 1970 werd hij voor de christendemocratische PSC verkozen tot gemeenteraadslid van Tubeke, waar hij van 1977 tot 1982 eerste schepen was. Na de twaalf jaar in de oppositie werd Langendries begin 1995 burgemeester van de gemeente. Nadat zijn partij in december 2012 in de oppositie belandde, verliet Raymond Langendries de gemeentepolitiek van Tubeke ten voordele van zijn zoon Benoît.[1] In oktober 2018 kwam de 75-jarige Langendries opnieuw op in een poging weer burgemeester te worden, maar zijn lijst bleef in de oppositie.[2] Hij besloot zijn zetel in de gemeenteraad niet op te nemen en definitief een punt te zetten achter zijn politieke loopbaan.[3]
Onder de vleugels van Marcel Plasman maakte Langendries zijn opgang binnen de rangen van de PSC. Van 1972 tot 1974 was hij politiek secretaris van de PSC-fractie in de Kamer van volksvertegenwoordigers en van 1974 tot 1979 was hij nationaal secretaris van de partij. Toen Plasman in juli 1979 om gezondheidsredenen aftrad als parlementslid, volgde Langendries hem op als lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Nijvel. Hij nam zitting in de Kamercommissies Tewerkstelling en Sociaal Beleid (1979-1980), Volksgezondheid, Gezin en Leefmilieu (1979-1981) en Bedrijfsleven (1980-1981) en was van oktober 1980 tot november 1981 PSC-fractieleider in de Kamer. Door het toenmalige dubbelmandaat zetelde Langendries van 1979 tot 1981 tevens in de Cultuurraad voor de Franse Cultuurgemeenschap, in 1980 omgevormd tot de Raad van de Franse Gemeenschap, en van 1980 tot 1981 in de Waalse Gewestraad. In de eerste assemblee was Langendries lid van de commissie Sport, in de Waalse Gewestraad zetelde hij in de commissie Economisch Beleid en Toegepast Onderzoek.
Bij de verkiezingen van november 1981 voerde Langendries de PSC-Kamerlijst in het arrondissement Nijvel aan, maar raakte hij niet herkozen. Vervolgens was hij van 1981 tot 1985 kabinetschef van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Charles-Ferdinand Nothomb. In oktober 1985 werd hij terug parlementslid als provinciaal senator voor de provincie Brabant, hetgeen hij bleef tot in november 1991. In de Senaat was hij van 1985 tot 1989 fractievoorzitter voor zijn partij en zetelde hij in de commissies Economische Aangelegenheden (1985-1989), Binnenlandse Aangelegenheden (1985-1987) en Buitenlandse Handel (1988-1989). Ook was Langendries in de Senaat voorzitter van de zogeheten 'Tsjernobyl-commissie', die de gevolgen van deze kernramp in de toenmalige Sovjet-Unie voor België onderzocht.
Van maart 1989 tot maart 1992 was hij in opvolging van Michel Hansenne minister van Openbaar Ambt in de regeringen-Martens VIII en -Martens IX, waarbij Langendries werkte aan een modernisering van de overheidsdiensten om de administratie dichter bij de burgers te brengen. In 1990 ondertekende hij in deze functie samen met 14 andere regeringsleden de abortuswet, nadat koning Boudewijn dit geweigerd had. Sedert 2002 is hij minister van staat.
Van november 1991 tot juli 2004 zetelde Langendries opnieuw in de Kamer van volksvertegenwoordigers en ten gevolge van het toenmalige dubbelmandaat tot in mei 1995 tevens in de Waalse Gewestraad en de Raad van de Franse Gemeenschap. In de laatste twee assemblees was hij respectievelijk lid van de commissie Economie, KMO's, Buitenlandse Betrekkingen en Toerisme en de commissie Media en Bioscopen. In de Kamer was Langendries van maart 1992 tot juni 1995 voorzitter van de PSC-fractie en tevens lid van de Kamercommissie Financiën. In 1994 stelde hij zich kandidaat om partijvoorzitter van de PSC te worden, maar hij verloor de verkiezing van zittend voorzitter Gérard Deprez.
In juni 1995 werd hij aangesteld tot voorzitter van de Kamer, hetgeen hij bleef tot in juli 1999. Na de zaak-Dutroux en de Witte Mars, toen het vertrouwen in de politie, het gerecht en de politiek naar een dieptepunt was weggezakt, lag Langendries aan de basis van een stuurgroep voor de democratie om een aantal politieke hervormingen door te voeren, zoals de wetgeving op de partijfinanciering en de verkiezingsuitgaven en nieuwe bepalingen over het beperken van de cumul van mandaten.[4] Tevens was hij van 1998 tot 1999 voorzitter van de Kamercommissie Herziening van de Grondwet.
Na zijn Kamervoorzitterschap was Langendries van augustus 2001 tot juli 2004 opnieuw voorzitter van de PSC/cdH-Kamerfractie, zetelde hij van 1999 tot 2000 en van 2003 tot 2004 in de commissie Landsverdediging, van 2000 tot 2003 in de commissie Sociale Zaken en van 2003 tot 2004 in de commissie Buitenlandse Betrekkingen en was hij van 2001 tot 2002 voorzitter van de onderzoekscommissie naar het faillissement van vliegmaatschappij Sabena. In 2002 zat hij tevens het statutaire congres voor dat de omvorming van de PSC naar het cdH bekrachtigde. Hij eindigde zijn parlementaire loopbaan als lid van het Europees Parlement, waar hij zetelde van juli 2004 tot juni 2009 en deel uitmaakte van de commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken.
Bij de federale regeringsvorming van 2007 kwam hij even in beeld als bemiddelaar nadat Yves Leterme zijn formatieopdracht zonder akkoord teruggaf aan koning Albert II van België op 23 augustus 2007. Uiteindelijk riep de koning enkele ministers van staat bij zich en duidde hij op dat moment geen enkele bemiddelaar aan. Op 17 juli 2008 werd hij samen met Karl-Heinz Lambertz (PS) en François-Xavier de Donnea (MR) door Koning Albert II aangesteld als bemiddelaar om tegen 31 juli 2008 uit te maken in welke mate en onder welke voorwaarden de communautaire dialoog tussen de Gemeenschappen van België het best kon worden gevoerd.
Als oud-Kamervoorzitter ontving Langendries pensioenbonussen, die omstreden waren omdat daarmee de wettelijk vastgelegde pensioenplafonnering van 7.813 euro per maand werd overschreden. Na juridisch onderzoek in opdracht van het bureau van de Kamer bleken deze bonussen daadwerkelijk onwettig te zijn, waarna het bureau besliste om de omstreden bonussen tot tien jaar terug terug te vorderen. Langendries kreeg daarna per brief de vraag om 173.120 euro aan onterecht verkregen pensioenbonussen terug te storten aan de Kamer.[5]
Langendries was tevens van 2010 tot 2014 voorzitter van Sofico, de Waalse financieringsmaatschappij die instaat voor infrastructuurwerken op snel- en gewestwegen, en van 1997 tot 2012 ondervoorzitter van SARSI, de Waals-Brabantse maatschappij voor het saneren en herstellen van industriële sites. Ook werd hij voorzitter van de voetbalploeg AFC Tubize, het latere Royale Union Tubize-Braine.
Eretekens
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Biografie Raymond Langendries op connaitrelawallonie.be.
- ↑ (fr) Tubize: Raymond Langendries ne siégera pas dans l’opposition, Sudinfo.be, 24 oktober 2012.
- ↑ (fr) Tubize | À 74 ans, Langendries fait son come-back, L'Echo, 1 augustus 2018.
- ↑ (fr) Tubize: Raymond Langendries ne siégera pas dans l'opposition et met un terme à sa carrière politique, RTBF, 17 oktober 2018.
- ↑ Huldebetoon aan Raymond Langendries ter gelegenheid van zijn twintigjarig parlementair mandaat, plenaire vergadering Kamer van volksvertegenwoordigers 20 november 2003.
- ↑ Kamer vordert omstreden pensioenbonussen van oud-Kamervoorzitters en enkele ambtenaren terug tot 10 jaar, VRT NWS, 29 maart 2023.
| Voorganger: Michel Hansenne |
Minister van Openbaar Ambt 1989-1992 |
Opvolger: Louis Tobback |
| Voorganger: Jos Dupré |
Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers 1995-1999 |
Opvolger: Herman De Croo |