Real-life test

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De real-life test, ook wel real-life (experience) fase genoemd, is de periode waarin een nog te opereren transseksueel getest wordt op de bestendigheid van de wens om het lichamelijk geslacht aan te laten passen en de mogelijkheid de gewenste genderrol vorm te kunnen geven. De wetgever heeft deze periode als lakmoestest en drempel voor de juridische geslachtswijziging opgelegd en de genderklinieken hebben het in het medisch protocol voor de behandeling van transseksuelen, gestandaardiseerd door het John Hopkins Hospital te Baltimore en uitgegeven door de Harry Benjamin Foundation, opgenomen.

De test met een duur van ongeveer 2 jaar is bijzonder zwaar te noemen. Naast de lichamelijke veranderingen als gevolg van het gebruik van geslachtshormonen van het gewenste geslacht en verdere medische ingrepen, in geval van vrouw-naar-man transseksualiteit de talrijke operaties ter verwijdering van de uiterlijke geslachtskenmerken en de baarmoeder en eileiders, in geval van man-naar-vrouwtransseksualiteit de epilatie van de beharing van het gelaat en eventuele logopedie om de stem een octaaf hoger te krijgen en de intonatie te veranderen, zijn er de verandering van genderrol, kleding, vaak ook werk- en woonplek, familie- en vriendenkring, maatschappelijke positie, relaties, wettelijke status (in feite tussen de wettelijk erkende geslachtelijke entiteiten in) naast enorme psychische veranderingen.

Zo'n 33% van degenen die een real-life test ingaan voltooien die niet of niet in één keer, om redenen uiteenlopend van lichamelijke (onverwachte bijwerkingen van de hormonen), psychische (psychosen, onverwerkte herinneringen) tot sociale aard (verlies van essentiële zekerheden). Van de overigen gaan 25% niet over tot de uiteindelijke operatieve ingrepen; deze schikken zich in een transgender geslachtsrol.

Van feministische zijde is er forse kritiek op de real-life test, zowel pro als contra transseksualiteit an sich gericht. Vanuit de pro-zijde wordt gesteld dat de test impliceert dat het de bedoeling is in te schatten in hoeverre iemand landurig tegen blootstelling aan sociale afkeer door de omgeving kan en daarvoor copinggedrag aanleert. Daarom wordt de test afgekeurd als onmenselijk wreed. Tegenstanders zeggen dat aanstaande 'vrouwen' (de aanhalingstekens impliceren in dit geval de twijfel en afkeuring: Janice Raymond stelt in haar boek The transsexual empire (1979) de term male-to-constructed-female voor) door van mannelijke waarden bezeten medici gedrild worden het vrouwenbastion van binnenuit uit te hollen. Deze contra-argumentatie vindt weinig aanhang meer en wordt als een paranoïde visie terzijde gelegd.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de real-life test succesvoller verloopt indien de testpersoon over een dragend stabiel sociaal netwerk beschikt. Sinds een aantal jaren geleden wordt daarom aan de testpersoon gevraagd een voor de persoon belangrijk sociaal contact te betrekken in de therapie. Deze aanpak lijkt tot dusverre succesvol.

Uitvallers en transgenders[bewerken]

Niet allen die aan de test beginnen besluiten uiteindelijk de gehele operatieve weg naar een volledige geslachtsaanpassing te vervolmaken. Een groeiend aantal besluit het bij de hormonale therapie te houden.

Vanwege het grote aantal uitvallers wordt sinds 2000 door de medische behandelaars de keus als transgender door het leven te gaan niet langer ontkend, alhoewel de behandelprotocollen nog niet herschreven zijn.

Transgenderisten wijzen de real-life test niet af maar wel het 'einddoel': de volledige geslachtsaanpassing.

Softwaretest[bewerken]

Een Real Life Test is ook een (software)testontwerptechniek een onderdeel van TMap. Het is hierbij niet de bedoeling extreme situaties te testen, maar het normale gebruik. Er wordt gekeken naar aspecten als bruikbaarheid, continuïteit en performance. Gekeken wordt of de normale (dagelijkse/wekelijkse) hoeveelheden in een acceptabele snelheid afgehandeld kunnen worden. Ook of bepaalde voorkomende volgorden uitgevoerd kunnen worden. Er wordt met name gekeken of de omgeving, de resources een normale belasting aan kunnen. Dit dus in tegenstelling tot een stresstest waarbij de grens wordt opgezocht en het systeem wordt belast totdat het kapot gaat.

Externe link[bewerken]