Real Madrid CF

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Real Madrid)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie Real Madrid (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Real Madrid.


Real Madrid
Naam Real Madrid Club de Futbol
Bijnaam De Koninklijke
Los Blancos
Les Merengues
Opgericht 6 maart 1902
Plaats Madrid, Spanje
Stadion Estadio Santiago Bernabéu
Capaciteit 81.044
Complex Ciudad Real Madrid
Voorzitter Vlag van Spanje Florentino Pérez
Algemeen directeur Vlag van Spanje José Ángel Sánchez
Trainer Vlag van Italië Carlo Ancelotti[1]
(Hoofd)sponsor Vlag van Verenigde Arabische Emiraten Emirates
Kledingmerk Vlag van Duitsland Adidas
Competitie Vlag van Spanje Primera División
Website realmadrid.com
Thuis
Uit
Alternatief
Geldig voor 2021/22
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Real Madrid Club de Fútbol is een Spaanse voetbalclub uit Madrid. De club werd opgericht op 6 maart 1902 als Madrid Club de Fútbol. Meestal wordt de huidige clubnaam afgekort tot Real Madrid. Daarnaast heeft het enkele bijnamen, zoals Los Blancos en Los Merengues. De club speelt haar thuiswedstrijden in het Estadio Santiago Bernabéu en werd door de FIFA benoemd als de beste voetbalclub van de 20e eeuw.[2]

Real Madrid won 34 keer de Liga, 19 keer de Copa del Rey, 11 keer de Supercopa, 4 keer de UEFA Super Cup, 2 keer de UEFA Cup, 3 keer de wereldbeker voor clubteams, 4 keer het wereldkampioenschap voor clubteams en 13 keer de UEFA Champions League (voorheen Europacup I).[3] Real Madrid is met 13 Champions League-overwinningen recordhouder van het toernooi, voor het Italiaanse AC Milan dat het toernooi 7 keer wist te winnen.

Geschiedenis[bewerken | bron bewerken]

Zie Geschiedenis van Real Madrid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ontstaan[bewerken | bron bewerken]

Real Madrid werd op 6 maart 1902 opgericht als Madrid Club de Fútbol. Juan Padrós Rubió werd destijds de eerste clubpresident. Op 29 juli 1920 ontving de club van koning Alfons XIII het predicaat Real (Koninklijk).

Eerste successen[bewerken | bron bewerken]

Real Madrid in 1905

Enkele maanden na de oprichting van de club speelde het ter gelegenheid van de kroning van Alfons XIII tegen Barcelona. De Catalaanse club won met 3-1 en het was de eerste van vele wedstrijden die beide clubs tegen elkaar zouden spelen. In de loop der jaren zou de relatie tussen beide clubs uitgroeien tot een van enorme rivaliteit, wat resulteerde in El Clásico. Madrid won haar eerste grote prijs in 1905 door de winst van de Copa del Rey. In 1906, 1907 en 1908 veroverde de club deze beker opnieuw. Real Madrid behoorde in 1928 tot een van de oprichters van de Primera División, de hoogste Spaanse voetbaldivisie. De eerste competitiewedstrijd wonnen De Koninklijke met 5-0 van CE Europa. De eerste landstitel volgde in 1932. Het seizoen daarop prolongeerde ze de titel met succes, mede dankzij topscorer Manuel Olivares (26 doelpunten).

Wederopbouw[bewerken | bron bewerken]

Isidro Sánchez, Alfredo Di Stéfano en José Santamaría

In 1943 werd voormalig speler en trainer Santiago Bernabéu Yeste gekozen tot nieuwe clubpresident. Bernabéu Yeste zorgde voor de herbouw van de club na de Spaanse Burgeroorlog. In oktober 1944 werd gestart met de bouw van een nieuw stadion voor Real Madrid. Dat stadion, Estadio Chamartín, werd op 14 december 1947 in gebruik genomen. Het stadion zou later, in januari 1955, de naam krijgen van Bernabéu als eerbetoon aan de succesvolle president.

Onder het regime van Franco genoot Real de reputatie van beschermd te zijn om het regime en de macht van Franco uit te dragen in Spanje en Europa. In de jaren vijftig en zestig brak de glorietijd van Real Madrid aan met diverse landstitels en vijf maal de Europa Cup I op rij van 1956 tot en met 1960. Memorabel was de 7-3 overwinning op het Duitse Eintracht Frankfurt in de finale van 1960. Sterspelers in die tijd waren Alfredo Di Stéfano, Francisco Gento en Ferenc Puskás. In 1961 was aartsrivaal Barcelona de eerste club die de Madrilenen wist te verslaan in de Europa Cup. Enkele jaren later, in 1966, volgde een zesde Europa Cup voor Real Madrid ten koste van Partizan Belgrado.

In de jaren zeventig bleven de Madrilenen in Spanje domineren. Slecht enkele keren wist een club de hegemonie van Los Blancos te doorbreken. In 1978 overleed Bernabéu, die de club 35 jaar lang leidde.

Begin jaren tachtig werd Real Madrid voorbij gestreefd door Barcelona en de Baskische clubs Real Sociedad en Athletic Bilbao. In 1986 werden Los Merengues echter opnieuw kampioen en de club wist de titel vier seizoenen lang met succes te verdedigen. Drie van de vier titels werden behaald onder Leo Beenhakker waardoor hij zijn bijnaam Don Leo verkreeg. De sterren in die tijd bij Real Madrid waren de Mexicaanse topschutter Hugo Sánchez en de beroemde Quinta del Buitre, een naar Emilio Butragueño genoemd vijftal dat naast El Buitre zelf Manuel Sanchís, Martín Vazquéz, Míchel en Miguel Pardeza omvatte.

Stap terug[bewerken | bron bewerken]

In de vroege jaren negentig moesten De Koninklijke echter een stap terug doen voor het Dream Team van FC Barcelona, onder leiding van Johan Cruijff, dat van 1991 tot 1994 landskampioen werd. Met Emilio Butragueño leverde Real Madrid in het seizoen 1990/91 wel de topscorer van de competitie. In 1995 wist Real Madrid de hegemonie van de Catalaanse rivaal te doorbreken door landskampioen te worden. Een nieuwe titel volgde in 1997.

Een jaar later konden de Madrilenen een zevende Europa Cup I – inmiddels UEFA Champions League geheten – bijschrijven op hun palmares. In de Amsterdam ArenA werd met 1-0 gewonnen van Juventus door een doelpunt van Predrag Mijatović. Bovendien werd onder leiding van Guus Hiddink de Wereldbeker voor clubs veroverd door in Tokio met 2-1 te winnen van CR Vasco da Gama. Nationaal werd Real weer overklast door FC Barcelona, maar Europees presteerde de club echter beter dan de eeuwige rivaal door in 2000 opnieuw de Champions League te winnen. In Parijs werd Valencia met 3-0 verslagen. Sterspelers in het elftal dat in 1998 en 2000 de hoogste Europese beker won waren Roberto Carlos, Fernando Redondo, Raúl González, Fernando Morientes en Fernando Hierro.

Galácticos[bewerken | bron bewerken]

David Beckham en Zinédine Zidane, twee van de Galácticos

Het jaar 2000 betekende naast de Champions League-winst ook de komst van een nieuwe clubpresident, Florentino Pérez. Hij wilde van Real Madrid de grootste en beste club ter wereld maken door het aantrekken van stervoetballers. Hierdoor kreeg het elftal de bijnaam Los Galácticos (De Buitenaardsen). Bij zijn verkiezing werd Pérez door het merendeel van de leden enigszins argwanend bekeken, want voor zo'n sterrenteam was veel geld nodig. En dat terwijl de club bij zijn aantreden een schuldenlast van 300 miljoen euro had. Pérez loste dit op door een vijftig jaar oud trainingscomplex in het centrum van de stad aan de stad Madrid te verkopen voor 500 miljoen euro.

De eerste ster die kwam was, in juli 2000, Luís Figo die Barcelona verruilde voor Real Madrid. Later volgden ook Zinédine Zidane en Ronaldo. De politiek van Pérez van een elftal met stervoetballers en spelers uit de eigen jeugd, aangeduid als Zidanes y Pavónes, was aanvankelijk succesvol op zowel sportief – twee landstitels en nog een Champions League – als op financieel gebied – met een toegenomen marktwaarde in vooral Oost-Azië.

Mindere resultaten[bewerken | bron bewerken]

Een sportief dieptepunt was er echter ook voor de club. Op 6 maart 2002 bestond Real Madrid precies honderd jaar en ter gelegenheid van dat feit werd de finale van de Copa del Rey op die dag gespeeld in het eigen stadion. Real haalde de finale, waarin Deportivo La Coruña de tegenstander was, en een groot aantal vooraanstaande mensen uit de voetbalwereld waren in het stadion aanwezig. Wat een mooi verjaardagscadeau moest worden, werd een drama: Real Madrid verloor van een uitstekend voetballend Deportivo met 2-1. In 2003 ging het sportief mis bij Real Madrid. Veteraan en aanvoerder Fernando Hierro moest vertrekken, evenals succestrainer Vicente del Bosque. Del Bosque, om zijn grote snor en corpulente uiterlijk ook wel De Walrus genoemd, werd vervangen door de beter uitziende Portugees Carlos Queiroz. Daarnaast kwam David Beckham als nieuwe Galáctico, maar misschien nog wel meer om de merchandising op te stuwen.

Queiroz mocht commercieel gezien dan wel interessanter zijn, zijn trainerskwaliteiten waren beduidend minder dan die van Del Bosque. Real Madrid eindigde in het seizoen 2003/04 voor het eerst in jaren zonder prijs en Queiroz kon vertrekken. Ook José Antonio Camacho en Mariano García Remon kregen een kans als hoofdtrainer, maar mochten spoedig weer vertrekken. Onder de Braziliaan Vanderlei Luxemburgo leek het beter te gaan, maar ook hij kreeg Real niet op de rails. Jeugdtrainer Juan Ramón López Caro mocht hem in december 2005 aflossen als interim-coach. Florentino Pérez zag uiteindelijk ook in dat zijn beleid had gefaald en begin 2006 trad hij terug als clubpresident.

Hoop op nieuwe successen[bewerken | bron bewerken]

De vervanger van Pérez was Fernando Martín, die gelijk een grote schoonmaak in de spelersgroep aankondigde voor de zomer van 2006 met de hoop om zo Real Madrid weer terug aan de top te krijgen. Martín moest in april 2006 echter alweer aftreden, omdat het clubbestuur onvoldoende vertrouwen in hem had en nieuwe presidentsverkiezingen wilde. Deze verkiezingen werden gewonnen door de advocaat Ramón Calderón. Hij stelde Fabio Capello aan als trainer en Predrag Mijatović als technisch directeur, een tweetal dat Real in 1998 nog naar de Champions League-winst had geleid.

De verkiezingsbelofte om de Braziliaanse middenvelder Kaká van AC Milan te contracteren kon Calderón niet waarmaken, maar hij wist wel enkele andere topspelers naar Real Madrid te halen. Ruud van Nistelrooij werd voor ongeveer vijftien miljoen euro overgenomen van Manchester United en om het team defensief sterker te maken werden de Braziliaan Emerson, de Italiaan Fabio Cannavaro en de Malinees Mahamadou Diarra gecontracteerd. Met José Antonio Reyes van Arsenal kwam er bovendien ook nog een Spaanse aankoop.

Lange tijd leken de nieuwe trainer en vele aankopen opnieuw geen succes op te leveren. Real Madrid werd vroegtijdig uitgeschakeld in de Champions League en leek de landstitel wederom mis te lopen. Na een goede inhaalslag in de tweede seizoenshelft eindigde de club echter in punten gelijk met regerend landskampioen Barcelona, maar Real Madrid won de landstitel op basis van het betere onderlinge resultaat. Ondanks de landstitel moest Capello vertrekken naar aanleiding van het defensieve en weinig flitsende spel van Real Madrid. Bernd Schuster, oud-speler van de club, werd de nieuwe hoofdtrainer. Verschillende nieuwe spelers, waaronder de Nederlanders Arjen Robben, Wesley Sneijder, Royston Drenthe, Rafael van der Vaart en Klaas-Jan Huntelaar, werden gecontracteerd om Real Madrid aantrekkelijker te laten spelen.

Terugkeer Pérez[bewerken | bron bewerken]

Cristiano Ronaldo, bij zijn komst met 94 miljoen euro de duurste speler aller tijden
Ronaldo tijdens Real Madrid–Almería (8-1) op 21 mei 2011

In de zomer van 2009 werd Pérez herkozen met de verkiezingsbelofte grote namen te halen. Hij kocht Kaká voor 68 miljoen euro en Cristiano Ronaldo voor 94 miljoen euro. De presentatie van Ronaldo lokte een recordaantal van 80.000 toeschouwers naar het stadion. Met de recordbrekende transfers zorgden de Madrilenen echter voor een groei aan schuld. Voorzitter Florentino Pérez meldde in september 2009 dat de schuld 327 miljoen euro bedroeg.[4] Eerder gingen geruchten dat sprake was van een schuld van 800 miljoen.[5]

In het seizoen 2011/12 kreeg Florentino Pérez eindelijk wat hij wilde, waarvoor hij al die miljoenen uit gaf. Onder José Mourinho werd Real Madrid voor de 32e keer kampioen van Spanje en haalde het voor het eerst in een aantal seizoenen weer de halve finale van de Champions League. Het seizoen erna haalde Real opnieuw de halve finale, maar had Borussia Dortmund het geluk dat Real Madrid de kansen niet afmaakten, en ging door.

In 2014 werd Carlo Ancelotti aangesteld als opvolger van José Mourinho. Met Ancelotti aan het roer werd Real de eerste club die voor de tiende keer de Champions League won. Met een recordaantal van zestien doelpunten had Ronaldo een belangrijk aandeel in het bereiken van de finale tegen stadsgenoot Atlético Madrid. Het was echter de nieuwste recordaankoop, Gareth Bale, die in de verlenging van El Derbi het beslissende doelpunt scoorde. De Welshman werd aan het begin van het seizoen voor een recordbedrag van ruim 100 miljoen euro aangetrokken.[6] In de finale scherpte Ronaldo zijn record aan tot zeventien doelpunten.

Real liep twee jaar later verder uit op de Europese concurrentie door ook de Champions League 2015/16 te winnen, de elfde trofee. Dit gebeurde opnieuw in een finale tegen Atlético Madrid. Net als in mei 2014 was Sergio Ramos de enige speler van Real die in de reguliere speeltijd scoorde. Atlético hield ditmaal beide verlengingen stand, waarna Real middels een beslissende strafschoppenserie alsnog won. In het seizoen daarna wist Real opnieuw de Champions League te winnen. Ditmaal werd Juventus verslagen. De Madrilenen schreven geschiedenis die avond door als eerste club de Champions League twee keer op rij te winnen. Een jaar later waren ze ook de eersten die het toernooi drie keer op rij op hun naam schreven door in de finale Liverpool te verslaan.

Terugval[bewerken | bron bewerken]

Succestrainer Zinédine Zidane vertrok na deze Champions League-successen bij de Madrilenen en ook Cristiano Ronaldo vertrok bij de club. De bondscoach van Spanje, Julen Lopetegui, werd aangetrokken als nieuwe hoofdtrainer maar kende een seizoensstart met wisselende resultaten. Na een reeks slechte resultaten en een 5-1 nederlaag in El Clásico werd hij op 28 oktober 2018 alweer ontslagen door de club. Jeugdtrainer en oud-speler Santiago Solari volgde hem op, maar kon het tij niet keren en werd ontslagen na de verloren achtste finale in de Champions League tegen Ajax. Hierop stelde president Pérez Zinédine Zidane weer aan als hoofdtrainer van Los Blancos. Dat seizoen eindigde de club uiteindelijk als derde in de competitie, achter kampioen Barcelona en runner-up Atlético Madrid. Het daaropvolgende seizoen wist Real Madrid weer kampioen te worden.

Door het ontbreken van tegenkandidaten werd Florentino Pérez op 13 april 2021 voor de zesde keer verkozen tot clubpresident.[7][8] Met Pérez als grote initiator werd enkele dagen na zijn herverkiezing de Super League gelanceerd in samenwerking met enkele Europese topclubs, zoals Juventus, Manchester United, Liverpool en Barcelona.[9] De plannen stuitte op veel verzet van supporters, bestuurders, spelers en trainers wereldwijd waardoor de meeste initiatief nemende clubs zich al binnen enkele dagen terugtrokken uit de competitie.[10][11] De UEFA dreigde zelfs even met directe uitsluiting van deelname aan de Champions League van dat seizoen.[12] Die kwam er niet en Real Madrid strandde in de halve finale tegen Chelsea.[13] Real Madrid eindigde het seizoen zonder prijs, nadat stadsgenoot Atlético op de slotdag van de competitie geen fout maakte en de Koninklijke ze daardoor niet meer konden passeren. Het was voor het eerst sinds het seizoen 2009/10 dat de club aan het einde van een seizoen zonder prijs stond. Hoofdtrainer Zidane vertrok enkele dagen na afloop van het seizoen.[14] Ancelotti werd teruggehaald als hoofdtrainer van de club, hij kwam over van Everton.[15]

Erelijst[bewerken | bron bewerken]

Competitie Aantal Jaren
Internationaal
Wereldkampioenschap voor clubs 4x 2014, 2016, 2017, 2018
Wereldbeker voor clubteams 3x 1960, 1998, 2002
Europacup I / UEFA Champions League 13x 1956, 1957, 1958, 1959, 1960, 1966, 1998, 2000, 2002, 2014, 2016, 2017, 2018
UEFA Cup 2x 1985, 1986
UEFA Super Cup 4x 2002, 2014, 2016, 2017
Kleine Wereldbeker 2x 1952, 1956
Copa Latina 2x 1955, 1957
Copa Iberoamericana 1x 1994
Nationaal
Spaans landskampioenschap / La Liga 34x 1932, 1933, 1954, 1955, 1957, 1958, 1961, 1962, 1963, 1964, 1965, 1967, 1968, 1969, 1972, 1975, 1976, 1978, 1979, 1980, 1986, 1987, 1988, 1989, 1990, 1995, 1997, 2001, 2003, 2007, 2008, 2012, 2017, 2020
Spaanse beker / Copa del Rey 19x 1905, 1906, 1907, 1908, 1917, 1934, 1936, 1946, 1947, 1962, 1970, 1974, 1975, 1980, 1982, 1989, 1993, 2011, 2014
Spaanse supercup / Supercopa de España 11x 1988, 1989, 1990, 1993, 1997, 2001, 2003, 2008, 2012, 2017, 2020
Copa Eva Duarte 1x 1947
Copa de la Liga 1x 1985
Regionaal
Campeonato Centro 23x 1903, 1905, 1906, 1907, 1908, 1910, 1913, 1916, 1917, 1918, 1920, 1922, 1923, 1924, 1926, 1927, 1929, 1930, 1931, 1932, 1934, 1935, 1936

Clubcultuur[bewerken | bron bewerken]

Tenue[bewerken | bron bewerken]

Real Madrid draagt al sinds zijn ontstaan een wit tenue, met in zijn beginjaren een blauwe diagonale streep over het shirt.[16] Het gestreepte shirt werd vervangen door een volledige witte versie.[17] Op 23 november 1947, in een wedstrijd tegen Atlético Madrid, werd Real Madrid het eerste Spaanse team dat nummers droeg op hun shirts.

De traditionele uit-kleuren zijn volledig zwart of volledig paars. Sinds 1998 is adidas het kledingmerk waarbij het tenue wordt gemaakt. Hun eerste shirtsponsor was Zanussi in 1982. Tegenwoordig is het in Dubai gevestigde Emirates de hoofdsponsor.[18]

Stadion[bewerken | bron bewerken]

Estadio Santiago Bernabéu
Estadio Alfredo Di Stéfano

Bernabéu[bewerken | bron bewerken]

Zie Estadio Santiago Bernabéu voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het thuisstadion van Real Madrid is het Estadio Santiago Bernabéu. Het stadion is ontworpen door architecten Luis Alemany Soler en Manuel Muñoz Monasterio en werd ingehuldigd op 14 december 1947 met een wedstrijd tegen CF Belenenses. Eerder speelde de club onder andere op Campo de Jorge Juan, Campo de Ciudad Lineal en Estadio Chamartín. Het Bernabéu heeft een capaciteit van 81.044 plaatsen. L35 Architects tekende voor een grootschalige renovatie van het stadion, ter waarde van 525 miljoen euro, die wordt uitgevoerd in de periode 2020–2023.

Di Stéfano[bewerken | bron bewerken]

Zie Estadio Alfredo Di Stéfano voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 9 mei 2006 werd het Estadio Alfredo Di Stéfano in gebruik genomen als nieuwste stadion van de club.[19] Dit stadion heeft een capaciteit van 6.000 plaatsen en is het thuisstadion van Real Madrid Castilla en Real Madrid Femenino. Het staat op het trainingscomplex van de club, Ciudad Deportivo de Valdebebas. Tijdens de verbouwing van het Bernabéu, en omdat de club geen supporters kon ontvangen vanwege de coronapandemie, speelde ook het eerste elftal haar wedstrijden een tijdje hier.

Trainingscomplex[bewerken | bron bewerken]

Ciudad Real Madrid

Valdebebas[bewerken | bron bewerken]

Zie Ciudad Deportivo de Valdebebas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat toenmalig clubpresident Florentino Pérez het oude trainingscomplex in een centraal gelegen deel van de stad had verkocht aan de stad Madrid begon de ontwikkeling van het nieuwe trainingscomplex niet ver van het vliegveld. In 2005 werd Ciudad Deportivo de Valdebebas in gebruik genomen door de club. De eerste steen van het complex werd in 2004 gelegd door Daniel Carvajal, die later wist door te breken in het eerste elftal. Het complex heeft de bijnaam Real Madrid City.

Na de ingebruikname van het complex werd het verder ontwikkeld en uitgebreid. Zo kwamen er extra velden, een voetbalstadion, een spelershotel[20], een accommodatie voor jeugdspelers[21], een hoofdkantoor[22] en een sporthal voor de basketbaltak.

Sponsoren[bewerken | bron bewerken]

Periode Kledingsponsor Shirtsponsor
1980–1982 Adidas
1982–1985 Zanussi
1985–1986 Parmalat
1986–1989 Hummel
1989–1990 Reny Picot
1990–1992 Otaysa
1992–1994 Teka
1994–1998 Kelme
1998–2001 Adidas
2001–2002 Realmadrid.com
2002–2005 Siemens Mobile
2005–2006 Siemens
2006–2007 BenQ Siemens
2007–2013 Bwin.com
2013–heden Emirates

Organisatie[bewerken | bron bewerken]

Naam Nationaliteit Functie Sinds
Bestuur
Florentino Pérez Vlag van Spanje Spanje President 2009[23]
Fernando Fernández Tapias Vlag van Spanje Spanje 1e Vice-President
Eduardo Fernández de Blas Vlag van Spanje Spanje 2e Vice-President
Pedro López Jiménez Vlag van Spanje Spanje 2e Vice-President
Directie
Emilio Butragueño Vlag van Spanje Spanje Voorzitter 2009
Iker Casillas Vlag van Spanje Spanje Vice-Voorzitter 2020
José Ángel Sánchez Vlag van Spanje Spanje Algemeen directeur 2009

Laatste update: 8 april 2021 19:30

Eerste elftal[bewerken | bron bewerken]

Selectie[bewerken | bron bewerken]

Zie Real Madrid in het seizoen 2021/22 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Nr. Naam Nationaliteit Contract Vorige club
Doelmannen
1 Thibaut Courtois Vlag van België België 2024 Vlag van Engeland Chelsea
13 Andriy Lunin Vlag van Oekraïne Oekraïne 2024 Vlag van Oekraïne Zorya Lugansk
Verdedigers
2 Daniel Carvajal Vlag van Spanje Spanje 2022 Vlag van Duitsland Bayer Leverkusen
3 Éder Militão Vlag van Brazilië Brazilië 2025 Vlag van Portugal Porto
4 Sergio Ramos Vlag van Spanje Spanje 2021 Vlag van Spanje Sevilla
5 Raphaël Varane Vlag van Frankrijk Frankrijk 2022 Vlag van Frankrijk Lens
6 Nacho Vlag van Spanje Spanje 2022
12 Marcelo Vlag van Brazilië Brazilië 2022 Vlag van Brazilië Fluminense
19 Álvaro Odriozola Vlag van Spanje Spanje 2024 Vlag van Duitsland Bayern München
23 Ferland Mendy Vlag van Frankrijk Frankrijk 2025 Vlag van Frankrijk Olympique Lyon
David Alaba Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 2026[24] Vlag van Duitsland Bayern München
Middenvelders
8 Toni Kroos Vlag van Duitsland Duitsland 2023 Vlag van Duitsland Bayern München
10 Luka Modrić Vlag van Kroatië Kroatië 2022 Vlag van Engeland Tottenham Hotspur
11 Marco Asensio Vlag van Spanje Spanje 2023 Vlag van Spanje Espanyol
14 Casemiro Vlag van Brazilië Brazilië 2023 Vlag van Portugal Porto
15 Federico Valverde Vlag van Uruguay Uruguay 2025
17 Lucas Vázquez Vlag van Spanje Spanje 2024 Vlag van Spanje Espanyol
22 Isco Vlag van Spanje Spanje 2022 Vlag van Spanje Málaga
Aanvallers
7 Eden Hazard Vlag van België België 2024 Vlag van Engeland Chelsea
9 Karim Benzema Vlag van Frankrijk Frankrijk 2022 Vlag van Frankrijk Olympique Lyon
20 Vinícius Júnior Vlag van Brazilië Brazilië 2025 Vlag van Brazilië Flamengo
24 Mariano Díaz Vlag van Dominicaanse Republiek Dominicaanse Republiek 2023 Vlag van Frankrijk Olympique Lyon
25 Rodrygo Vlag van Brazilië Brazilië 2025 Vlag van Brazilië Santos

Laatste update: 28 mei 2021 18:35
* Cursief gedrukte 'vorige clubs' staat voor verhuurd aan.
* Bij blessures of schorsingen wordt de wedstrijdselectie, wanneer nodig, aangevuld met jeugdspelers. Zie: Real Madrid Castilla.

# Reden
Speelt op huurbasis bij de club.

Staf[bewerken | bron bewerken]

Naam Nationaliteit Functie Sinds Contract Vorige club
Technische Staf
Carlo Ancelotti Vlag van Italië Italië Hoofdtrainer 2021 2024 Vlag van Engeland Everton
Davide Ancelotti Vlag van Italië Italië Assistent-trainer 2021 2024 Vlag van Engeland Everton
Roberto Vázquez Vlag van Spanje Spanje Keeperstrainer 2018 2021 Vlag van Spanje Real Madrid Castilla
Medische Staf
Antonio Pintus Vlag van Italië Italië Conditietrainer 2021 Vlag van Italië Internazionale
Javier Mallo Vlag van Spanje Spanje Conditietrainer 2013 Vlag van Engeland Manchester City
José Carlos García Parrales Vlag van Spanje Spanje Hersteltrainer 2012 Vlag van Spanje Atlético Madrid
Overige Staf
Chendo Vlag van Spanje Spanje Teammanager 1998

Laatste update: 8 april 2021 20:05

Overige elftallen[bewerken | bron bewerken]

Real Madrid Castilla[bewerken | bron bewerken]

Zie Real Madrid Castilla voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Real Madrid Castilla is het tweede elftal van de club. Zij spelen hun thuiswedstrijden in het Estadio Alfredo Di Stéfano op het trainingscomplex van De Koninklijke. Het elftal wordt getraind door oud-Real Madrid-speler Raúl González Blanco en komt uit op het derde niveau in Spanje. Voorheen had de club ook nog een derde elftal, Real Madrid C.

Real Madrid Femenino[bewerken | bron bewerken]

Zie Real Madrid (vrouwenvoetbal) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Real Madrid Femenino is sinds medio 2020 het officiële vrouwenelftal van de club. Het werd in 2014 opgericht als CD Tacón.

Real Madrid Baloncesto[bewerken | bron bewerken]

Zie Real Madrid Baloncesto voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Overzichtslijsten[bewerken | bron bewerken]

Eindklasseringen[bewerken | bron bewerken]

  • 1929 2e
    Primera División
  • 1930 1e
    Primera División
  • 1931 6e
    Primera División
  • 1932 1e
    Primera División
  • 1933 1e
    Primera División
  • 1934 2e
    Primera División
  • 1935 2e
    Primera División
  • 1936 2e
    Primera División
  • 1937
  • 1938
  • 1939
  • 1940 4e
    Primera División
  • 1941 6e
    Primera División
  • 1942 2e
    Primera División
  • 1943 10e
    Primera División
  • 1944 7e
    Primera División
  • 1945 2e
    Primera División
  • 1946 4e
    Primera División
  • 1947 7e
    Primera División
  • 1948 11e
    Primera División
  • 1949 3e
    Primera División
  • 1950 4e
    Primera División
  • 1951 9e
    Primera División
  • 1952 3e
    Primera División
  • 1953 3e
    Primera División
  • 1954 1e
    Primera División
  • 1955 1e
    Primera División
  • 1956 3e
    Primera División
  • 1957 1e
    Primera División
  • 1958 1e
    Primera División
  • 1959 2e
    Primera División
  • 1960 2e
    Primera División
  • 1961 1e
    Primera División
  • 1962 1e
    Primera División
  • 1963 1e
    Primera División
  • 1964 1e
    Primera División
  • 1965 1e
    Primera División
  • 1966 2e
    Primera División
  • 1967 1e
    Primera División
  • 1968 1e
    Primera División
  • 1969 1e
    Primera División
  • 1970 4e
    Primera División
  • 1971 4e
    Primera División
  • 1972 1e
    Primera División
  • 1973 4e
    Primera División
  • 1974 8e
    Primera División
  • 1975 1e
    Primera División
  • 1976 1e
    Primera División
  • 1977 9e
    Primera División
  • 1978 1e
    Primera División
  • 1979 1e
    Primera División
  • 1980 1e
    Primera División
  • 1981 2e
    Primera División
  • 1982 3e
    Primera División
  • 1983 2e
    Primera División
  • 1984 2e
    Primera División
  • 1985 5e
    Primera División
  • 1986 1e
    Primera División
  • 1987 1e
    Primera División
  • 1988 1e
    Primera División
  • 1989 1e
    Primera División
  • 1990 1e
    Primera División
  • 1991 3e
    Primera División
  • 1992 2e
    Primera División
  • 1993 2e
    Primera División
  • 1994 4e
    Primera División
  • 1995 1e
    Primera División
  • 1996 6e
    Primera División
  • 1997 1e
    Primera División
  • 1998 4e
    Primera División
  • 1999 2e
    Primera División
  • 2000 5e
    Primera División
  • 2001 1e
    Primera División
  • 2002 3e
    Primera División
  • 2003 1e
    Primera División
  • 2004 4e
    Primera División
  • 2005 2e
    Primera División
  • 2006 2e
    Primera División
  • 2007 1e
    Primera División
  • 2008 1e
    Primera División
  • 2009 2e
    Primera División
  • 2010 2e
    Primera División
  • 2011 2e
    Primera División
  • 2012 1e
    Primera División
  • 2013 2e
    Primera División
  • 2014 3e
    Primera División
  • 2015 2e
    Primera División
  • 2016 2e
    Primera División
  • 2017 1e
    Primera División
  • 2018 3e
    Primera División
  • 2019 3e
    Primera División
  • 2020 1e
    Primera División
  • 2021 2e
    Primera División
  • 2022
    Primera División

Resultaten per seizoen[bewerken | bron bewerken]

Seizoen Clubs Divisie Duels Winst Gelijk Verlies Doelsaldo Punten Tsch
1996–1997 Kampioen 22 Primera División 42 27 11 4 85–36 92
1997–1998 4 20 Primera División 38 17 12 9 63–45 63
1998–1999 2 20 Primera División 38 21 5 12 77–62 68
1999–2000 5 20 Primera División 38 16 14 8 58–48 62 59.316
2000–2001 Kampioen 20 Primera División 38 24 8 6 81–40 80 64.475
2001–2002 3 20 Primera División 38 19 9 10 69–44 66 63.645
2002–2003 Kampioen 20 Primera División 38 22 12 4 86–42 78 69.232
2003–2004 4 20 Primera División 38 21 7 10 72–54 70 69.203
2004–2005 2 20 Primera División 38 25 5 8 71–32 80 71.934
2005–2006 2 20 Primera División 38 20 10 8 70–40 70 71.544
2006–2007 Kampioen 20 Primera División 38 23 7 8 66–40 76 71.526
2007–2008 Kampioen 20 Primera División 38 27 4 7 84–36 85 67.560
2008–2009 2 20 Primera División 38 25 3 10 83–52 78 71.328
2009–2010 2 20 Primera División 38 31 3 4 102–35 96 74.921
2010–2011 2 20 Primera División 38 29 5 4 102–33 92 71.289
2011–2012 Kampioen 20 Primera División 38 32 4 2 121–32 100 74.564
2012–2013 2 20 Primera División 38 26 7 5 103–42 85 69.988
2013–2014 3 20 Primera División 38 27 6 5 104–38 87 71.558
2014–2015 2 20 Primera División 38 30 3 6 118–38 92 73.918
2015–2016 2 20 Primera División 38 28 6 4 110–34 90 71.280
2016–2017 Kampioen 20 Primera División 38 29 6 3 106–41 93 68.858
2017–2018 3 20 Primera División 38 22 10 6 94–44 76 65.652
2018–2019 3 20 Primera División 38 21 5 12 63–46 68 60.967
2019–2020 Kampioen 20 Primera División 38 26 9 3 70–25 87 45.757
2020–2021 2 20 Primera División 38 25 9 4 67–28 84 0

In Europa[bewerken | bron bewerken]

Zie Lijst van Europese wedstrijden van Real Madrid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Real Madrid speelt sinds 1955 in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam, dikgedrukt staan de edities die zijn gewonnen door Real Madrid:

1995/96, 1997/98, 1998/99, 1999/00, 2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2006/07, 2007/08, 2008/09, 2009/10, 2010/11, 2011/12, 2012/13, 2013/14, 2014/15, 2015/16, 2016/17, 2017/18, 2018/19, 2019/20, 2020/21, 2021/22
1955/56, 1956/57, 1957/58, 1958/59, 1959/60, 1960/61, 1961/62, 1962/63, 1963/64, 1964/65, 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1968/69, 1969/70, 1972/73, 1975/76, 1976/77, 1978/79, 1979/80, 1980/81, 1986/87, 1987/88, 1988/89, 1989/90, 1990/91
1970/71, 1971/72, 1973/74, 1974/75, 1981/82, 1982/83, 1991/92, 1992/93, 1993/94, 1994/95
1983/84, 1984/85, 1985/86
1998, 2000, 2002, 2014, 2016, 2017, 2018

Bijzonderheden Europese competities:

Bijzonderheid Datum Tegenstander Uitslag Plaats Naam Aantal
Hoogste overwinning 25-10-1961 Vlag van Denemarken Boldklubben 1913 9-0 Madrid
Hoogste nederlaag 17-03-1982 Vlag van Duitsland 1. FC Kaiserslautern 0-5 Kaiserslautern
19-04-1989 Vlag van Italië AC Milan 0-5 Milaan
Speler met meeste wedstrijden 13-05-2015 Vlag van Spanje Iker Casillas 157
Speler met meeste doelpunten 11-04-2018 Vlag van Portugal Cristiano Ronaldo 107

UEFA Club Ranking: 3 (10-11-2020)

Bekende (oud-)Madrilenen[bewerken | bron bewerken]

Voorzitters[bewerken | bron bewerken]

Spelers[bewerken | bron bewerken]

Zie Lijst van spelers van Real Madrid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Trainers[bewerken | bron bewerken]

Zie Lijst van trainers van Real Madrid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Externe link[bewerken | bron bewerken]

Zie de categorie Real Madrid C.F. van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.