Recidive

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Recidive betekent letterlijk herhaling. De term recidive wordt hoofdzakelijk gebruikt waar het gaat om strafbare feiten ofwel: gaan mensen die ooit veroordeeld zijn opnieuw in de fout? Recidivecijfers geven aan in welke mate mensen na een veroordeling in herhaling vallen.

Als iemand na genezing opnieuw dezelfde ziekte krijgt, spreekt men van recidief.

Nederland[bewerken]

Recidive na detentie[bewerken]

Vanaf 1995 wordt in Nederland bijgehouden hoe vaak veroordeelden die gedetineerd zijn geweest opnieuw een misdrijf plegen waarvoor ze opnieuw in de gevangenis belanden. De recidivecijfers zijn hoog. Uit een onderzoek* uit 2006 van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum - het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie) blijkt dat ruim 75 procent van alle volwassenen die een vrijheidsstraf hebben ondergaan in herhaling vallen. Van de jongeren (jonger dan 18 jaar) ligt het cijfer zelfs, 7 jaar na verblijf in een justitiële jeugdinrichting, rond de 80 procent. Volwassenen die een alternatieve straf hebben gekregen (taakstraf, recidiveren minder - rond de 45 procent. Onder jongeren met een alternatieve straf ligt het percentage hoger: 55 procent. Opgemerkt moet worden dat mensen die een taakstraf krijgen in het algemeen een minder ernstig delict hebben gepleegd dan mensen die gestraft worden met een vrijheidsstraf. De werkelijke recidive ligt waarschijnlijk hoger dan de beschikbare cijfers laten zien. De cijfers laten immers alleen mensen zien die opnieuw gepakt zijn. Het rapport waar deze cijfers uit komen heet: Strafrechtelijke recidive van ex-gedetineerden, is uitgegeven door het WODC en verscheen in september 2006.

Wat is van invloed op recidive?[bewerken]

De volgende persoons- en delictkenmerken zijn van invloed op recidive:

  • sekse: mannen recidiveren vaker dan vrouwen.
  • leeftijd: hoe jonger de ex-gedetineerde, hoe hoger de recidivekans.
  • leeftijd bij de eerste veroordeling: hoe jonger bij de eerste strafzaak, hoe hoger het risico.
  • aantal eerdere veroordelingen: hoe groter het aantal eerdere strafzaken, hoe hoger de recidivekans.
  • type delict: het risico is het grootst na een vermogensdelict zonder gebruikmaking van geweld.

Veelplegers[bewerken]

Veelplegers zijn criminelen die erg vaak recidiveren. Veelplegers zijn vaak drugsverslaafden die zich keer op keer schuldig maken aan diefstal. Als er plaats is, komen ze terecht in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Om in aanmerking te komen voor ISD moet iemand de afgelopen vijf jaar ten minste drie keer zijn veroordeeld.

Recidive en TBS[bewerken]

Ter beschikking gestelden (tbs'ers) komen vrij na behandeling in een justitiële kliniek. Hoewel de buitenwereld vaak anders denkt, ligt het recidivepercentage onder tbs'ers lager dan het algemeen recidivepercentage. Zo'n 36 procent van de voormalige tbs'ers komt opnieuw in aanraking met justitie voor een delict. In minder dan 7% ging het opnieuw om een zedendelict.[1] Behandelde zedendelinquenten gaan dus fors minder in de fout dan andere delinquenten.

Reclassering[bewerken]

Er zijn veel organisaties betrokken bij het voorkomen van recidive, één daarvan is de reclassering. Zij moet voorkomen dat de ex-gedetineerde opnieuw in de fout gaat. Vanaf midden jaren negentig is sterk bezuinigd op de reclassering, men moet aantoonbare resultaten halen. Eén van de gevolgen van de bezuinigingen is dat de reclassering zich vooral richt op kansrijke ex-gedetineerden. Moeilijke gevallen laat men links liggen omdat zij de cijfers negatief beïnvloeden. Volgens wetenschappers verklaart dit deels de toename van de recidivecijfers. Of dat inderdaad zo is, is niet zeker.

Recidive in het Belgisch strafrecht[bewerken]

In het Belgisch strafrecht spreekt men van wettelijke herhaling. Er is sprake van herhaling indien er een vroegere veroordeling is geweest én een nieuw misdrijf werd gepleegd. De wet stelt de voorwaarden en gevolgen hiervan vast. Om die reden spreekt men van een wettelijke herhaling.

Herhaling heeft bovendien gevolgen voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling: 2/3 van de straf moet uitgezeten worden.

Externe links[bewerken]