Redemptoristenklooster (Wittem)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Redemptoristenklooster Wittem
Wittemwkped06.JPG
Plaats Wittem
Religie rooms-katholiek
Kloosterorde redemptoristen
Gebouwd in 1729-33
Uitbreiding(en) 1891-94, 1938
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  506470
Architectuur
Architect(en)  Johann Conrad Schlaun, Johannes Kayser, Jos Wielders
Bouwmateriaal  baksteen
Interieur kloosterkerk
Interieur kloosterkerk
Portaal  Portaalicoon   Religie

Het redemptoristenklooster Wittem is een klooster in het Zuid-Limburgse dorp Wittem. Het klooster staat onder meer bekend als bedevaartsoord van de heilige Gerardus Majella. Het klooster en de kloosterkerk, schuin tegenover kasteel Wittem gelegen, zijn beide rijksmonumenten. Sinds 2005 is het klooster de zetel van een provincie van de congregatie der Redemptoristen, een provincie die Nederland, Vlaanderen en een deel van Duitsland en Zwitserland omvat.

Geschiedenis[bewerken]

Het klooster omstreeks 1850

Het klooster in Wittem werd tussen 1729 en 1733 gebouwd naar een ontwerp van de Westfaalse bouwmeester Johann Conrad Schlaun, in opdracht van graaf Ferdinand van Plettenberg, die de heerlijkheid Wittem in 1722 had verworven. Beiden waren afkomstig uit de omgeving van Münster en dat was te zien aan het barokke uiterlijk van de kloosterkerk (waarvan onder andere de ui-vormige torenspits nog getuigd). In dezelfde periode werd door Schlaun ook de Sint-Agathakerk van Eys ontworpen. In 1733 werd het klooster betrokken door kapucijnen uit het keurvorstendom Keulen, die hier tot aan de Franse Revolutie hebben gewoond. De paters kapucijnen propageerden in Wittem de verering van de heilige Antonius van Padua.

Na deze periode kwam het klooster tientallen jaren leeg te staan, tot in 1835 de redemptoristen de beschikking kregen over de gebouwen. Het klooster werd ingericht als grootseminarie, een instelling waar aanstaande priesters werden opgeleid. Vanwege de sterke toename van het aantal studenten werd in 1891 een nieuw en groter klooster gebouwd, waarvoor grote delen van het oude gebouw gesloopt werden. Van het oorspronkelijke klooster zijn slechts delen van de barokke kloosterkerk en een gebouwtje naast de Gerarduskapel bewaard gebleven. Het huidige klooster is een ontwerp van architect Johannes Kayser. De plechtige inwijding van het nieuwe klooster vond plaats in 1894.

In 1904-1905 bouwden de broeders van het klooster het ontspannings-gebouw Emmaus.

Nadat het grootseminarie in 1938 een recordaantal studenten bereikte, werd besloten tot de bouw van een extra vleugel naar ontwerp van Jos Wielders. In de jaren daarna nam het aantal studenten sterk af. Een aantal studiehuizen van religieuze orden en congregaties, waaronder die van Wittem, begon een samenwerkingsverband, waarvoor in Heerlen de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat werd opgericht. Dit betekende in 1968 de sluiting van het grootseminarie.

Op 1 augustus 2005 vormden de Nederlandse provincie van de redemptoristen tezamen met de Keulse, Vlaamse en Zwitserse provincie de nieuwe provincie Sint-Clemens, genoemd naar de heilige Clemens Maria Hofbauer. Het klooster te Wittem vormt de zetel van deze nieuwe provincie.

Bedevaartsoord[bewerken]

De heilige Gerardus Majella werd in 1893 door paus Leo XIII zaligverklaard en wordt sindsdien in Wittem vereerd. Deze verering maakte Wittem vanaf de jaren 1920 tot een belangrijk bedevaartsoord. In 1961–62 werd aan de noordkant de Gerarduskapel gebouwd. In het klooster vinden dagelijks misvieringen plaats, terwijl er ook congressen en andere evenementen voor groepen worden georganiseerd. Jaarlijks wordt het klooster, met name in de periode tussen mei en oktober, door duizenden mensen bezocht, uit heel Nederland alsmede het Belgische en Duitse grensgebied. Naast de kapel van Gerardus Majella wordt ook de zgn Ronde Kapel met een icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand veel bezocht.

Beschrijving kerk en klooster[bewerken]

Het halfvrijstaande kloostercomplex te Wittem heeft een rechthoekige plattegrond en telt vier bouwlagen plus een zolderverdieping. Het omvat naast het eigenlijke klooster onder meer een kerk, enkele kapellen, een grafkelder, een bibliotheek en een religieuze boekhandel. Aan het complex grenst een kloostertuin. In de kloosterkerk, waarvan de inrichting nog deels in de stijl van de Luiks-Akense barok is, bevinden zich moderne gewelfschilderingen van Charles Eyck. De barokke gevel, met rijkversierd portaal, is in 1894 vervangen door de huidige, in een onduidelijke neostijl. De kerk werd omstreeks 1850 uitgebreid met een ronde koepelkapel. In de crypte, toegankelijk via een trap in de achtergevel van het klooster, is Willem Marinus van Rossum begraven, de eerste Nederlandse kardinaal na de Reformatie. Bijzonder is de overwelfde, neogotische bibliotheek met twee boven elkaar geplaatste galerijen, die door middel van spiltrappen met elkaar verbonden zijn.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]