Regering-Van Houtte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regering-Van Houtte
Regeringsleider Jean Van Houtte
Regeringsleider Jean Van Houtte
Coalitie      CVP/PSC
Zetels Kamer 108 van 212 (4 juni 1950)
Premier Jean Van Houtte
Aantreden 15 januari 1952
Einddatum 23 april 1954
Voorganger Pholien
Opvolger Van Acker IV
Portaal  Portaalicoon   België

De regering-Van Houtte (15 januari 1952 - 23 april 1954) was een Belgische regering. Het was een homogene katholieke regering omdat de partij een absolute meerderheid aan zetels had in de Kamer en de Senaat.

Ze volgde de regering-Pholien op nadat premier Joseph Pholien moest aftreden, omdat hij binnen zijn partij te veel kritiek kreeg voor z'n economisch beleid, en werd opgevolgd door de regering-Van Acker IV na de verkiezingen van 11 april 1954 waarbij de CVP/PSC hun absolute meerderheid verloor.

Samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

De regering bestond uit 16 ministers. 15 ministers kwamen uit CVP/PSC. Daarnaast was er nog een expert in de regering aanwezig.

Naam Partij Functie en bevoegdheden Termijn
Brussels, Palais de la Nation, Jean Van Houtte.jpg Jean Van Houtte CVP/PSC Premier 15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Geeraard Van Den Daele CVP/PSC Minister
Arbeid en Sociale Voorzorg
15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Ludovic Moyersoen CVP/PSC Minister
Binnenlandse Zaken
15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Joseph Meurice PSC/CVP Minister
Buitenlandse Handel
15 januari 1952 - 23 april 1954
Paul van Zeeland, 1937.jpg Paul van Zeeland PSC/CVP Minister
Buitenlandse Zaken
15 januari 1952 - 23 april 1954
Calotte UCL 1921 (cropped) (cropped).jpg Jean Duvieusart PSC/CVP Minister
Economische Zaken en Middenstand
15 januari 1952 - 23 april 1954
Albert Edouard Janssen, délégué belge.jpg Albert-Edouard Janssen extraparlementair (CVP/PSC) Minister
Financiën
15 januari 1952 - 23 april 1954
Brussels, Palais de la Nation, Joseph Pholien.jpg Joseph Pholien PSC/CVP Minister
Justitie
15 januari 1952 - 3 september 1952
Placeholder no text.svg Léonce Lagae PSC/CVP 3 september 1952 - 5 december 1952
Placeholder no text.svg Charles Héger PSC/CVP Minister
Landbouw
Justitie ad interim (5-13 december 1952)
15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Charles du Bus de Warnaffe PSC/CVP Minister
Justitie
13 december 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Etienne De Greef extraparlementair Minister
Landsverdediging
15 januari 1952 - 23 april 1954
Pierre Harmel 1965.jpg Pierre Harmel PSC/CVP Minister
Openbaar Onderwijs
15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Oscar Behogne PSC/CVP Minister
Openbare Werken
Wederopbouw (vanaf 14 augustus 1952)
15 januari 1952 - 23 april 1954
Belgische minister P. W. Segers.jpg Paul-Willem Segers CVP/PSC Minister
Verkeerswezen
15 januari 1952 - 23 april 1954
Placeholder no text.svg Alfred De Taeye CVP/PSC Minister
Volksgezondheid en Gezin
15 januari 1952 - 23 april 1954
Albert Coppé (1967) (cropped).jpg Albert Coppé CVP/PSC Minister
Wederopbouw
15 januari 1952 - 9 augustus 1952
Placeholder no text.svg André Dequae CVP/PSC Minister
Koloniën
Wederopbouw ad interim (van 9 augustus tot 14 augustus 1952)
15 januari 1952 - 23 april 1954

Herschikkingen[bewerken | brontekst bewerken]

Verloop[bewerken | brontekst bewerken]

Spanningen met de oppositie[bewerken | brontekst bewerken]

In 1952 ging koning Boudewijn niet naar de begrafenisplechtigheid van de Britse koning George VI. De officiële reden was dat het niet gebruikelijk was dat een koning een officiële plechtigheid bijwoonde in een buitenlandse hoofdstad zolang hij geen officieel bezoek aan het land had gebracht. Men had echter de indruk dat de regering onvoldoende bij de koning had aangedrongen aanwezig te zijn. Bij de stemming over de motie van de oppositie op 12 februari 1952 leed de regering een onverwachte nederlaag (91 stemmen tegen 84) en de oppositie eiste het ontslag van de regering. Premier Jean Van Houtte weigerde omdat de oppositie slechts bij toeval een meederheid had (onverwachtse stemming waarbij een 25-tal CVP'ers afwezig waren). Hij verwees naar de regering-Huysmans die in 1947 ook aanbleef alhoewel die een stemming had verloren over de begroting van Landbouw.[1]

Tweede schoolstrijd[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Schoolstrijd (België) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tweede schoolstrijd, die onder de regering-Pholien werd geopend, ging onder deze regering door. Zo werd er in 1953 een wet gestemd over het technisch onderwijs (dat toen hoofdzakelijk in het gratis onderwijs werd ontwikkeld): de Staat verbond zich ertoe om pas na de provincies en de gemeenten initiatieven op dit gebied te nemen; als de regering zich rechtvaardigt door uit te leggen dat de plaatselijke autoriteiten de situatie beter kennen dan de Staat. De socialistische oppositie ziet dit vooral als een manier om de rol van de Staat in het onderwijs te verminderen.

Militaire diensttijd[bewerken | brontekst bewerken]

De omstreden verlenging van de militaire diensttijd onder de vorige regering (12 tot 24 maanden) bleef aanleiding geven tot hevige protesten, met name in de kazernes. Om de situatie te kalmeren, stelde de regering voor om de militieleden na 21 maanden naar huis te laten terugkeren. Voor de socialistische oppositie was dit echter niet genoeg. De militaire kwestie zou een van de kwesties zijn waar het bij de verkiezingen van 11 april 1954 om ging.