Regeringscommissaris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een regeringscommissaris is iemand die door de regering met een bepaalde opdracht belast is en zodoende een vertegenwoordiger van die regering is.

België[bewerken]

De Belgische federale regering had tot 2010 een regeringscommissaris. Guido De Padt was sinds 17 juli 2009 regeringscommissaris voor een efficiënte overheid, een functie die toegevoegd was aan de minister van Begroting, en belast was met de interne audit van de federale regering. Een jaar later stapte hij weer op.

Vlaanderen[bewerken]

De Vlaamse regering duidt ook regeringscommissarissen aan. Zij zijn belast met het toezicht op zowat alle Vlaamse overheidsinstellingen zoals De Lijn, VRT, Universitair Ziekenhuis Gent, universiteiten en hogescholen.

De commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen en de universiteiten vormen één College van regeringscommissarissen. Dit college houdt een globaal toezicht op de hogescholen en de universiteiten.

De opdracht van de regeringscommissaris ligt vast bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 en bij decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap[1].

Nederland[bewerken]

Ook in Nederland is een regeringscommissaris een functionaris die is belast met een speciale taak namens de regering. Doorgaans geeft hij leiding aan een herstructurering in de sector waarin hij is benoemd. Zo heeft Nederland onder andere een regeringscommissaris voor Indonesische aangelegenheden (in de tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog), een regeringscommissaris belastingen en een regeringscommissaris voor het hoger onderwijs gekend. Michiel Scheltema werd in 1983 regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht, Wim Kuijken in 2009 regeringscommissaris voor het Deltaprogramma (ook wel Deltacommissaris genoemd)[2] en Bas Eenhoorn in 2014 'Digicommissaris'.[3][4]

Regeringscommissarissen waren er al in de 19e eeuw. In 1848 moest Leonardus Antonius Lightenvelt als regeringscommissaris een afscheidingsbeweging in de provincie Limburg bedwingen.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog kregen de door de bezetter benoemde burgemeesters (doorgaans lid van de Nationaal-Socialistische Beweging) de titel regeringscommissaris.

In het bestuur[bewerken]

Artikel 132 van de Nederlandse Grondwet zegt in lid 5:

Bij de wet kunnen met afwijking van de artikelen 125 en 127 voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.

In de 20e eeuw is dit wetsartikel (of zijn voorganger) driemaal gebruikt om een gemeente tot de orde te roepen. In twee gevallen kreeg de burgemeester de bevoegdheid om de gemeenteraad opzij te zetten en namens de regering orde op zaken te stellen; in Opsterland werd een nieuwe burgemeester met vergaande bevoegdheden benoemd. Hoewel die titel in de Grondwet niet voorkomt, werden deze burgemeesters door iedereen regeringscommissaris genoemd.

J.H. Nannenga; regeringscommissaris in Beerta (1934-1935)

Begin 1934 werd de gemeenteraad van Beerta ontbonden en kreeg burgemeester Jan Hayo Nannenga de bevoegdheid om de gemeente te besturen. De gemeenteraad (waarin de Communistische Partij van Nederland een sterke positie innam) had een niet-sluitende begroting opgesteld en voordelen toegekend aan werklozen. De uitzonderingstoestand duurde tot september 1935, na de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen.[5]

In 1946 was er een conflict tussen de gemeenteraad en de burgemeester van Opsterland, die niet meer met elkaar wilden samenwerken. De regering benoemde J.J.G.S. Falkena (Partij van de Vrijheid), oud-burgemeester van Heerenveen, tot waarnemend burgemeester annex regeringscommissaris. Die situatie duurde één jaar.

In juli 1951 werd de gemeenteraad van Finsterwolde (waarin de Communistische Partij van Nederland een meerderheid had) opzijgeschoven en kreeg burgemeester Harm Tuin (Partij van de Arbeid) al diens bevoegdheden. De aanleiding was het verlenen van een uitkering van gemeentewege aan wegens een staking ontslagen arbeiders. Deze bijzondere situatie bleef van kracht tot na de volgende gemeenteraadsverkiezingen, van 1953, waarbij de samenstelling van de raad overigens niet veranderde.[6][7]

In 2003 is overwogen in Delfzijl een regeringscommissaris aan te stellen, in een periode van ruzies en bestuurlijke schandalen.[8] Ook in Maasdriel, in 2011, werd de inzet van een regeringscommissaris door minister Donner overwogen, vanwege een verziekte bestuurscultuur.[9]

In 2018 werd een regeringscommissaris voor Sint Eustatius benoemd nadat een 'commissie van wijze mannen' onder leiding van Jan Franssen over ernstige tekortkomingen in het bestuur van het eiland had gerapporteerd.[10] Op basis van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius[11] werden Marcolino Franco[12] en Mervyn Stegers[13] per 7 februari 2018 tot regeringscommissaris, respectievelijk plaatsvervangend-regeringscommissaris benoemd.

Nederlands-Indië[bewerken]

Ook in Nederlands-Indië werden vaak functionarissen belast met een speciale taak namens het bestuur. Doorgaans werden ze benoemd door de Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en waren ze aan hem verantwoording verschuldigd. Daarom werden ze vaak gouvernementscommissaris genoemd. De termen regeringscommissaris en gouvernementscommissaris werden vaak door elkaar gebruikt.[14]

Bekende gouvernementscommissarissen waren:

Referenties[bewerken]