Naar inhoud springen

Regeringsformaties in België 2024

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De regeringsformaties in België van 2024 begonnen op maandag 10 juni, daags na de regionale, federale en Europese verkiezingen op 9 juni 2024. Het is de derde keer dat er regeringsonderhandelingen plaatsvinden tijdens het koningschap van Filip van België.

Hierbij zullen in België zes regeringen worden gevormd, met name de opvolger van de federale regering-De Croo, alsook de opvolgers van de Vlaamse regering-Jambon, de Waalse regering-Di Rupo III, de Franse Gemeenschapsregering-Jeholet, de Brusselse Hoofdstedelijke Regering Vervoort III en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap regering Paasch II.

De Vlaamse liberalen van Open Vld lieten op de avond van de verkiezingen blijken dat ze niet tot een regering zouden toetreden, dat werd op 10 juni bevestigd toen de voorzitter van de partij, Tom Ongena, en het gehele partijbestuur collectief ontslag nam.[1] Ook de Franstalige PS verklaarde de dag na de verkiezingen te kiezen voor een oppositiekuur.

Regering Aftredende coalitie Aantredende coalitie Eedaflegging (aantal dagen na verkiezingen)
Vlag van België Federale regering De Croo CD&V + Open Vld + Vooruit + Groen (Vlaams);

PS + Ecolo + MR (Franstalig)

Vlag Vlaanderen Vlaamse Regering Jambon N-VA + CD&V + Open Vld
Franse Gemeenschapsregering Jeholet PS + Ecolo + MR Degryse MR + Les Engagés 16 juli 2024 (37 dagen)
Vlag Franse Gemeenschap Waalse Regering Di Rupo III PS + Ecolo + MR Dolimont MR + Les Engagés 15 juli 2024 (36 dagen)
Brusselse Hoofdstedelijke regering Vervoort III PS + Ecolo + DéFI (Franstalig);

Groen + Open Vld + one.brussels-Vooruit (Vlaams)

Vlag Duitstalige Gemeenschap Regering van de Duitstalige Gemeenschap Paasch II ProDG + PFF + SP Paasch III ProDG + CSP + PFF 1 juli 2024 (22 dagen)

Federale regering

[bewerken | brontekst bewerken]

Mogelijke coalities

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Coalities in België voor een overzicht van historische en hypothetische coalities in België.
Coalitie Coalitiepartijen Totaal aantal Kamerzetels Aantal Nederlandstalige Kamerzetels Aantal Franstalige Kamerzetels Valkuilen
Nederlandstaligen Franstaligen
Vivaldi II Vooruit + CD&V + Open Vld + Groen MR + PS + Ecolo
76 / 150
37 / 90
39 / 60
De ecologisten, PS en Open Vld verklaarden dat ze kozen voor de oppositie. Deze regering heeft geen meerderheid op Vlaams niveau.
Afspiegelingscoalitie N-VA + Vooruit + CD&V MR + Les Engagés
82 / 150
48 / 90
34 / 60
Vooruit zou als enige linkse partij toetreden tot deze coalitie, zonder zusterpartij PS (die besloot in de oppositie te gaan). Deze regering heeft geen tweederdemeerderheid voor een staatshervorming, wat voor N-VA belangrijk is.
Klassiek tripartite + N-VA N-VA + Vooruit + CD&V + Open Vld MR + PS + Les Engagés
105 / 150
55 / 90
50 / 60
Deze coalitie heeft een tweederdemeerderheid. De PS en Open Vld verklaarden dat ze kozen voor de oppositie. Deze coalitie is ideologisch zeer divers.
Klassieke tripartite Vooruit + CD&V + Open Vld MR + PS + Les Engagés
81 / 150
31 / 90
50 / 60
Deze coalitie heeft geen meerderheid op Vlaams niveau. De PS en Open Vld verklaarden dat ze kozen voor de oppositie.
Centrum-rechts N-VA + CD&V + Open Vld MR + Les Engagés
76 / 150
42 / 90
34 / 60
Deze coalitie heeft een zeer nipte meerderheid. Open Vld verklaarde dat ze koos voor de oppositie. Daarnaast heeft ze geen Vlaamse meerderheid.

Voorbereidingen

[bewerken | brontekst bewerken]
Koning Filip ontving na de verkiezingen alle partijvoorzitters op het Koninklijk Paleis van Brussel.

De uittredende regering-De Croo, ook Vivaldi-coalitie genoemd, viel bij de verkiezingen terug van 87 naar 76 zetels. De grootste verliezers in deze coalitie waren de partijen Ecolo en de Vlaamse liberale Open Vld, die respectievelijk tien en vijf zetels verloren. Ook de socialistische PS viel terug van 19 naar 16 zetels en verloor haar positie van grootste partij in Franstalig België aan de liberale MR, die forse winst boekte en van 14 naar 20 zetels sprong. Ook de Vlaamse zusterpartij van PS, Vooruit, behoorde tot de winnaars van de verkiezingen en steeg van 9 naar 13 zetels. De twee overige partijen in de regering-De Croo, de Vlaams-christendemocratische CD&V en Groen, gingen licht achteruit en vielen terug van respectievelijk 12 zetels naar 11 en 8 zetels naar 6.

Aan de zijde van de oppositie bleef de grootste Nederlandstalige partij, de Vlaams-nationalistische N-VA, waarvan voorzitter Bart De Wever zich tijdens de verkiezingscampagne had opgeworpen als kandidaat-premier, stabiel. In stemmenaantal kende de partij een lichte groei, maar de partij verloor een zetel. De radicale partijen, Vlaams Belang aan de rechterzijde en PVDA-PTB boekten dan weer lichte vooruitgang en wonnen respectievelijk twee en drie zetels. De vierde oppositiepartij van belang, de centrumpartij Les Engagés, kende een groei van negen Kamerzetels en steeg van 5 naar 14 zetels.

Als gevolg van hun verkiezingsnederlaag besloten de Vlaamse liberalen na 25 jaar federale regeringsdeelname niet tot een regering toe te treden. Ook de PS koos als gevolg van de centrumrechtse omslag in Franstalig België voor een oppositiekuur. Door de forse afstraffing van Ecolo werd ook een regeringsdeelname voor de groenen eerder onwaarschijnlijk en regeringsdeelname voor Vlaams Belang en PVDA-PTB werd uitgesloten. Hierdoor werd de meest waarschijnlijke coalitie een samenwerking van N-VA, Vooruit en CD&V aan Nederlandstalige zijde en MR en Les Engagés aan Franstalige zijde, die in de Kamer over een ruime meerderheid van 82 zetels en een meerderheid in beide taalgroepen beschikt.[2] Voor deze formule zijn er echter twee belangrijke obstakels: het sociaal-economisch beleid met Vooruit als enige linkse partij in een overwegend centrumrechtse regering die stevig moet besparen. De partij wilde niet in een dergelijke regering stappen als er bespaard wordt in de sociale zekerheid en er geen extra belastingen voor de grote vermogens worden ingevoerd, standpunten die worden uitgedragen door de partijen N-VA en MR. Het tweede obstakel was de staatshervorming. Zo eiste N-VA dat België werd omgevormd tot een confederale staat, waarbij de deelstaten maximale bevoegdheden zouden hebben. De Franstalige partijen MR en Les Engagés wezen een staatshervorming niet af, maar dan enkel om de federale staat efficiënter te organiseren, waarbij het een optie moest zijn om bepaalde bevoegdheden te herfederaliseren. Dat laatste was taboe voor de Vlaams-nationalistische partij.

Op 10 juni 2024 trok premier Alexander De Croo (Open Vld) naar koning Filip om ontslag van de regering aan te bieden. Deze aanvaardde het ontslag, waarna de regering-De Croo in lopende zaken ging. Vervolgens begon de koning aan de consultaties met het oog op de federale regeringsvorming. Eerst werden de uittredende voorzitters van Kamer en Senaat, respectievelijk Eliane Tillieux (PS) en Stephanie D'Hose (Open Vld), ontboden, vanaf dan was het de beurt aan de partijvoorzitters, die in de volgorde van de grootte van hun partij werden ontvangen. Op 10 juni kwamen Bart De Wever (N-VA), Tom Van Grieken (Vlaams Belang) en Georges-Louis Bouchez (MR) op audiëntie, op 11 juni volgden besprekingen met Paul Magnette (PS), Raoul Hedebouw (PVDA-PTB), Maxime Prévot (Les Engagés), Melissa Depraetere (Vooruit), Sammy Mahdi (CD&V) en Tom Ongena (Open Vld). Op 12 juni worden de overige voorzitters ontvangen, respectievelijk Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji (Groen), hun Ecolo-collega's Jean-Marc Nollet en Rajae Maouane en François De Smet (DéFI).[3]

Verloop van de formatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Informateur Bart De Wever (12 juni 2024 tot 26 juni 2024)

[bewerken | brontekst bewerken]
Bart De Wever werd drie dagen na de verkiezingen door de koning benoemd tot informateur. Tegelijk was hij ook de informateur voor de vorming van een Vlaamse regering.

Nadat de koning alle partijvoorzitters had ontvangen, ontving Koning Filip de partijvoorzitter van de grootste partij Bart De Wever op woensdagnamiddag 12 juni 2024 op audiëntie bij de koning. Daar werd de partijvoorzitter belast met de taak van koninklijk informateur. De Wever kreeg als opdracht om na te gaan welke partijen bereid zijn om snel een stabiele coalitie op het federale niveau te vormen en welke de belangrijkste politieke lijnen van deze coalitie zouden zijn[4] Op 19 juni diende De Wever verslag uit te brengen over zijn missie. In het kader van zijn informateursopdracht vroeg De Wever aan het Monitoringscomité om een aantal projecties rond de begroting uit te werken, om daarmee het budgettaire plaatje te kaderen waarbinnen de federale regering kon werken.

Op 19 juni werd de informateursopdracht van De Wever met een week verlengd, op 26 juni diende hij opnieuw verslag uit te brengen op het Paleis.[5] Na de verlenging van zijn opdracht startte hij verkennende gesprekken op met de voorzitters van de andere partijen van de beoogde coalitie, MR en Les Engagés aan Franstalige kant en CD&V en Vooruit aan Vlaamse kant. Op basis van deze gesprekken stelde De Wever een informateursnota op die de overeenkomsten tussen de vijf partijen bevatte en die hij overhandigde aan de desbetreffende partijen en aan de koning. Er was echter nog geen overeenstemming om de volgende fase van de regeringsonderhandelingen op te starten, omdat zowel Vooruit als Les Engagés de nota ontoereikend vonden en extra verduidelijkingen wilden.[6]

Preformateur Bart De Wever (26 juni tot 10 juli 2024)

[bewerken | brontekst bewerken]

Doordat er nog geen overeenstemming was om een formateur aan te duiden, belastte de koning Bart De Wever op 26 juni met de taak van preformateur. De Wever had als informateur vooruitgang geboekt, maar onvoldoende om de echte formatie te starten. Door De Wever aan te stellen als preformateur, kon hij al gezamenlijke gesprekken starten om een afspiegelingscoalitie te vormen. De Wever dient verslag uit te brengen bij de koning op 10 juli 2024.[7]

Van maandag 1 juli tot vrijdag 5 juli organiseerde De Wever gezamenlijke meetings met de vijf beoogde coalitiepartijen, waarbij afgevaardigden van N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V van verschillende instanties een stand van zaken kregen over de toestand van de economie en begroting en de uitdagingen op het vlak van defensie, kernenergie,[8] gezondheidszorg en pensioenen. In het weekend van 6 juli voerde hij vervolgens bilaterale gesprekken met de vijf partijen om te kijken op welke manier er vooruitgang kon worden geboekt. Op 9 juli kwamen de vijf partijen opnieuw samen om voor het eerst ten gronde te spreken over de federale regeringsvorming en of de partijen bereid waren om over te gaan tot de formatiefase. Na dit overleg verklaarden de partijen zich bereid om volwaardige regeringsonderhandelingen aan te vatten.[9]

Formateur Bart De Wever (10 juli 2024 - heden)

[bewerken | brontekst bewerken]

Op woensdag 10 juli diende De Wever zijn eindverslag als preformateur in bij de koning. Omdat de vijf partijen wilden doorgaan met het onderhandelen over een federale regering, werd De Wever aangesteld tot formateur om een regering met N-VA, Vooruit, CD&V, MR en Les Engagés op de been proberen te brengen. Op 24 juli wordt de formateur opnieuw op het Paleis verwacht om verslag uit te brengen over de vorderingen van de onderhandelingen.

Net als bij de Vlaamse regeringsvorming werden de inhoudelijke onderhandelingen toevertrouwd aan werkgroepen die zich over een bepaald thema bogen, met daarin specialisten van de vijf beoogde coalitiepartners die onderhandelen op basis van voorbereidende nota's opgemaakt door N-VA en daarboven een centrale groep onderhandelaars die het geheel overzien.[10] In het weekend van 13 en 14 juli werden de eerste startteksten aan de onderhandelende partijen bezorgd. Op dinsdag 16 juli kwamen de centrale onderhandelaars voor het eerst samen om te bespreken hoe de werkzaamheden van de werkgroep zouden verlopen. Omdat Vooruit, CD&V en Les Engagés bezwaren hadden, werd eveneens besloten om de startnota's inzake arbeidsmarkt, gezondheidszorg en migratie bij te schaven.[11] Tezelfdertijd startte N-VA-coryfee en Vlaams Parlementslid Sander Loones consultaties met de vijf partijen om te polsen welke communautaire stappen een toekomstige regering eventueel kon zetten.

Vlaamse regering

[bewerken | brontekst bewerken]

De Vlaamse regering-Jambon, een centrumrechtse regering van N-VA, CD&V en Open Vld, de drie partijen die sinds 2014 Vlaanderen bestuurden, viel terug van 70 naar 56 zetels. N-VA (31 zetels) en CD&V (16 zetels) leden licht verlies (4 respectievelijk 3 zetels), terwijl Open Vld haast halveerde (van 16 naar 9 zetels). Aan oppositiezijde moest Groen vijf zetels inleveren (van 14 naar 9), terwijl de andere belangrijke oppositiepartijen Vlaams Belang (31 zetels) en Vooruit (18 zetels) en PVDA (9 zetels) met respectievelijk acht, vijf en nog eens vijf zetels stevige winst boekten.

De Vlaams-nationalistische partijen N-VA en Vlaams Belang behaalden 62 van de 124 zetels, waardoor een coalitie tussen beide partijen, waarover lang werd gespeculeerd, onmogelijk werd. Daarom werd een coalitie met N-VA, CD&V en Vooruit de meest waarschijnlijke optie. De partij Open Vld gaf onmiddellijk aan te kiezen voor de oppositie en niemand wilde samenwerken met Vlaams Belang en PVDA. Daarnaast leek het moeilijk om een regering te vormen met N-VA en Groen, door de grote politieke verschillen tussen deze partijen.[12].

Nadat CD&V en Vooruit instemden met volwaardige onderhandelingen met N-VA, werd Matthias Diependaele aangesteld als Vlaams formateur om deze onderhandelingen in goede banen te leiden.

De N-VA kreeg als grootste Vlaamse partij het initiatief om een regering te vormen. Op dinsdag 11 en woensdag 12 juni ontving voorzitter Bart De Wever alle partijvoorzitters, in rangorde volgens grootte, voor verkennende gesprekken: op 11 juni waren dat Tom Van Grieken (Vlaams Belang), Melissa Depraetere (Vooruit), Sammy Mahdi (CD&V) en Tom Ongena (Open Vld), op 12 juni werden Raoul Hedebouw (PVDA) en Nadia Naji en Jeremie Vaneeckhout (Groen) ontvangen. Op 14 juni voerde De Wever een gezamenlijke verkennende bespreking met Sammy Mahdi en Melissa Depraetere, waarna hij begon met het opstellen van een startnota die de basis moest vormen voor regeringsonderhandelingen. Deze nota legde de Vlaamse informateur op 18 juni voor aan de twee voorzitters. Zij kregen vervolgens de gelegenheid om amendementen in te dienen.[13]

Op 19 juni werd door CD&V en Vooruit het licht op groen gezet om volwaardige onderhandelingen op te starten voor de vorming van een Vlaamse regering. Hiermee was de informatie-opdracht van N-VA-voorzitter De Wever op Vlaams niveau voltooid. De leiding over de onderhandelingen werd nu overgedragen aan een formateur, uittredend Vlaams minister van Begroting, Financiën en Wonen Matthias Diependaele (N-VA), die deze onderhandelingen in goede banen moest leiden. In navolging hiervan stelden de deelnemende partijen hun delegaties voor de onderhandelingen samen:

Op vrijdag 21 juni 2024 kwamen de centrale onderhandelaars voor het eerst samen om zich te buigen over de budgettaire contouren waarbinnen de toekomstige regering zou moeten werken. Vanaf 27 juni werd vergaderd in 19 verschillende werkgroepen met maximaal vijf onderhandelaars per partij, om het regeerakkoord op verschillende domeinen tot in detail uit te werken. Hiertoe werden door onderhandelaars binnen N-VA per beleidsdomein voorbereidende nota's opgemaakt.[14]

Parallel hiermee hield formateur Diependaele consultaties met het maatschappelijk middenveld, die hij samen met Mahdi en Depraetere zou voeren.[15] Van maandag 24 juni tot donderdag 4 juli ontving het trio vertegenwoordigers van de vakbonden, werkgeversorganisaties en middenveldorganisaties als de Boerenbond, Natuurpunt en de Gezinsbond.[16] Op dinsdag 9 juli 2024 kwamen de centrale onderhandelaars weer samen om een stand van zaken op te maken van de onderhandelingen in de werkgroepen.[17] Vanaf 15 juli 2024 werd beslist om de centrale werkgroep elke maandag te laten bijeenkomen om een tussentijdse balans op te maken van de vorderingen in de thematische werkgroepen.[18]

Waalse regering en Franse Gemeenschapsregering

[bewerken | brontekst bewerken]
Georges-Louis Bouchez, de partijvoorzitter van MR, kondigde twee dagen na de verkiezingen aan om met Maxime Prévot, zijn collega van Les Engagés, de onderhandelingen voor de vorming van een Waalse en Franse Gemeenschapsregering op te starten.
Maxime Prévot, partijvoorzitter van Les Engagés. De partij vormde met de MR een as om samen in de federale en Brusselse gewestregering te stappen.

De Waalse regering-Di Rupo III en de Franse Gemeenschapsregering-Jeholet waren paars-groene coalities van de socialistische PS, de liberale MR en Ecolo. De PS viel licht terug, maar verloor haar positie van grootste partij aan de liberale MR, dat forse winst boekte. De derde coalitiepartner Ecolo leed dan weer een zware nederlaag. De tweede grote winnaar van de verkiezingen was de centrumpartij Les Engagés, dat er ook sterk op vooruitging, en samen met de MR over een meerderheid beschikte.

Daags na de verkiezingen verklaarde de PS bij monde van de voorzitter Paul Magnette te kiezen voor de oppositie. Op die manier werd duidelijk dat de MR en Les Engagés samen de regeringen in Franstalig België moesten vormen. Op dinsdag 11 juni kondigden MR-voorzitter Bouchez en voorzitter van Les Engagés Prévot aan in een persconferentie dat de twee partijen onderhandelingen voor de Waalse en de Franse Gemeenschapsregering zouden opstarten en zich tegelijkertijd een as vormden om samen in de federale en de Brusselse Gewestregering te stappen.[19]. Twee dagen na de verkiezingen ging de formatie in Franstalig België van start.

Op maandag 17 juni vatten Bouchez en Prévot de onderhandelingen aan door tot en met donderdag 27 juni overleg te plegen met middenveldorganisaties, zoals de werkgeversorganisaties en vakbonden en andere maatschappelijke spelers op het vlak van economie, sociale zaken, gezondheid, sport, cultuur, landbouw en andere domeinen. Tezelfdertijd gingen werkgroepen aan de slag om de inhoudelijke onderhandelingen te voeren.

Na het sluiten van de regeerakkoorden voor het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap werd Adrien Dolimont (MR) voorgedragen als nieuwe Waalse minister-president.

Op donderdag 11 juli bereikten MR en Les Engagés een regeerakkoord over de Waalse Gewest- en de Franse Gemeenschapsregering.[20] De partijen wilden onder andere werk maken van een efficiëntere en vereenvoudigde overheid met een vermindering van het aantal ministers en kabinetsmedewerkers en de afschaffing van de provincies, de invoering van een gouden regel om het hoge begrotingstekort onder controle te krijgen en de schuldgroei af te remmen, het verminderen van de belastingen, het voeren van een ambitieuze industriële politiek en het doorvoeren van een relanceplan om de sociaal-economische en ecologische heropleving van Wallonië te faciliteren.[21] Op zaterdag 13 juli stemden partijcongressen van MR en Les Engagés in met regeringsdeelname.[22]

Een dag later werden de ministerposten verdeeld. Er werden tien ministers aangesteld (zes voor MR en vier voor Les Engagés), gespreid over de Gewestregering en de Gemeenschapsregering. Vier daarvan (Jacqueline Galant en Adrien Dolimont van de MR en Yves Coppieters en Valérie Lescrenier van Les Engagés) werden minister in beide regeringen. De Waalse Gewestregering kwam onder leiding te staan van uittredend Waals minister van Begroting Adrien Dolimont (MR) en telde acht ministers: vijf voor de MR en drie voor Les Engagés. De leiding over de Franse Gemeenschapsregering, met drie ministers voor MR en drie voor Les Engagés, werd toegewezen aan Elisabeth Degryse (Les Engagés), Kamerlid en voormalig ondervoorzitter van de Christelijke Mutualiteiten.[23] De regering-Dolimont werd op 15 juli 2024 ingezworen, een dag later werd de regering-Degryse beëdigd.

Brusselse Hoofdstedelijke Regering

[bewerken | brontekst bewerken]

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verloor de regering-Vervoort III, samengesteld uit de Franstalige partijen PS, Ecolo en het Fransgezinde links-liberale DéFI en de Nederlandstalige partijen Groen, Open Vld en Vooruit, in beide taalgroepen haar meerderheid. De PS, die met Rudi Vervoort de minister-president leverde, bleef stabiel en verloor een zetel (ze hield er nog 16 over), maar moest haar positie als grootste partij afstaan aan de liberale MR, dat na twintig jaar oppositie in Brussel forse winst boekte en van 13 naar 20 zetels sprong. Ecolo en DéFI leden dan weer een zware nederlaag en vielen terug van 15 zetels naar 7 en van 10 zetels naar 6. De derde grootste partij werd de radicaal-linkse partij PTB, dat vijf zetels meer behaalde dan in 2019 (15). Centrumpartij Les Engagés zag haar zetelaantal licht stijgen, van 6 naar 8. Aan Nederlandstalige kant bleef Groen met vier zetels de grootste, terwijl haar coalitiepartners Open Vld en Vooruit elk een zetel moesten inleveren (van 3 naar 2). Aan oppositiezijde was Team Fouad Ahidar, de partij van ex-Vooruit-politicus Fouad Ahidar, de grote winnaar door meteen drie zetels te halen. De andere partijen vielen ofwel een zetel terug (N-VA, van 3 naar 2), bleven stabiel (CD&V 1 en PVDA 1) of gingen een zetel vooruit (Vlaams Belang).

Onderhandelingen in de Franse taalgroep

[bewerken | brontekst bewerken]
David Leisterh (MR) werd als lijsttrekker van de grootste partij de initiatiefnemer voor de vorming van de Brusselse regering langs Franstalige kant.

Aan Franstalige kant vormden MR en Les Engagés een as om samen in de regering te stappen, waarmee ze 28 van de 72 Franstalige zetels wisten te verzamelen. Omdat beide partijen niet met de PTB wilden samenwerken, waren er twee opties om een meerderheid te geraken: een samenwerking met de PS of een coalitie met Ecolo en DéFI.[24] De PS had op de andere niveaus voor oppositie gekozen, maar sloot regeringsdeelname op Brussels niveau niet uit, op voorwaarde dat er stevige tegemoetkomingen aan hen werden gedaan.[25] Hierdoor werd aan Franstalige kant een coalitie van MR, PS en Les Engagés de meest plausibele optie, omdat een coalitie met Ecolo en DéFI door hun forse nederlaag niet evident was.[26] Als lijsttrekker van de grootste Franstalige partij nam David Leisterh (MR) het initiatief tot de vorming van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Op 12 juni begon hij met verkennende gesprekken met vertegenwoordigers van de andere partijen (PTB uitgezonderd) en actoren uit het maatschappelijk middenveld. Op 20 juni ontving Leisterh ook Serge Dupont, de directeur van het Brusselse Agentschap van de Schuld, om zicht te krijgen op de budgettaire toestand van het Gewest.[27] Op basis hiervan schreef Leisterh een budgettaire nota, die hij samen met een startnota in de week van 24 juni zal voorleggen aan Les Engagés en PS.[28] Op 28 juni 2024 oordeelde de PS dat de nota geen basis kon vormen voor verdere onderhandelingen en drong de partij aan op een meer gedetailleerde nota met een duidelijk begrotingstraject en waarbij meer rekening werd gehouden met hun prioriteiten.[29]

Op 3 en 4 juli 2024 voerde Leisterh besprekingen met vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld, zoals ondernemersorganisaties, vertegenwoordigers van de sociale huisvestingssector, de Brusselse procureur-generaal Frédéric Van Leeuw, de secretaris-generaal van de Brusselse Kamer van Koophandel Beci, de Franstalige Orde van Architecten, verschillende instellingen van openbaar nut en de directeur van Beliris.[30] Vervolgens werd overgegaan tot zogeheten technische vooronderhandelingen, om tot een nieuwe basisnota te komen die als grondslag voor volwaardige onderhandelingen kon dienen.[31]

Onderhandelingen in de Nederlandse taalgroep

[bewerken | brontekst bewerken]
Elke Van den Brandt (Groen) nam als lijsttrekker van de grootste partij het initiatief voor de vorming van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering langs Nederlandstalige zijde.

Aan Nederlandstalige kant kreeg Groen-lijsttrekker Elke Van den Brandt het initiatiefrecht om de Brusselse regering te vormen. Vanaf 12 juni voerde ze consultaties met de andere partijen, behalve Vlaams Belang. Hier lagen de kaarten moeilijker. Een coalitie met de tweede grootste partij, Team Fouad Ahidar, behaalde geen meerderheid, waardoor beide partijen een derde partner nodig zouden hebben. Bovendien waren er op het vlak van mobiliteit en onverdoofd slachten moeilijk overbrugbare verschillen tussen Groen en Team Fouad Ahidar, terwijl verschillende Franstalige en Nederlandstalige partijen, MR en DéFI en Open Vld, N-VA en Vooruit in het bijzonder, niet van samenwerking met Ahidar wilden weten, door de communautaristische standpunten die de partij innam ten aanzien van de moslimgemeenschap. Zonder Team Fouad Ahidar kan enkel een meerderheid van vier partijen op de been worden gebracht, terwijl de Nederlandstaligen in de Brusselse regering slechts recht hebben op twee ministers en een staatssecretaris en één partij dus geen vertegenwoordiging zou hebben in de regering.

Op 26 juni 2024 besloot Van den Brandt om verdere gesprekken te voeren met Open Vld, Vooruit en CD&V en met deze partijen een akkoord te proberen sluiten, al zag CD&V nog geen basis om onderhandelingen op te starten.[32] Vervolgens startte Van den Brandt informele gesprekken op met het middenveld, alsook bilaterale besprekingen met de beoogde coalitiepartners om het pad voor volwaardige regeringsonderhandelingen te effenen. Om het probleem rond de ministerposten op te lossen, stelde Van den Brandt voor om een bijkomende regeringscommissaris aan te stellen, die gelijkaardige politieke bevoegdheden als een minister zou krijgen, maar evenwel buiten de regering zou blijven.[31] De vierde beoogde coalitiepartner, CD&V, bleef echter sceptisch om met Groen, Open Vld en Vooruit een regering te vormen, omdat de partij vond dat ze niet genoeg duidelijke garanties kreeg dat er een ander regeringsbeleid mogelijk was.[33]

Regering van de Duitstalige Gemeenschap

[bewerken | brontekst bewerken]
Oliver Paasch (ProDG) volgde zichzelf op als minister-president van de Duitstalige Gemeenschapsregering en kon na het sluiten van een akkoord met CSP en PFF aan zijn derde termijn beginnen.

De Duitstalige Gemeenschap werd in de vorige legislatuur bestuurd door de regering-Paasch II, een coalitie van de regionalistische ProDG, de socialistische SP en de liberale PFF. De coalitie geleid door Oliver Paasch (ProDG) behield haar meerderheid: 8 zetels voor ProDG (+2) en elk 3 voor PFF (status quo) en SP (-1). Toch besliste Paasch om een blok te vormen met de christendemocratische oppositiepartij CSP, dat vijf zetels had behaald en waarvan het programma sterke inhoudelijke gelijkenissen vertoonde met dat van ProDG. Vanaf 10 juni 2024 voerden Paasch en CSP-lijsttrekker Jérôme Franssen onderhandelingen om een gemeenschappelijke basis te vinden met het oog op het regeringsprogramma. Hiertoe werden ook besprekingen gehouden met de partijen SP, PFF en Ecolo.[34]

Op 13 juni 2024 maakten de centrumrechtse partijen ProDG, CSP en PFF bekend dat ze een bestuursakkoord hadden bereikt en dat ze de regering-Paasch III zouden vormen, die over een ruime meerderheid van 16 op 25 zetels beschikte. Hiermee werd de socialistische SP voor het eerst sinds 1990 naar de oppositie verwezen, terwijl CSP voor het eerst sinds 1999 weer in de regering kwam. ProDG kreeg twee ministers en CSP en PFF elk een. Daarnaast mocht CSP de parlementsvoorzitter leveren en kreeg ProDG het recht om een deelstaatsenator aan te wijzen.[35]